Nieuwsberichten november 2023

1. Aanpassing groottecriteria van uw onderneming
De drempelbedragen die bepalen of uw onderneming als een grote, middelgrote, kleine of micro-onderneming wordt bestempeld, zijn in verband met de inflatietrend in de eurozone door de Europese Commissie met zo’n 25% aangepast. De drempelbedragen bepalen onder andere of uw onderneming controleplichtig is. De jaarrekening van uw onderneming is controleplichtig als op twee opeenvolgende balansdata voldaan wordt aan minimaal twee van de volgende drie criteria: het balanstotaal bedraagt minimaal € 6.000.000 (straks na de inflatiecorrectie € 7.500.000), de omzet bedraagt minimaal € 12.000.000 (na de inflatiecorrectie € 15.000.000) en er zijn minimaal 50 werknemers in dienst. Door de inflatiecorrectie zullen minder ondernemingen controleplichtig worden en hoeven minder ondernemingen te voldoen aan de vereisten op het gebied van de duurzaamheidsrapportage (CSRD). Het is nog niet duidelijk of de nieuwe drempelbedragen met ingang van het boekjaar 2023 of het boekjaar 2024 ingaan.

2. Digitaal oprichten bv vanaf 1 januari 2024
Vanaf 1 januari 2024 kunt u volledig digitaal een bv oprichten. Er is daarbij dan geen fysieke tussenkomst van een notaris meer nodig. Het platform waar dit geregeld kan worden, was al een tijd klaar. Het wachten was op goedkeuring van de wet in juni 2023 en het daarna bekend worden van de datum voor het eerste gebruik. Het digitaal oprichten van een bv betekent concreet dat alle procedures digitaal verlopen. Het opstellen van de notariële aktes, de identificatie en ondertekening verlopen dus volledig digitaal. Om fraude tegen te gaan, zullen hierbij de hoogste betrouwbaarheidsniveaus worden toegepast.

3. Voorgenomen wijzigingen bedrijfsopvolgingsregeling aangepast
Naast het verlagen van vrijstelling in de BOR voor bedragen boven € 1.500.000 van 83 naar 75% (in plaats van de eerder voorgestelde 70%), heeft de Tweede Kamer in amendementen nog meer aanpassingen in de BOR en de DSR aangenomen. Zo komt de stringente voorgestelde voorwaarde dat een pachtovereenkomst geregistreerd moet zijn bij de grondkamer te vervallen. Om niet per definitie als beleggingsvermogen aangemerkt te worden vanaf 2024, moet bij verpachte landbouwgronden nog wel sprake zijn van een schriftelijke pachtovereenkomst en van een voor de teelt noodzakelijke vruchtwisseling. Daarnaast heeft de Tweede Kamer een maatregel aangenomen gericht op toegang tot de BOR en DSR voor oude familiebedrijven. De voorwaarde die in bepaalde situaties geldt van een minimaal belang van 0,5% geldt daardoor straks niet meer als de verkrijger een bloed- of aanverwant is in de neergaande lijn. De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel inclusief de aanpassingen nog goedkeuren.

4. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers
Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn straks verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer van hun werknemers. De verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, afgekort WPM. Voor de grens van 100 of meer werknemers moeten werknemers van alle vestigingen (van een onderneming of rechtspersoon) bij elkaar worden opgeteld. Hierbij tellen alleen werknemers mee die een arbeidsovereenkomst hebben en minimaal 20 uur betaald werk per maand verrichten. Ingehuurde gedetacheerden en uitzendkrachten tellen niet mee. Vooralsnog gaat de verplichting vanaf 1 januari 2024 gelden. Diverse media melden echter dat de ingangsdatum waarschijnlijk verschoven gaat worden naar 1 juli 2024. De overheid heeft hier echter nog geen officiële mededeling over gedaan. Zodra er meer bekend is, zullen wij u uiteraard direct informeren.

5. Geen betalingskorting op voorlopige aanslag IB meer
Belastingplichtigen die hun voorlopige aanslag inkomstenbelasting in één keer betalen, krijgen vanaf 2024 geen betalingskorting meer. In 2023 krijgt u nog een betalingskorting als u uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting in één keer vooraf betaalt en niet in maandelijkse termijnen. De korting die u kunt toepassen, staat gewoon op de voorlopige aanslag vermeld. Als de Eerste Kamer ook instemt met dit inmiddels door de Tweede Kamer al goedgekeurde voorstel, kunt in vanaf 2024 uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting nog wel in één keer betalen, maar krijgt u daar dus geen betalingskorting meer voor. De betalingskorting bij de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting bestaat overigens vanaf 2023 al niet meer.

6. Meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk?
In 2023 spraken het kabinet en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers af om in 2026 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking te hebben. Eind 2022 stond de teller op ruim 81.000 banen. Om werkgevers over de streep te trekken, is het wetsvoorstel Vereenvoudiging banenafspraak en quotumregeling ingediend. In dit wetsvoorstel wordt het loonkostenvoordeel (LKV) dat een werkgever kan aanvragen als hij iemand aanneemt uit de doelgroep van de banenafspraak, verruimd en versoepeld. Zo is het de bedoeling dat dit LKV vanaf 2025 niet meer voor maximaal drie jaar geldt, maar structureel. Daarnaast vervalt vanaf 2025 de voorwaarde dat werkgevers en werknemers een speciale verklaring aan moeten vragen bij het UWV. De quotumregeling, die onder meer een heffing inhoudt als niet aan de banenafspraak wordt voldaan, wordt op dit moment nog niet ingevoerd. Het wetsvoorstel is nog niet definitief, de Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen.

