All posts by holland_van_london

Onbelaste vrijwilligersvergoeding omhoog in 2021


Jaarlijkse indexering

RolstoelU kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk doen een vergoeding geven die voor de fiscus onbelast is. In 2020 bedroeg die onbelaste vrijwilligersvergoeding maximaal € 170 per maand en € 1.700 per jaar. Over vrijwilligersvergoedingen tot dat bedrag zijn geen belasting en premies verschuldigd. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd.

Per 1 januari 2021 is dit maximale bedrag dus verhoogd naar € 1.800. De nieuwe bedragen zijn maximaal € 180 per maand en € 1.800 per jaar. Betaalt u de vrijwilliger een hogere vergoeding? Dan is deze alleen onbelast als u de vergoeding betaalt om de kosten te vergoeden die de vrijwilliger gemaakt heeft voor het uitvoeren van het vrijwilligerswerk.

Voorwaarden vrijwilligersvergoeding

Om gebruik te kunnen maken van de fiscale regels voor een onbelaste vrijwilligersvergoeding moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • uw organisatie:
    – valt niet onder de vennootschapsbelasting of is daarvan vrijgesteld,
    – is een sportvereniging of sportstichting,
    – is een algemeen nut beogende instelling (ANBI),
  • de vrijwilliger is niet bij u in dienst,
  • de vrijwilliger voert de werkzaamheden niet uit voor zijn beroep, en
  • de vergoeding die de vrijwilliger krijgt voor het werk is een vergoeding die niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.

Gebruikelijk loon dga verhoogd


Hoogte gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon dient te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien een van deze bedragen meer is dan € 47.000.

Let op! Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan € 47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Ook lager gebruikelijk loon onder bijzondere omstandigheden

EuroEen lager gebruikelijk loon is onder bepaalde bijzondere omstandigheden ook mogelijk. Het gaat dan om bv’s die voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering in 2021 als starter wordt aangemerkt, overige startende bv’s die het gebruikelijk loon niet kunnen betalen en om verlieslijdende bv’s. Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden.

Corona

Voor het jaar 2020 was bepaald dat ook bv’s die getroffen werden door de coronacrisis, het gebruikelijk loon lager konden vaststellen. Het is nog onduidelijk of deze maatregel ook voor 2021 zal gelden.

Denkt u dat u dit jaar uw gebruikelijk loon onder de verplichte norm wilt of moet stellen, neem dan contact met ons op.

Salariseisen kennismigranten per 1 januari 2021 verhoogd


Jaarlijkse verhoging

MedischWanneer u de kennismigrantenregeling voor buitenlandse werknemers wil toepassen, mag dat alleen als uw werknemer elke maand minimaal een bepaald brutoloon ontvangt. De salarisnormen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd op basis van recente indexcijfers van de cao-lonen. Van een kennismigrant is sprake als u een buitenlandse werknemer van buiten de Europese economische ruimte (EER) of Zwitserland in dienst neemt vanwege zijn technische of wetenschappelijke kennis.

Bedragen per 1 januari 2021

Er gelden verschillende salariseisen voor kennismigranten. De bedragen zijn allemaal exclusief de vakantietoeslag waar de werknemer recht op heeft:

Type kennismigrant  Hoogte salariseis 2021 
Kennismigranten jonger dan 30 jaar  € 3.484 
Kennismigranten vanaf 30 jaar  € 4.752 
Kennismigranten die na het afronden van een goedgekeurde
bachelor-, master- of postdoctorale opleiding binnen drie jaar 
in Nederland aan het werk gaan 
€ 2.497 
Kennismigranten met een blauwe kaart  € 5.567 

Onzekere loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen worden niet meegeteld. Onkostenvergoedingen en toeslagen mogen wel worden meegerekend, als deze gegarandeerd zijn en structureel elke maand worden uitbetaald. Een vaste toeslag, zoals een dertiende maand of vaste eindejaarsuitkering die contractueel is vastgelegd, mag alleen bij het brutoloon worden meegeteld als deze ook daadwerkelijk maandelijks aan de kennismigrant wordt uitbetaald.

Salariseis kennismigrant blijft gelijk bij dezelfde werkgever

Een kennismigrant blijft onder hetzelfde salariscriterium vallen zolang hij binnen uw organisatie blijft werken. Dit geldt ook als hij in dienst kwam toen hij jonger was dan 30 jaar en op zeker moment de leeftijd van 30 jaar bereikt. Als de kennismigrant een nieuwe werkgever krijgt, geldt voor de nieuwe werkgever het salariscriterium dat geldt voor de leeftijd die de kennismigrant op dat moment heeft. Er is een uitzondering. Het verlaagde salariscriterium van € 2.497 blijft van toepassing, ook als de kennismigrant van werkgever verandert. Dit salariscriterium is niet leeftijdsafhankelijk.

