All posts by holland_van_london

Ook in 2022 lager gebruikelijk loon innovatieve start-up


Wachten op evaluatie

LaptopDe regeling zou op 1 januari 2022 komen te vervallen, maar dat wordt met minstens één jaar uitgesteld omdat er nog wordt gewacht op een evaluatie van de regeling. Het is ook mogelijk dat de regeling na 2022 gewoon wordt voortgezet.

Innovatieve start-ups

Wordt uw bv voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering in 2022 als starter aangemerkt, dan mag u het gebruikelijk loon van de dga vaststellen op het wettelijk minimumloon. U kunt deze start-upregeling maximaal drie jaar toepassen.

Lager dan minimumloon?

Voor innovatieve start-ups is soms zelfs een lager gebruikelijk loon mogelijk dan het minimumloon, als hiervoor zakelijke gronden bestaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als de continuïteit van de bv in gevaar komt als de bv toch een gebruikelijk loon ter hoogte van het minimumloon zou uitbetalen.

Let op! Alle plannen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Heeft u vragen over het lagere gebruikelijk loon voor start-ups, neem dan contact met ons op.

Advieswijzer Echtscheiding en uw bedrijf 2021


HuwelijkEr komen vragen op u af als:

  • Kan de onderneming worden voortgezet?
  • Maakt uw partner aanspraak op een deel van (de waarde van) het bedrijf?
  • Wat gebeurt er met het pensioen?
  • Van welke financiële gegevens moet worden uitgegaan bij het berekenen van alimentatie?

Deze advieswijzer bevat een overzicht van enkele belangrijke zaken waarmee u als ondernemer te maken kunt krijgen bij een echtscheiding. Het zijn complexe zaken die om deskundige begeleiding vragen. Met behulp van deze advieswijzer inventariseert u uw persoonlijke situatie en komen er zaken aan de orde als:

  • Huwelijksvermogensregime: is er een algehele gemeenschap van goederen (voor 2018), een beperkte gemeenschap van goederen (vanaf 2018) of heeft u huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden gesloten?
  • Is Nederlands recht wel van toepassing? Dit kan een rol spelen als u in het buitenland hebt gewoond na uw huwelijk of als u en uw partner (ook) een andere nationaliteit hebben.
  • Rechtsvorm van uw bedrijf: is er sprake van een eenmanszaak, vof, maatschap, bv of andere vorm? Staat het bedrijf op uw naam en/of op uw partners naam? Werkt u beiden in het bedrijf? Is er een regeling getroffen over de eigendom van en/of het recht op een deel van de waarde van de onderneming?
  • Vermogens- en inkomenspositie: wat behoort tot uw privé- en zakelijk vermogen? Waaruit bestaat het gezinsinkomen? Heeft u kinderen?
  • Pensioenen: welke regelingen hebben u en uw partner gesloten? Is er een tot 1 juli 2017 opgebouwd pensioen in eigen beheer? Welke aanspraken heeft u beiden opgebouwd voor en tijdens het huwelijk?
  • Fiscaliteit: wat zijn de fiscale gevolgen van de scheiding? Moet u fiscaal afrekenen over de waarde van het bedrijf? Op welke fiscale valkuilen moet u alert zijn?

Tip! Ga regelmatig na of uw huwelijksvermogensregime nog wel past bij uw zakelijke en privébelangen.

Let op! Sinds 1 januari 2018 is voor nieuw te sluiten huwelijken de beperkte gemeenschap van goederen de standaard. In plaats van één gemeenschappelijk vermogen is sprake van drie vermogens: een huwelijksvermogen en een afzonderlijk vermogen voor ieder van de echtgenoten. Voorhuwelijks ondernemingsvermogen valt niet in de beperkte gemeenschap (vraag ook naar de Advieswijzer Nieuw huwelijksvermogensrecht).