7. Aanpassing box 3 met terugwerkende kracht vanaf 2023
Het kabinet stelt voor om een aandeel in een VvE en geld op een derdengeldenrekening bij een notaris of gerechtsdeurwaarder met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 in de categorie banktegoeden onder te brengen. Dit betekent dat niet langer het rendement van de categorie overige bezittingen (6,17%) geldt, maar het veel lagere rendement van de categorie banktegoeden. Verder stelt het kabinet voor om onderlinge schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 te negeren voor de belastingheffing van box 3. Deze hoeven dus niet meer in de aangifte inkomstenbelasting 2023 in box 3 te worden vermeld. De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief. Dat geldt ook voor het voorstel om het tarief in box 3 vanaf 2024 te verhogen naar 34% of misschien zelfs 36%! Het tarief in 2023 bedraagt nog 32%.

8. Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt volgend jaar 1,92% van de loonsom tot € 400.000. In 2023 is dat nog 3% van de loonsom tot € 400.000. Over het meerdere is de vrije ruimte zowel in 2023 als in 2024 1,18%. De verlaging van het percentage voor de loonsom tot € 400.000 betekent dat werkgevers volgend jaar misschien eerder te maken krijgen met een belastingheffing van 80% over vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen aan werknemers. Werkgevers kunnen anticiperen op de maatregel door vrije ruimte over 2023 in kaart te brengen. Is er nog ruimte, dan kunnen bepaalde vergoedingen en verstrekkingen mogelijk in 2023 in plaats van 2024 gegeven worden.

9. Reiskostenvergoedingen verruimd per 2024
De onbelaste vergoedingen voor zakelijke reiskosten van onder andere werknemers worden vanaf 2024 verruimd. Zo worden de regels voor het verstrekken, ter beschikking stellen of vergoeden van een ov-abonnement of voordeelurenkaart veel eenvoudiger. Als het abonnement of de voordeelurenkaart ook zakelijk wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer, kan dit vanaf 2024 onbelast. Het is daarbij niet meer van belang in welke mate het abonnement of de voordeelurenkaart zakelijk wordt gebruikt. Daarnaast wordt de onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke reiskosten, waaronder woon-werkverkeer, verhoogd van € 0,21 per kilometer in 2023 naar € 0,23 per kilometer in 2024. Deze verhoging geldt ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting en voor de dga en voor andere reiskosten die in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek kunnen worden gebracht. De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

10. Belastingdienst stuurt aanmaningen na intrekken betalingsregeling coronabelastingschulden
Is de betalingsregeling die u kreeg voor uw coronabelastingschulden door de Belastingdienst ingetrokken? En heeft u nog steeds een betalingsachterstand? Dan kunt u vanaf eind september tot uiterlijk in november 2023 aanmaningen van de Belastingdienst verwachten. Betaalt u na ontvangst van de aanmaningen niet, dan ontvangt u een dwangbevel. Betaalt u na ontvangst van het dwangbevel nog steeds niet, dan neemt de Belastingdienst verdere maatregelen. Dit kan betekenen dat de Belastingdienst beslag legt op bijvoorbeeld uw inventaris, auto of bankrekening en deze daarna verkoopt. De Belastingdienst kan ook een faillissement aanvragen. Heeft u daarom aanmaningen ontvangen, neem dan contact met ons op. Wij kunnen samen met u bekijken welke mogelijkheden u nog heeft. Houd er rekening mee dat aan een dwangbevel en beslaglegging hoge kosten verbonden kunnen zijn!

11. Wetsvoorstel Wet werken waar je wilt verworpen door Eerste Kamer
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werken waar je wilt verworpen. Het wetsvoorstel ging over het recht op thuiswerken, maar ook over het recht op werken op werklocatie. Door deze wet zou een verzoek van een werknemer voor een andere arbeidsplaats net zo behandeld moeten worden als een verzoek tot wijziging van arbeidsduur of andere werktijden, namelijk ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’. De huidige Wet flexibel werken blijft nu onveranderd. Werknemers die ten minste een halfjaar in dienst zijn bij een bedrijf met ten minste tien werknemers, kunnen onder deze wet een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats indienen. U bent als werkgever verplicht het verzoek in overweging te nemen en in overleg te treden met de werknemer. U bent vervolgens echter vrij om het verzoek af te wijzen op welke grond dan ook, maar u zult de afwijzing wel deugdelijk moeten motiveren.

12. Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar € 2.100 in 2024
U kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk doen een vergoeding geven die voor de Belastingdienst onbelast is. Dit kan alleen als uw organisatie niet onder de vennootschapsbelasting valt of daarvan vrijgesteld is of een sportvereniging, een sportstichting of een ANBI is. Verder mag de vrijwilliger niet bij uw organisatie in dienst zijn of de werkzaamheden uitoefenen voor zijn beroep. De vrijwilligersvergoeding mag ook niet in verhouding staan tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat de vrijwilliger voor uw organisatie uitvoert. Wordt voldaan aan deze voorwaarden, dan kunt u in 2024 per maand maximaal € 210 en per jaar maximaal € 2.100 aan een vrijwilliger vergoeden. In 2023 is dat nog € 190 per maand en € 1.900 per jaar.

Onze nieuwste
artikelen