Kennismigrantenregeling

Kennismigranten die uit de Europese economische ruimte (EER) of Zwitserland komen hebben geen visum, verblijfsvergunning of werkvergunning nodig. Een kennismigrant van buiten deze landen heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en een verblijfsvergunning nodig. U kunt als werkgever de mvv en de verblijfsvergunning aanvragen bij de IND. Dit kan door middel van een aanvraag toegang en verblijf (tev). Naast de salariseisen moet u als werkgever door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn aangemerkt als erkend referent. Ook deze erkenning vraagt u aan bij de IND.

Geen mondkapje, geen loon


Instructierecht

MondkapjeDe werkgever had het dragen van een mondkapje verplicht gesteld voor al zijn personeelsleden in zijn bedrijfspanden en had zich daarbij beroepen op zijn instructierecht. Het instructierecht volgt uit de aard van het dienstverband en brengt de zeggenschap van de werkgever over de werknemer tot uitdrukking. Zo’n instructie kan in strijd zijn met grondrechten. De werknemer in kwestie weigerde in de bedrijfspanden het mondkapje te dragen.

Legitieme doelen

De kantonrechter oordeelt echter dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden van werkgever twee legitieme doelen dient.

  • Ten eerste is de werkgever als werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving, waarin besmetting met het coronavirus voorkomen moet worden.
  • Ten tweede dient de werkgever zijn bedrijfsbelang te beschermen, omdat de werknemers bij ziekte of quarantaine hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het dragen van een mondkapje kan hierbij helpen. Een dergelijke maatregel kan bovendien alleen effectief zijn, als iedereen zich eraan houdt.

Geen persoonlijke beperkingen

Tevens geldt in deze zaak dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt is, omdat de chauffeur het mondkapje in het transportbusje niet op hoeft te doen, slechts alleen als hij aanwezig is in een van de bedrijfspanden. Er is overigens ook niet gebleken dat er  medische of psychologische beperkingen bij de werknemer waren, op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Maatregelen

Tot het moment dat de werknemer wel bereid is het mondkapje te dragen, mag de werkgever het loon opschorten en de toegang tot het werk ontzeggen.

Fiets van de zaak: ter beschikking stellen, vergoeden of verstrekken?


‘Verstrekken’

FietsIn de loonbelastingwetgeving staan verschillende termen voor het gebruik van de fiets. Allereerst de term ‘verstrekken’: als de werkgever aan de werknemer een fiets verstrekt, gaat de fiets in eigendom over op de werknemer. Die verstrekking is belast loon in natura voor de waarde van de fiets.

‘Vergoeden’

Vervolgens kennen we het begrip ‘vergoeden’: de werkgever betaalt aan de werknemer de door de werknemer privé gemaakte kosten voor de fiets. Dat kan een eenmalige vergoeding zijn voor de aankoopkosten van de fiets, maar meestal betaalt de werkgever een reiskostenvergoeding, die onbelast is tot € 0,19 per kilometer.

‘Ter beschikking stellen’

Als derde hebben we het begrip ‘ter beschikking stellen’: de werkgever koopt of least een fiets en de werknemer mag deze onder bepaalde voorwaarden gebruiken. De regels van de 7%-bijtelling gelden voor deze derde variant.

Lage bijtelling

Wilt u de gunstige lage bijtellingsregeling voor het privégebruik van een fiets van de zaak gebruiken, dan blijft er uit de drie hierboven beschreven mogelijkheden maar één over, namelijk het ter beschikking stellen van een fiets. Mag zo’n fiets vanaf de werklocatie gebruikt worden voor zakelijke ritten, en gaat de werknemer niet met de fiets naar huis, dan is er geen belast privégebruik. Gebruikt de werknemer de fiets wel voor woon-werkverkeer, dan geldt het forfaitaire bijtellingspercentage voor privégebruik van 7% van de consumentenadviesprijs. Het woon-werkverkeer is weliswaar zakelijk, maar bij woon-werkverkeer kent de wet voor de fiets de fictie dat de fiets dan ook privé gebruikt wordt.

Cafetariaregeling

Ook als de werkgever een fiets ter beschikking stelt, kunt u als werkgever en werknemer samen kiezen voor een cafetariaregeling. De werknemer levert dan brutoloon in, en krijgt in ruil daarvoor de fiets ter beschikking gesteld. Fiscaal levert dat een besparing op omdat de werknemer voor de fiets slechts belast wordt voor het bedrag van het forfait.