Wel geldt dat een redelijke vergoeding voor kennis, vaardigheden en arbeid voldaan dient te worden aan de gemeenschap, voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van de echtgenoten komt of is gekomen. Dit vereist een nauwkeurige administratie tijdens het huwelijk. Het is verstandig om de waarde van de voorhuwelijkse onderneming goed vast te stellen en hierbij op te nemen op basis van welke grondslag dit is gebeurd.

Door de nieuwe wettelijke regeling is het overeenkomen van huwelijkse voorwaarden over het algemeen van nog groter belang.

Verdeling

Bij een algehele of beperkte gemeenschap vindt bij echtscheiding verdeling plaats van het vermogen dat in de gemeenschap is gevallen. Beide partijen zijn gerechtigd tot zijn/haar aandeel in de gemeenschap. In het kader van de verdeling dient waardering van het ondernemingsvermogen dan wel van de aandelen plaats te vinden, op voorwaarde dat deze tot de gemeenschap behoren.

Huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden

Zonder huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden valt de (waarde van de) onderneming in de te verdelen gemeenschap; met uitzondering van het voorhuwelijks ondernemingsvermogen bij een beperkte gemeenschap van goederen. Wellicht heeft u in uw huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden wel specifieke bepalingen opgenomen over de gerechtigdheid tot het eigen bedrijf. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een verrekenbeding, waarbij de waarde van het geheel of van een gedeelte van de onderneming moet worden verrekend.

Ook kan het zijn dat u een zogenaamd jaarlijks verrekenbeding in uw huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden heeft staan waar u nooit uitvoering aan heeft gegeven. De wet gaat er bij een echtscheiding dan in beginsel van uit dat uw totale vermogen gelijk met elkaar verrekend dient te worden.

Tegenbewijs is weliswaar mogelijk, maar de praktijk leert dat dit vaak erg lastig is. Ook kan het zijn dat er wel jaarlijkse berekeningen zijn gemaakt, maar dat die niet goed blijken te zijn; bijvoorbeeld omdat opgepotte winsten in de bv niet meegerekend zijn, terwijl dat wel had gemoeten. Het gevolg is dan dat of de berekeningen opnieuw gemaakt moeten worden (hetgeen vaak complex blijkt te zijn), of dat het totale vermogen toch verrekend dient te worden.

In het kader van een echtscheiding kan dus om afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden worden gevraagd. Het kan dan gaan om verdeling van een eenvoudige gemeenschap of een verrekening in het kader van een verrekenbeding.  Ook is het vaak lastig om dan nog vast te stellen wat er precies tussen de partijen verrekend moet worden.

Let op! Als u voor het huwelijk een eenmanszaak had die u tijdens het huwelijk met beperkte gemeenschap van goederen (dus alleen bij huwelijken gesloten na 1 januari 2018) in een besloten vennootschap heeft ingebracht, dan wordt deze besloten vennootschap niet zonder meer beschouwd als een voorhuwelijkse onderneming. Dit kan betekenen dat de vennootschap gemeenschappelijk is geworden en uw partner recht heeft op de helft van de waarde van de aandelen in de vennootschap.

Het kan dus zomaar zijn dat u als ondernemer de waarde van uw onderneming moet delen met uw (ex-)partner. De activa/passiva van het bedrijf dienen hiervoor reëel te worden gewaardeerd. De scheiding brengt het risico met zich mee dat het uitkopen van de ex-partner ten koste kan gaan van de continuïteit van het bedrijf. Als het bedrijf dan ook de belangrijkste inkomensbron is, is het zaak te zoeken naar passende oplossingen. Denk hierbij ook aan het (tijdelijk) aanhouden van een belang in de onderneming door uw ex-partner. Maar ook aan het verrekenen met andere bezittingen of het overnemen van schulden.

Let op! Ga na of bij een bedrijfsfinanciering ook privézekerheden, bijvoorbeeld een hypotheek op de woning, zijn verstrekt. Dit vraagt dan om extra aandacht bij de afwikkeling van de scheiding.

Verevening van pensioenrechten

Bij een echtscheiding heeft de ex-partner in principe recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Dit wordt pensioenverevening genoemd. Daarnaast heeft de ex-partner recht op een bijzonder partnerpensioen/nabestaandenpensioen.

