De zaak MS KLJUČAROVCI (T‑646/24) gaat over de toepassing van de vereenvoudigde driehoeksregeling voor intracommunautaire handel in een keten met vier partijen, waarbij uiteindelijk in de schakel tussen partij B (Slovenië) en partij C (Denemarken) geen btw werd afgedragen. Een Sloveense vennootschap kocht goederen in Duitsland onder haar Sloveense btw‑nummer en verkocht deze door aan drie in Denemarken geregistreerde afnemers, terwijl de goederen rechtstreeks van Duitsland naar Denemarken werden vervoerd. De Deense afnemers gaven de intracommunautaire verwervingen in Denemarken niet aan, waardoor in die schakel geen btw-heffing plaatsvond en een btw-lek ontstond.
In MS KLJUČAROVCI was de keten complexer omdat feitelijk een vierde partij in Denemarken de goederen ontving, zodat de logistieke keten niet keurig overeenkwam met het klassieke A‑B‑C‑model. De Sloveense Belastingdienst en het ministerie stelden dat de driehoeksvereenvoudiging daarom niet kon worden toegepast, omdat er meer dan twee leveringen door hetzelfde vervoer werden bediend en de goederen niet rechtstreeks “aan” de formele derde partij in de keten werden geleverd, en legden een aanzienlijke naheffing op. Het Gerecht oordeelt echter dat de vereenvoudigde driehoeksregeling in beginsel óók kan gelden in een vierpartijenketen, mits de materiële voorwaarden van artikel 141 zichtbaar zijn vervuld: één intracommunautair vervoer naar de lidstaat van de eindafnemer, een tussenpersoon die niet in die lidstaat is gevestigd, een in die lidstaat geregistreerde eindafnemer die als btw‑schuldenaar optreedt en een facturatie die hierop aansluit. Dat de goederen fysiek rechtstreeks bij de klant van de klant terechtkomen, vormt op zichzelf geen beletsel, zolang de juridische verhoudingen en de aanwijzing van de btw‑schuldenaar kloppen.
Het Gerecht benadrukt wel dat de driehoeksvereenvoudiging niet kan worden ingeroepen wanneer sprake is van fraude of wanneer de ondernemer wist of had moeten weten dat hij deelneemt aan een frauduleuze keten. Per saldo creëert de uitspraak een spanningsveld tussen systeemlogica en handhaving: waar de btw-richtlijn ruimte laat voor efficiënte ketenstructuren, wordt die ruimte begrensd door een strikte misbruiktoets. De driehoeksregeling blijft daarmee juridisch breed toepasbaar, maar praktisch kwetsbaar. Wie haar wil benutten, zal niet alleen de structuur correct moeten inrichten, maar ook actief moeten kunnen aantonen dat hij zich buiten elke vorm van frauderisico en misbruikcontext bevindt.