Eigendom

In vergelijking met de beide andere vormen (verstrekken of vergoeden van de fiets) valt op dat de werknemer bij een ter beschikking gestelde fiets géén eigenaar van de fiets wordt. Eigendomsoverdracht na afloop van een leasecontract is overigens vaak wel mogelijk. Betaalt de werknemer een zakelijke prijs, dan is er daarbij geen belast loon. Zou er wel een voordeel ontstaan door een aankoopprijs die lager is dan de marktwaarde, dan kunt u dat als werkgever eventueel onderbrengen in de zogenaamde ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling van de loonbelasting.

Top 10 wijzigingen 2021 voor de werkgever


Let op! Bepaalde  regelingen, zoals de vaste reiskostenvergoeding en de NOW 3.0, worden mogelijk verlengd dan wel gewijzigd nu er een dezer dagen nieuwe steunmaatregelen bekend worden gemaakt.

1. Wijziging werkkostenregeling 2021

Per 1 januari 2021 gaat de vrije ruimte binnen de WKR naar 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Over het meerdere van uw loonsom wordt de vrije ruimte 1,18%. In 2020 was naar aanleiding van de coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom.

Concernregeling 2021

Heeft u meerdere bv’s? Dan kunt u gebruikmaken van de zogenaamde concernregeling. Deze concernregeling kan nadelig uitpakken. Voor het concern in zijn geheel wordt de vrije ruimte namelijk bepaald op 1,7% van de eerste € 400.000 van de totale loonsom van het concern en op 1,18% over het meerdere. U mag dus niet uitgaan van de vrije ruimte per onderdeel van het concern.

Tip! Ga eerst na of de concernregeling wel voordelig voor u is. U hoeft dit uiterlijk pas in het tweede aangiftetijdvak te beslissen.

2. Gebruikelijk loon dga 2021

Het gebruikelijk loon voor de dga stijgt in 2021 naar € 47.000. In 2020 was dit nog € 46.000.

De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Voor 2021 geldt dus als richtlijn een salaris van € 47.000.

3. Vaste reiskostenvergoeding

Krijgen uw werknemers een vaste reiskostenvergoeding van u, en werken zij vanwege het coronavirus (bijna) volledig thuis?

Dan kunt u in ieder geval tot 1 februari 2021 deze vergoeding nog onbelast doorbetalen. Ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Wel is de voorwaarde dat het vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door u werden toegekend.

In januari 2021 komt het kabinet terug op hoe het na 1 februari 2021 om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen. De verwachting is ook dat er meer duidelijkheid komt over een eventuele thuiswerkvergoeding.

4. Nieuwe UWV-uitvoeringsregels bij ontslag

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV de aangewezen instantie om een ontslagaanvraag in te dienen. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling UWV ontslagprocedure. Bij het aanvragen van dit ontslag is het van belang dat de ontslagprocedure goed wordt gevolgd. Daarbij moet u bijvoorbeeld denken aan de termijn voor het aanvullen van een incompleet verzoek, de termijnen voor hoor en wederhoor en wanneer uitstel kan worden verleend.

Per 1 september 2020 zijn de uitvoeringsregels ontslagprocedure van het UWV aangepast alsook de uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen. Raadpleeg voordat u een ontslagaanvraag indient eerst de UWV-uitvoeringsregels, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Deze uitvoeringsregels kunt u downloaden op de website van het UWV.

5. Compensatie transitievergoeding mogelijk bij einde bedrijf door pensioen of overlijden

Staakt u uw bedrijf door pensionering? Dan kunt u vanaf 1 januari 2021 aanspraak maken op een compensatie van de transitievergoedingen voor uw werknemers. Het gaat hier om bedrijven met minder dan 25 werknemers.

De overheid wil voorkomen dat werkgevers die door pensionering gedwongen zijn hun onderneming te staken, privévermogen moeten aanwenden om hun werknemers de transitievergoeding uit te kunnen betalen.

De compensatie transitievergoeding bij beëindiging van het bedrijf is geregeld in de Wet arbeidsmarkt in balans. Voor de berekening van het aantal werknemers is het niet van belang of de werknemer een tijdelijk of een vast contract heeft. Er geldt geen terugwerkende kracht bij deze regeling.