Tip! U bent vrij om samen met uw ex-partner een andere verdeling af te spreken of zelfs te besluiten niet tot verevening van het ouderdomspensioen over te gaan. Ook conversie van pensioen is mogelijk. Wijkt u af van de wettelijke regeling, dan moet dit wel zijn vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant.

Fiscale gevolgen afspraken pensioen

Bij pensioen in eigen beheer spelen enkele belangrijke zaken, nu verdere opbouw sinds 1 juli 2017 niet meer mogelijk is. Over pensioen in eigen beheer heeft u voor 1 januari 2020 moeten beslissen. Koos u ervoor om het pensioen in eigen beheer ongewijzigd te laten (zonder verdere opbouw) en gaat u scheiden, dan blijft uw ex-partner voor zijn of haar deel van het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer afhankelijk van het reilen of zeilen van uw bv. De bv is en blijft immers in dit geval de pensioenuitvoerder. Omdat dit nadelig kan zijn voor uw ex-partner, kan deze ex-partner eisen dat het pensioenaandeel elders wordt ondergebracht. U en uw bv moeten hieraan meewerken. Dit is alleen anders als door afstorting van het pensioen de continuïteit van uw onderneming aantoonbaar in gevaar komt. Bovendien mag het afstorten er niet voor zorgen dat uw eigen pensioen in gevaar komt.

Tip! Het staat u en uw (ex-)partner te allen tijde vrij om te kiezen voor een alternatieve financiële oplossing.

Koos u ervoor om de pensioenaanspraak in eigen beheer af te kopen met een belastingkorting of om te zetten in een oudedagsverplichting, dan verliest uw partner zijn of haar rechten op een deel van het in eigen beheer opgebouwde ouderdomspensioen (partnerpensioen). Uw partner dient daarvoor wellicht ‘passend’ te worden gecompenseerd. ‘Passend’ kan ook betekenen dat u samen met uw partner schriftelijk vastlegt dat compensatie (uitsluitend) plaatsvindt wanneer u overlijdt of bij echtscheiding. Ook hier geldt dat iedere keuze mogelijk fiscale voordelen biedt, maar ook tot ongewenste fiscale complicaties kan leiden en dus moeten deze vooraf goed in beeld gebracht worden.

Let op! In bepaalde situaties is de partnercompensatie belast als periodieke uitkering en/of aftrekbaar als onderhoudsverplichting.

Alimentatie

Ook na een echtscheiding hebben uw ex-partner en u de plicht voor elkaar en de kinderen te zorgen door bij te dragen in de kosten van levensonderhoud (alimentatie). Voor het berekenen van de alimentatie gelden de zogenaamde ‘Tremanormen’. Bij de ondernemer is het van groot belang om niet alleen naar de jaarstukken uit het verleden te kijken, maar ook naar de kasstroom van de ondernemer, prognoses en informatie over de onderneming en de branche.

Partneralimentatie

Wanneer een van de ex-partners niet genoeg inkomsten heeft om van te leven, heeft de ander de plicht om bij te dragen in de kosten. Bij verzoekschriften ingediend voor 31 december 2019 eindigde de partneralimentatie in beginsel na verloop van twaalf jaar, te rekenen vanaf het inschrijven van de echtscheidingsbeschikking bij de gemeente. Bij verzoekschriften die na 1 januari 2020 zijn ingediend, geldt een nieuwe regeling en is de alimentatie beperkt in duur. Hoe lang alimentatie betaald dient te worden, hangt af van verschillende factoren, zoals de duur van het huwelijk, leeftijd van betrokkenen, leeftijd van eventuele kinderen en het moment van het ontvangen van AOW.