Erfgenamen en/of medewerkgevers kunnen na het overlijden van de werkgever geconfronteerd worden met een onderneming die zij niet willen of kunnen voortzetten. Bedrijfsbeëindiging gevolgd door het ontslag van de werknemers zal dan de enige optie zijn. De erfgenamen van de overleden werkgever die na aanvaarding van zijn nalatenschap van rechtswege werkgever zijn geworden, zijn bij beëindiging van de dienstverbanden dan een transitievergoeding verschuldigd aan alle ontslagen werknemers. Daarvoor kan ook compensatie worden aangevraagd.

6. Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. De regeling geldt voor nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2021 tot uiterlijk 31 december 2022 worden gedaan. Bij grote inves-teringen in een jaar is de korting tot € 5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investe-ringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing.

Let op! Vanwege de verrekening met de loonheffing is de BIK alleen interessant voor bedrijven met personeel.

Het is niet toegestaan een investering – waarvoor de BIK wordt verkregen – aan een derde ter beschikking te stellen. Het maakt niet uit of deze derde een Nederlands of buitenlands bedrijf is.

Let op! Het is nog niet zeker of ook een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting de BIK kan aanvra-gen. Eerst moet er groen licht komen van de Europese Commissie of dit onderdeel van de BIK geoorloofde steun is.

7. Stijging vrijwilligersvergoeding in 2021

De maximale vrijwilligersvergoeding stijgt in 2021 naar € 1.800 per jaar (2020: € 1.700) en € 180 per maand (2020: € 170).

Het kan zijn dat u vrijwilligers meer uitbetaalt dan bovengenoemde vergoedingen. En dat het bedrag ook hoger is dan de door de vrijwilliger gemaakte kosten. De hele vergoeding is voor de vrijwilliger belast voor de inkomstenbelasting. Wijs de vrijwilliger er dan op dat hij/zij deze inkomsten moet opgeven in de aangifte inkomstenbelasting.

Dit geldt ook als een vrijwilliger bij meerdere organisaties een onbelaste vergoeding krijgt en opgeteld de totale vergoeding meer is dan het maximumbedrag van € 1.800.

8. Webmodule zzp

De webmodule waarmee opdrachtgevers kunnen zien of ze werk mogen laten uitvoeren door een zelfstandige (iemand buiten loondienst), is 11 januari begonnen. Deze pilot gaat zes maanden lopen.

De module geeft op basis van ingevulde informatie een van de volgende oordelen:

  1. Opdrachtgeversverklaring: de opdracht kan buiten dienstbetrekking worden verricht.
  2. Indicatie voor dienstbetrekking: er zijn sterke aanwijzingen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
  3. Geen oordeel mogelijk: op grond van de gegeven antwoorden is niet duidelijk of sprake is van werken buiten dienstbetrekking of van werken in dienstbetrekking.

Deze uitkomsten hebben in de pilotfase overigens geen juridische status.

9. NOW 3.0

De NOW-regeling is bedoeld voor werkgevers die als gevolg van het coronavirus kampen met een substantieel omzetverlies (ten minste 20% en per april 2021 ten minste 30%). Werkgevers kunnen bij het UWV een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten, en hiervoor een voorschot ontvangen. Daarmee kunnen zij werknemers met een vast en met een flexibel contract doorbetalen. U kunt voor de aanvraag voor het tweede tijdvak terecht van 15 februari tot en met 14 maart 2021.

10. Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing

Als onderdeel van het pensioenakkoord is met ingang van 1 januari 2021 voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) de tijdelijke RVU-drempelvrijstelling ingevoerd. Dat betekent dat de RVU-heffing van 52% voor u als werkgever tijdelijk en onder voorwaarden achterwege blijft, voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven.

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

  • de uitkering ingevolge de RVU-regeling wordt toegekend in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer.
  • het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend.
  • de RVU-drempelvrijstelling geldt voor de periode van maximaal 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
  • de werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
  • de RVU-drempelvrijstelling bedraagt maximaal een bedrag dat, na vermindering van loonbelasting en premies volksverzekeringen, gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

Subsidiepot elektrische auto alweer leeg


Vorig jaar run op subsidie

Dat de subsidiepot nu al leeg is, komt doordat er vorig jaar een run op de subsidie was, toen deze voor het eerst werd ingevoerd. Destijds werden aanvragen die waren ingediend nadat de subsidie op was, betaald uit het beschikbare budget voor dit jaar. Daarom was er dit jaar maar voor slechts 277 aanvragen subsidie beschikbaar.

Let op! Subsidieaanvragen worden nu niet meer doorgeschoven naar volgend jaar. Het indienen van een aanvraag voor een nieuwe elektrische auto heeft dus weinig zin.

Wel subsidie elektrische occasion

AutoEr is nog wel ruimschoots subsidie beschikbaar voor een gebruikte elektrische auto. Deze subsidie bedraagt € 2.000.

Heeft u vragen over de subsidie voor elektrische auto’s, neem dan contact met ons op.

Advieswijzer Verlofregelingen 2021


Zwangerschaps- en bevallingsverlof

KinderenZwangerschapsverlof gaat 6 tot 4 weken voor de dag na de vermoedelijke bevallingsdatum in. Dit wordt de flexibiliseringsperiode genoemd. De werknemer moet dit verlof uiterlijk 3 weken voordat het verlof moet ingaan aanvragen bij de werkgever met een verklaring van een arts of verloskundige waarin de vermoedelijke bevallingsdatum staat. Het bevallingsverlof duurt vanaf de dag na de bevalling ten minste 10 weken, te vermeerderen met het aantal dagen dat de baby te vroeg geboren is. In totaal bedraagt het zwangerschapsverlof, met aansluitend het bevallingsverlof, minimaal 16 weken.

Meerlingenverlof

Werknemers die in verwachting zijn van een meerling hebben recht op 4 weken extra zwangerschapsverlof. Ze mogen dat laten ingaan tussen de 10 en 8 weken voor de dag na de vermoedelijke bevallingsdatum. Bij een meerlingzwangerschap is het bevallingsverlof verlengd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof korter heeft geduurd dan 10 weken. In totaal bedraagt het meerlingenverlof minimaal 20 weken.

Speciale vormen van zwangerschaps- en bevallingsverlof

  • Extra bevallingsverlof bij ziekenhuisopname van het kindje: afhankelijk van de situatie kan het bevallingsverlof worden verlengd met maximaal 10 weken bij langdurige
    opname van de baby in het ziekenhuis. Dit extra verlof gaat in vanaf de 2e week dat het kindje in het ziekenhuis ligt.
  • Deeltijdbevallingsverlof: de periode van het bevallingsverlof vanaf 6 weken na de bevallingsdatum kan in overleg met de werkgever gespreid worden opgenomen over een periode van maximaal 30 weken. Hierdoor kan de moeder weer geleidelijk in het arbeidsproces komen. De werknemer moet dit uiterlijk 3 weken na de bevallingsdatum aanvragen bij de werkgever. De werkgever moet binnen 2 weken met het verzoek instemmen. Hij mag de aanvraag alleen weigeren als het bedrijf ernstig in de problemen komt.
  • Overname overblijvend bevallingsverlof bij overlijden moeder: de partner van een moeder die op de dag van de bevalling of tijdens het bevallingsverlof overlijdt, heeft recht op het resterende bevallingsverlof met behoud van salaris. Het pasgeboren kind is op die manier verzekerd van zorg door een ouder. Het gaat dan om de periode tot 10 weken na de bevalling. De partner krijgt dit verlof ook als de moeder zelfstandige was. Of als de moeder geen recht had op bevallingsverlof, bijvoorbeeld omdat ze niet werkte. De partner meldt het overlijden van de moeder en de opname van het verlof uiterlijk op de tweede dag volgend op haar overlijden bij zijn werkgever. De partner moet vervolgens binnen 4 weken na het overlijden van de moeder een afschrift van de akte van geboorte van het kind en van de akte van overlijden van de moeder aan de werkgever doen toekomen. De werkgever van de partner kan de loondoorbetaling bij het UWV claimen.

Geboorteverlof

Het geboorteverlof voor partners (ook wel partnerverlof genoemd) is eenmaal het aantal overeengekomen werkuren per week (dus maximaal 5 dagen). Dit verlof wordt volledig betaald door de werkgever. De werknemer kan deze dagen aanvragen en opnemen in de eerste 4 weken na de bevalling. Bij de geboorte van een meerling heeft de werknemer geen recht op extra geboorteverlof.

Aanvullend geboorteverlof

Naast het geboorteverlof voor de partner is er ook de mogelijkheid om 5 (extra) weken aanvullend geboorteverlof op te nemen. Een partner kan dan maximaal 6 weken verlof opnemen. De eerste week kan direct na de bevalling worden opgenomen of in de eerste 4 weken na de bevalling. De maximaal 5 extra weken moeten worden opgenomen in het eerste halfjaar na de bevalling. Voorwaarde voor dit aanvullende geboorteverlof is wel dat de werknemer eerst het geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur per week opneemt. Het is ook mogelijk om minder dan 5 weken aanvullend geboorteverlof op te nemen of het verlof te spreiden over een langere periode dan 5 weken. Dat moet dan wel in overleg met de werkgever.