Let op! Over de hoogte en de duur van de alimentatie kunt u met elkaar naar eigen inzicht en mogelijkheden afspraken maken. Neem de afspraken volledig en duidelijk op in een echtscheidingsconvenant. Voorkom discussie over het ondernemersinkomen en de onderlinge draagkrachtverdeling. Daarnaast is bij een ondernemer van groot belang dat een dubbeltelling voorkomen wordt. Toekomstige geldstromen van de onderneming moeten niet twee keer worden meegenomen, dat wil zeggen zowel bij de waardering van de aandelen als bij de alimentatie.

Kinderalimentatie

De kosten van de kinderen (ook wel behoefte genoemd) worden in beginsel berekend aan de hand van het netto gezinsinkomen van partijen ten tijde van het uiteengaan. Verder wordt rekening gehouden met het aantal kinderen in een gezin en de leeftijd van de kinderen. Ook kan rekening worden gehouden met de (netto) oppaskosten voor en na de scheiding.
Bij het bepalen van draagkracht van ouders voor kinderalimentatie wordt gebruikgemaakt van een formule die is opgenomen in de Tremanormen. Aan de hand van het netto besteedbaar inkomen wordt dan berekend wat een ouder redelijkerwijs kan bijdragen in de kosten van de kinderen. In de formule wordt rekening gehouden met de bijstandsnorm alsook een component voor woonlasten.

Worden er schulden afgelost of heeft iemand bijzondere verplichtingen, zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan kan de formule hierop worden aangepast. Ouders die gaan scheiden, hoeven minder kinderalimentatie te betalen naarmate zij meer voor de kinderen zorgen in verband met de zorgkorting.

Fiscaal partnerschap

Een echtscheiding kan voor de scheidende partners uiteenlopende fiscale consequenties hebben. Op het moment dat u het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed heeft ingediend en u ook niet meer op hetzelfde adres ingeschreven staat, bent u geen fiscaal partner meer. Wel mag u in dat jaar nog kiezen om als fiscale partners de belastingaangifte in te vullen. Dit kan het jaar daarop niet meer. Bent u geen fiscaal partner meer, dan heeft dit vooral direct gevolgen voor een aantal regelingen in de inkomstenbelasting. Op hoofdlijnen gaat het om de volgende regelingen.

Doorschuiffaciliteit

Behoort het ondernemingsvermogen tot de te ontbinden gemeenschap van de (huwelijks)partners, dan wordt het deel van uw onderneming dat volgens het huwelijksvermogensrecht toekomt aan uw partner bij ontbinding van de gemeenschap geacht te zijn overgedragen tegen reële waarde. Over de fiscale meerwaarde (goodwill en stille reserves) van dit deel van de onderneming moet u als ondernemer dan afrekenen. Onder voorwaarden hoeft er echter niet te worden afgerekend en geldt er een belastingvrije doorschuiffaciliteit.

Terbeschikkingstelling (TBS)

Als u een vermogensbestanddeel (zoals een pand) ter beschikking stelt aan de onderneming, aanmerkelijk belang vennootschap of werkzaamheid van een verbonden persoon, dan is op dit vermogensbestanddeel de TBS-regeling van toepassing. Partners gelden voor de TBS-regeling als verbonden personen. De positieve en negatieve voordelen behaald met dit vermogensbestanddeel vormen dan belastbaar resultaat uit overige werkzaamheid (box 1). Met de echtscheiding eindigt de verbondenheid en de terbeschikkingstelling en vindt over het betreffende (aandeel in het) TBS-vermogen een fiscale afrekening plaats, tenzij er een doorschuiffaciliteit (fiscale begeleiding) van toepassing is. Bij huwelijkse voorwaarden speelt dit vaak niet. Het vermogensbestanddeel behoort tot uw vermogen en alleen u heeft te maken met de TBS-regeling.

Aanmerkelijk belang

Hebben uw partner en u een aanmerkelijk belang (AB), dan kan de scheiding tot gevolg hebben dat bij een of beide partners niet langer sprake is van een aanmerkelijk belang. Op dat moment is sprake van een fictieve vervreemding in de zin van de AB-heffing met een fiscale afrekening tot gevolg. Onder voorwaarden geldt ook hier een doorschuiffaciliteit.