Werknemers moeten het aanvullende geboorteverlof 4 weken voor de gewenste ingangsdatum aanvragen bij de werkgever en dit moet in hele weken. Lukt het op tijd aanvragen door omstandigheden niet, dan moet de werknemer dit zo snel mogelijk melden bij de werkgever. Gedurende het aanvullende geboorteverlof heeft de werknemer recht op een uitkering in het kader van de Wet arbeid en zorg ter hoogte van 70% van het maximumdagloon. Deze uitkering wordt via de werkgever uitbetaald aan de werknemer. De werkgever kan besluiten deze uitkering aan te vullen, maar is hiertoe niet verplicht, tenzij de geldende cao iets anders bepaalt.
De aanvraag en de uitbetaling van het aanvullend geboorteverlof verlopen via de werkgever. Dit sluit aan bij de al bestaande systematiek voor het aanvragen van uitkeringen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof en voor adoptie- en pleegzorgverlof.

Adoptie- en pleegzorgverlof

Een werknemer die een kind adopteert of een pleegkind in zijn gezin opneemt, heeft recht op 6 weken adoptieverlof of pleegzorgverlof. Het verlof geldt voor beide adoptie-/pleegzorgouders. Het verlof moet uiterlijk 3 weken voordat het verlof moet ingaan worden aangevraagd bij de werkgever.

Tijdens het verlof bouwt de werknemer gewoon vakantiedagen op en bij ziekte loopt het verlof door.
Het recht op adoptie- of pleegzorgverlof kan in een periode van 26 weken worden opgenomen, welke periode loopt vanaf 4 weken vóór de eerste dag van de feitelijke adoptie/opname in het pleegoudergezin tot 22 weken erna. Werknemers kunnen het verlof gespreid of later opnemen. Als een werknemer meer dan 1 kind tegelijkertijd adopteert of als pleegkind opneemt, kan slechts één keer het adoptie- of pleegzorgverlof aangevraagd worden. Gedurende het verlof heeft de werknemer recht op een adoptie- of pleegzorguitkering op grond van de Wet arbeid en zorg ter hoogte van 100% van het maximumdagloon. De uitkering wordt betaald door het UWV, via de werkgever.

Ouderschapsverlof

Ouderschapsverlof is onbetaald verlof dat een werknemer kan opnemen voor de zorg van een eigen kind jonger dan 8 jaar. Het is een vorm van onbetaald verlof dat bij de werkgever aangevraagd wordt en het geldt voor beide ouders. Ook de verzorger van die kinderen kan, mits hij/zij op hetzelfde adres woont als die kinderen, een verzoek om opname van ouderschapsverlof indienen. Voorwaarde hierbij is wel dat hij/zij duurzaam de verzorging en opvoeding van het kind op zich heeft genomen. Bij ouders is het overigens niet vereist dat ze op hetzelfde adres wonen. 

De duur van het ouderschapsverlof is maximaal 26 keer het aantal uren dat de werknemer per week werkt. Over ouderschapsverlofdagen wordt geen vakantie opgebouwd. Soms hebben werkgevers en werknemers (deels) doorbetaald ouderschapsverlof afgesproken. Over ouderschapsverlofuren die worden doorbetaald, vindt meestal wel vakantieopbouw plaats.

De werkgever mag de ouderschapsverlofuren niet aftrekken van de vakantie-uren van de werknemer. En een feestdag die samenvalt met ouderschapsverlof valt gewoon onder dat verlof.
Een werknemer heeft voor ieder kind recht op ouderschapsverlof.

De werkgever kan de werknemer vragen het verlof anders in te roosteren vanwege een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Het veranderde rooster geldt dan voor het hele ouderschapsverlof. De werkgever kan een voorstel doen tot 4 weken voor de ingangsdatum van het ouderschapsverlof.

Wanneer de werknemer van baan verandert voordat het verlof volledig is opgenomen, kan de werknemer bij de nieuwe werkgever aanspraak maken op het resterende deel van het verlof. De werkgever is verplicht op verzoek van de werknemer een verklaring uit te reiken, waaruit blijkt op hoeveel verlof de werknemer nog recht heeft.

Op dit moment krijgen werknemers in Nederland hun ouderschapsverlofuren niet uitbetaald. Vanaf 2 augustus 2022 krijgen ouders van jonge kinderen negen weken gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof. Ouders krijgen vanaf genoemde datum van het UWV een uitkering ter hoogte van 50% van hun dagloon, gemaximeerd op 50% van het maximumdagloon.

Kort- en langdurend zorgverlof

Kortdurend zorgverlof is er om enkele dagen noodzakelijke zorg te geven aan inwonende (adoptie- of pleeg)kinderen, aan de partner of aan ouders. De werkgever betaalt minstens 70% van het salaris door, maar niet minder dan het minimumloon en in beginsel niet meer dan 70% van het maximumdagloon. Tijdens het zorgverlof bouwt de werknemer vakantiedagen op. De werknemer kan maximaal 2 keer het aantal uren dat hij per week werkt als kortdurend zorgverlof opnemen in een periode van 12 maanden. De periode van 12 maanden begint op het moment dat voor het eerst een beroep wordt gedaan op het kortdurend zorgverlof. Kortdurend zorgverlof dat in een jaar niet wordt opgenomen, kan niet worden doorgeschoven naar een volgend jaar.

De werknemer moet het verlof zo spoedig mogelijk melden bij de werkgever en het gaat ook in op dat tijdstip. Wanneer de werknemer door de omstandigheden niet in de gelegenheid is om het verlof vooraf te melden, dan moet hij dit zo snel mogelijk alsnog doen.

Langdurend zorgverlof is er voor langere tijd en geldt voor dezelfde doelgroep als het kortdurend zorgverlof. De werkgever hoeft het salaris tijdens het langdurend zorgverlof niet door te betalen, maar de werknemer bouwt tijdens het verlof wel vakantiedagen op.

Het verlof bedraagt in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden ten hoogste zesmaal de arbeidsduur per week. De periode van 12 maanden gaat ook in dit geval in op de eerste dag waarop het verlof wordt genoten. Het verlof hoeft niet aaneengesloten te worden opgenomen en kan ook in deeltijd worden opgenomen.

Langdurend zorgverlof kan zowel worden opgenomen bij een levensbedreigende ziekte als voor de noodzakelijke verzorging bij ziekte of hulpbehoevendheid. Het hoeft niet zo te zijn dat de
overlevingskansen van de patiënt op korte termijn gering of nihil zijn. Een werknemer kan dan ook meerdere malen een verzoek om langdurend zorgverlof voor dezelfde persoon doen. Ook kan het opgenomen worden voor een naast familielid in het buitenland. In de wet is niet bepaald dat die zorg in Nederland moet worden verleend.

Langdurend zorgverlof vraagt de werknemer schriftelijk aan bij de werkgever. Dat moet minstens 2 weken voordat het verlof moet ingaan.

Let op! Werknemers kunnen ook kort- en langdurend zorgverlof opnemen voor de noodzakelijke zorg aan grootouders, kleinkinderen, broers en zussen, andere huisgenoten dan de kinderen of partner en mensen met wie de werknemer een sociale relatie heeft, waarbij de relatie zodanig moet zijn dat de te verlenen zorg rechtstreeks voortvloeit uit de relatie en deze redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend.

Wanneer het bedrijf daardoor in ernstige problemen komt, kan de werkgever na de melding voor kortdurend zorgverlof de verlofopname nog stoppen of niet in laten gaan. Op een later moment mag dat niet meer. Langdurend zorgverlof kan niet meer gestopt worden als het eenmaal begonnen is.
De werkgever mag (achteraf) om informatie vragen om te beoordelen of de werknemer recht heeft op verlof. Het langdurend zorgverlof kan niet worden gecompenseerd met vakantieaanspraken.

Wanneer in de cao of het personeelsreglement andere afspraken staan over zorgverlof, gelden die afspraken.

Calamiteiten- en kort verzuimverlof

Calamiteiten- en kort verzuimverlof is er voor situaties in het privéleven die de werknemer onmiddellijk moet oplossen: voor een bevalling van de partner, voor dokters- en ziekenhuisbezoek dat niet buiten werktijd te plannen is en voor andere situaties waarin de werknemer korte tijd niet kan werken. Hieronder valt ook een door de overheid opgelegde verplichting, die niet in de vrije tijd kan worden vervuld, of de uitoefening van actief kiesrecht. De werkgever betaalt het salaris gewoon door. Het calamiteiten- en kort verzuimverlof duurt, afhankelijk van de tijd die nodig is om de eerste problemen op te lossen, een paar uur tot een paar dagen. Duurt het langer, dan kan de werknemer eventueel, afhankelijk van de reden van het verlof, verzoeken om opname van kortdurend zorgverlof. In feite is hier sprake van een verschuiving van het loondoorbetalingsrisico van de werknemer naar de werkgever voor situaties die in de risicosfeer van de werknemer vallen.