Eigen woning

Bij een echtscheiding verlaat doorgaans een van de partners de woning. Op dat moment is deze woning voor de vertrekkende partner geen hoofdverblijf meer en daarmee zou voor dit aandeel in de woning de eigenwoningregeling en bijbehorende hypotheekrenteaftrek komen te vervallen. Maar, op voorwaarde dat de ex-partner in de woning blijft wonen, blijft de eigenwoningregeling op grond van de scheidingsregeling nog maximaal twee jaar na vertrek gelden. Naast de scheidingsregeling zijn er ook nog vele fiscale valkuilen als er een eigen woning in het spel is. Zo kan de aftrekbaarheid van de eigenwoningrente (deels) in gevaar komen als hierover geen goede afspraken zijn gemaakt.

Tot slot

Een echtscheiding vraagt om goede fiscale begeleiding. Er zijn veel regels om rekening mee te houden. Denk hierbij ook aan de verdeling van lijfrenten en kapitaalverzekeringen. Wij kunnen u begeleiden bij dit complexe proces.

Aandelenopties vanaf 2022 flexibeler belast


Huidige regeling

Advieswijzer verengingen en stichtingenVolgens de huidige regeling worden aandelenopties belast op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen. Een nadeel hiervan is dat er soms al belasting betaald moet worden op een moment dat de aandelen nog niet verkocht mogen worden of dat er nog niet voldoende middelen zijn om de belasting te betalen.

Nieuwe regeling

In de nieuw voorgestelde regeling moet de belasting in beginsel betaald worden op het moment waarop de bij uitoefening van de optie verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Op dat moment is er namelijk wel geld beschikbaar om de belasting te kunnen betalen.

Keuze

Een werknemer kan er onder de nieuwe regeling ook voor kiezen de optie volgens de huidige regeling te belasten. De werknemer kan hiervoor kiezen als hij bijvoorbeeld geen problemen heeft om de verschuldigde belasting te betalen.

Uitzondering

Er komt een uitzondering op de regeling als een werknemer de verkregen aandelen niet mag verkopen als gevolg van een contractuele beperking. In dat geval moet de belasting betaald worden uiterlijk vijf jaar na de beursgang van het bedrijf. Is het bedrijf reeds beursgenoteerd, dan vindt belastingheffing uiterlijk vijf jaar na uitoefening van de optie plaats.

Let op! Het voorstel moet nog door het parlement worden goedgekeurd.

Heeft u vragen over de nieuwe regeling voor aandelenopties, neem dan contact met ons op.

Uiterlijk 31 oktober definitieve NOW 1 aanvragen!


NOW 1

VirusVanwege de coronacrisis konden ondernemers die minstens 20% omzetverlies hebben geleden financiële compensatie aanvragen voor de loonkosten. Dit kon voor het eerst voor de periode maart t/m mei 2020. Het omzetverlies werd gebaseerd op een schatting. Vandaar dat nu de definitieve omzetdaling moet worden doorgegeven.

Helft nog niet binnen

Volgens minister Koolmees is ongeveer de helft van de definitieve aanvragen voor de NOW 1 nog niet binnen. Voor de NOW 2 is dit zo’n 77%. De definitieve aanvraag voor de NOW 2 moet vóór 6 januari 2022 worden gedaan.

Oorzaken

De oorzaak zou liggen in het feit dat ondernemers nog wachten op een accountantsverklaring of een verklaring van een derde. Die moeten vanaf een bepaalde hoogte van de tegemoetkoming worden bijgevoegd.

Let op! Als u nog op een accountantsverklaring of derdenverklaring wacht, moet u toch uiterlijk 31 oktober uw aanvraag indienen.

Als tijdens uw aanvraag gevraagd wordt of u al een accountantsverklaring of derdenverklaring heeft, geeft u aan dat u deze nog niet heeft. U kunt deze dan achteraf alsnog aanleveren tot uiterlijk 6 februari 2022.

Heeft u vragen over de definitieve aanvraag van NOW 1, neem dan contact met ons op.