Nieuwe subsidie zonnepanelen en windturbines


Gericht op mkb

WindmolensDe nieuwe subsidie is specifiek gericht op het mkb. Particulieren komen niet voor de subsidie in aanmerking. De subsidie kent tal van voorwaarden. Zo wordt alleen subsidie verstrekt voor windturbineprojecten als de aanvrager in het bezit is van een omgevingsvergunning.

Omvang subsidie

Voor windturbines bedraagt de subsidie € 66 per vierkante meter rotoroppervlak. Voor zonnepanelen is dit € 125 per kWp (kilowattpiek). De subsidies dekken daarmee ongeveer 15% van de gemiddelde marktprijs van de investering.

Aanvragen

Ondernemers kunnen de subsidies aanvragen bij RVO.nl.

Heeft u vragen over de nieuwe subsidies, kijk dan op RVO.nl of neem contact met ons op.

Let op bij uw laatste btw-aangifte van 2020!


Personeelsuitgaven

LaptopDe btw op personeelsuitgaven, zoals een kerstpakket, is alleen aftrekbaar als u in 2020 aan personeelsvoorzieningen voor een werknemer niet meer dan € 227 ex btw heeft uitgegeven. Zijn de uitgaven voor een werknemer hoger geweest, dan is de btw over alle personeelsvoorzieningen van deze werknemer niet aftrekbaar. Als u dit nog niet op een rij heeft over het afgelopen jaar, zult u dus nog even in uw administratie moeten duiken.

Relatiegeschenken

Voor de btw op relatiegeschenken geldt iets vergelijkbaars. Deze btw is voor u aftrekbaar als uw relatie, wanneer hij het geschenk zelf gekocht zou hebben, de btw voor 30% of meer had kunnen aftrekken. Is dit niet het geval, dan is de btw toch aftrekbaar als de relatiegeschenken aan een bepaalde relatie in 2020 niet meer dan € 227 ex btw gekost hebben. U zult dus ook uw relatiegeschenken moeten bijhouden.

Let op! Geeft u als ondernemer onverkoopbare voedingsmiddelen weg aan bijvoorbeeld de voedselbank, dan is de btw hierop wel aftrekbaar, ook als het bedrag meer dan € 227 is.

Medische hulpmiddelen vanwege corona?

Heeft u vanwege de coronacrisis medische hulpmiddelen aan zorginstellingen, -inrichtingen en huisartsen gratis weggegeven, dan is de btw hierop gewoon aftrekbaar als u de btw normaal gesproken ook kunt aftrekken. U moet wel op de factuur vermelden dat u gebruikmaakt van deze goedkeuring. De goedkeuring heeft betrekking op de periode van 16 maart 2020 t/m 31 december 2020.

Auto van de zaak

Bij een auto van de zaak kunt u alle btw in aftrek brengen, maar moet u aan het eind van het jaar en dus in deze btw-aangifte een correctie voor privégebruik toepassen. Die is de eerste vijf jaar 2,7% van de cataloguswaarde, de jaren erna is dit 1,5%.

Privéauto

Gebruikt u uw privéauto ook zakelijk, dan kunt u alle ritten bijhouden en alleen de btw op gebruik en onderhoud aftrekken die toerekenbaar is aan het zakelijk gebruik. Woon-werkverkeer wordt hierbij als privé aangemerkt. Zonder kilometeradministratie moet u uitgaan van een correctie van 1,5% van de cataloguswaarde.

Privégebruik

Voor (investerings)goederen die u ook privé gebruikt, zoals de pc, kunt u in beginsel alle btw in aftrek brengen en dit op het eind van het jaar corrigeren voor het privégebruik. Is het privégebruik bijvoorbeeld de helft, dan mag u ook maar 50% van de btw verrekenen. Voor investeringsgoederen moet u dit vijf jaar lang volgen en corrigeren, voor onroerend goed zelfs tien jaar. Hierna heeft een wijziging van het privégebruik geen btw-gevolgen meer.

Vrijgesteld gebruik

Een soortgelijke regeling geldt als u niet alleen belaste prestaties verricht, maar ook vrijgestelde prestaties zoals het afsluiten van verzekeringen. U mag dan een evenredig deel van de btw niet verrekenen. U moet voor investeringsgoederen weer vijf jaar volgen welk deel van uw omzet belast is en corrigeren indien dit afwijkt van uw aanname bij aankoop van het investeringsgoed. Voor onroerend goed moet u dit weer tien jaar volgen/corrigeren.

Heeft u vragen over de laatste btw-aangifte, neem dan contact met ons op.