Extra steun voor nachthoreca


VLN

ConcertDe VLN staat voor vaste lasten nachtsluiting horeca. De VLN is beschikbaar voor ondernemers die in het vierde kwartaal van dit jaar minstens 50% minder omzet draaien dan in het vierde kwartaal van 2019. Ook moeten de ondernemers in het tweede en derde kwartaal van dit jaar de TVL (tegemoetkoming vaste lasten) hebben ontvangen. De VLN richt zich daarmee op bedrijven die met langdurig omzetverlies te maken hebben.

Omvang VLN

Via de VLN kan een oplopend percentage van de vaste lasten vergoed worden, variërend van 50% tot maximaal 85%. In de VLN wordt een maximaal subsidiebedrag gehanteerd van € 250.000 per aanvraag en de VLN is daarmee met name gericht op kleinere ondernemingen die minder mogelijkheden hebben zich aan te passen. Een extra voorwaarde is wel dat de ondernemer in totaal niet meer dan € 1,8 miljoen overheidssteun voor vaste lasten krijgt tussen maart 2020 en december 2021.

Volgend jaar lagere zelfstandigenaftrek


Zelfstandigenaftrek

ZelfstandigenaftrekDe zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat zelfstandige ondernemers in de inkomstenbelasting ten laste van de winst mogen brengen. De zelfstandigenaftrek heeft als achtergrond dat ondernemers vanuit hun winst ook minder goede jaren moeten kunnen compenseren, moeten investeren en voor hun oude dag moeten zorgen.

Voorwaarden

De zelfstandigenaftrek kent een paar voorwaarden. Zo moeten ondernemers minstens 1225 uur in het jaar in hun bedrijf werkzaam zijn om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen. Ook moeten ze minstens de helft van hun werkzame uren aan hun bedrijf besteden. Deze laatste eis geldt niet voor starters.

Lager bedrag

Het bedrag van de zelfstandigenaftrek daalt volgend jaar van € 6.670 naar € 6.310. Verder daalt volgend jaar het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek verrekend kan worden naar 40%. Momenteel is dat nog 43%. Alleen ondernemers met een belastbaar inkomen van meer dan € 69.398 worden hierdoor getroffen.

Verdere afbouw

De komende tijd wordt de zelfstandigenaftrek in stappen verder afgebouwd naar uiteindelijk € 3.240 in 2036. Het kabinet wil hiermee de fiscale voordelen van zzp’ers ten opzichte van werknemers beperken.

Heeft u vragen over de beperking van de zelfstandigenaftrek in 2022, neem dan contact met ons op.

Special Miljoenennota 2022

Het demissionaire kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2021 de Miljoenennota 2022 en dus ook het Belastingplan 2022.

In de kabinetsplannen voor het komende jaar valt op dat geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld en dat het Klimaatakkoord grote invloed heeft op de besluiten van het kabinet.

Deze special bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode in het parlement worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2022 in werking, tenzij anders is vermeld.

  1. Tarieven
  2. Werkgever
  3. Verduurzaming
  4. Woningmarkt
  5. Ondernemingen
  6. Internationaal
  7. Overige en eerder aangekondigde maatregelen

Disclaimer
Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Overige, eerder aangekondigde en te verwachten voorstellen

Welke wijzigingen voert de Belastingdienst door om het systeem rondom de toeslagen menselijker te maken? En hoe zit het met de bedrijfsopvolgingsregeling in 2022? Deze en diverse eerder aangekondigde maatregelen zetten we voor u op een rij. Ook geven we aan welke onderwerpen nog ontbraken in het Belastingplan 2022.

7.1 Eerder aangekondigd: de turboliquidatie
Een turboliquidatie is een eenvoudige en snelle manier om een onderneming te beëindigen. De verwachting is dat door corona binnenkort veel ondernemers hun bedrijf willen beëindigen via deze turboliquidatie. Dit wetsvoorstel voert tijdelijk wijzigingen door om misbruik van turboliquidatie tegen te gaan. De wijziging betreft onder ander de introductie van een financiële verantwoordingsverplichting voor bestuurders. De wijzigingen zijn bedoeld om schuldeisers te beschermen en om de transparantie te vergroten. De internetconsultatie van dit wetsvoorstel is afgerond.

7.2 Winstvrijstelling voor Subsidie vaste lasten en Subsidie financiering vaste lasten startende mkb-ondernemingen (TVL)
De TOGS (ontvangen in 2020) en haar opvolger de TVL zorgen ervoor dat ondernemingen die zijn getroffen door de coronacrisis een tegemoetkoming kunnen ontvangen voor hun vaste lasten. De vergoedingen die op basis van deze regeling worden ontvangen behoren in beginsel tot de winst. Dit is niet wenselijk. Net zoals vorig jaar wordt de vrijstelling voor de TVL in de wet vastgelegd.

7.3 Maandelijkse gegevenslevering kinderopvangorganisaties
Om te helpen voorkomen dat ouders ontvangen kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen, wordt verplicht dat kinderopvangorganisaties (kindercentra en gastouderbureaus) maandelijks op eigen initiatief gegevens moeten verstrekken aan de Belastingdienst/Toeslagen over de afgenomen opvang per ingeschreven kind. In het verleden gebeurde dit jaarlijks. Dit wordt dus uitgebreid naar maandelijks en op eigen initiatief. Doordat de Belastingdienst/Toeslagen deze gegevens vroegtijdig ontvangt, kan de Belastingdienst/Toeslagen ouders vroeger informeren dat zij wijzigingen moeten doorgeven aan de Belastingdienst/Toeslagen.

7.4 Toeslagen
Naar aanleiding van de toeslagenaffaire staat in de plannen de mogelijkheid om een tegemoetkoming te bieden aan belastingplichtigen bij schrijnende gevolgen van onterecht handelen of nalaten van de Belastingdienst.

7.5 Bedrijfsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de schenk- en erfbelasting en de inkomstenbelasting blijft in de huidige vorm gehandhaafd. In juli 2021 heeft de Tweede Kamer twee moties aangenomen ter verbetering van de bedrijfsopvolgingsregeling.

  • In de eerste motie wordt geconstateerd dat Nederland een van de minst gunstige bedrijfs-opvolgingsregelingen kent van Europa en dat dit tot een onevenwichtig concurrentienadeel leidt ten opzichte van omringende landen. Onderzocht moet worden hoe de BOR kan worden verbeterd zodat er meer sprake is van een gelijk speelveld.
  • De tweede motie stelt vast dat in Nederland binnen de BOR de bezits- en voortzettingseis ertoe leidt dat acquisities in de eerste vijf jaar voor de schenking of één jaar voor vererving niet onder de BOR vallen. Onderzocht moet worden hoe de bezits- en voortzettingseis binnen de BOR kan worden geharmoniseerd met andere EU-landen.

Disclaimer
Bij de samenstelling van de teksten is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Internationaal

Bij internationaal ondernemen komen meerdere belastingregimes bij elkaar, wat kan leiden tot onwenselijke belastingdruk of belastingontwijking. Het Belastingplan 2022 bevat aanpassingen, nieuwe regelingen en maatregelen om onwenselijke gevolgen tegen te gaan.

6.1 Verrekening van voorheffingen aangepast
Een Nederlandse besloten vennootschap die beleggingen aanhoudt, kan de verschuldigde dividendbelasting en kansspelbelasting verrekenen met de vennootschapsbelasting. Buitenlandse lichamen kunnen dat niet. Onder druk van EU-recht is daarom per 1 januari 2021 een goedkeuring opgenomen voor teruggave van dividendbelasting en kansspelbelasting aan buitenlande portfolio-aandeelhouders. Deze regeling zorgt ervoor dat deze verrekening gemaximeerd wordt tot de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. De eventueel niet verrekende dividendbelasting schuift door naar een later jaar.

Er wordt geen termijn gesteld voor de voorwaartse verrekening. Een ‘verdamping’ van niet verrekende dividend-/kansspelbelasting is dan ook niet aan de orde. Deze maatregel gaat in per 1 januari 2022.

6.2 Zakelijkheidsbeginsel in grensoverschrijdende situaties
Gelieerde vennootschappen zijn verplicht om zakelijk met elkaar te handelen. Zij moeten voor aan elkaar geleverde diensten en goederen een prijs in rekening brengen die ‘at arms length’ is, oftewel de prijs die zou zijn overeengekomen tussen onafhankelijke partijen. Dit geldt in zowel binnenlands als grensoverschrijdende situaties. Als de Belastingdienst van mening is dat hier niet aan wordt voldaan, dan wordt de verrekenprijs aangepast totdat deze wel zakelijk is. Dit principe reikt zo ver dat de Belastingdienst een aanpassing doorvoert, zelfs wanneer de fiscus van de buitenlandse gelieerde partij dit voorbeeld niet volgt. Door deze eenzijdige aanpassing ontstaat een heffingslek. Om dit gevolg tegen te gaan, regelt een nieuw wetsvoorstel dat een aanpassing van de verrekenprijzen in Nederland de winst niet kan verlagen zonder dat het buitenland de fiscale winst aldaar verhoogt. Ook kent de wet regelingen voor overdracht van vermogensbestanddelen.

6.3 Belastingplichtmaatregel omgekeerde hybride lichamen
In het verleden hebben multinationals meermaals gebruikgemaakt van de verschillende kwalificaties die landen hanteerden omtrent de behandeling van belastingplichtigen. Per 1 januari 2020 zijn al maatregelen ingevoerd om hybride mismatches tegen te gaan. Het doel van het wetsvoorstel is om hybride mismatches die per 2020 nog niet geregeld zijn, de zogenaamde omgekeerde gevallen, verder te voorkomen. Het gaat daarbij om een verschil in fiscale kwalificatie van samenwerkingsverbanden, zoals besloten cv’s in cv-bv-structuren. In Nederland zijn deze samenwerkingsverbanden niet zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Belastingheffing vindt plaats op het niveau van de participanten (fiscale transparantie). Er ontstaat een kwalificatieverschil als de participanten van het samenwerkingsverband zijn gevestigd in een land dat deze fiscale transparantie niet kent. Per saldo heft dan dus geen enkel land belasting. Het voorstel strekt ertoe deze kwalificatieverschillen te neutraliseren door onder voorwaarden de kwalificatie van het samenwerkingsverband van het land waar de participanten gevestigd zijn te volgen. Dat betekent dat een vanuit Nederlandse fiscale optiek fiscaal transparant samenwerkingsverband in die situaties als zelfstandig belastingplichtig is aan te merken. In de praktijk maken vooral Amerikaanse concerns gebruik van deze structuren, omdat in de verhouding Nederland-Amerika deze mismatch aanwezig is.

Onder maatschappelijke druk hebben meerdere landen de handen ineengeslagen om elkaars kwalificatie af te stemmen. De laatste mogelijkheden tot zogeheten ‘mismatches’ dienen na invoering van een nieuwe wet – met ingangsdatum 1 januari 2022 – tot het verleden te behoren.

6.4 Volgorde CFC-verrekening
De deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting zorgt ervoor dat de resultaten van zowel binnenlandse als buitenlandse dochtervennootschappen zijn vrijgesteld van de winst van de Nederlandse houdstervennootschap. De deelnemingsvrijstelling is door toedoen van internationale bestrijding van belastingontwijking in bepaalde gevallen echter niet meer van toepassing.

Dit speelt bij zogenoemde Controlled-Foreign-Company (CFC) deelnemingen. Dit zijn buitenlandse dochtervennootschappen die zijn gevestigd in een laag belast land en tevens worden aangehouden met als hoofddoel om passieve (beleggings)inkomsten te genereren.
Indien meer dan een belang van 50% in een dergelijke deelneming wordt aangehouden, maken de resultaten van die deelneming toch onderdeel uit van de winst van de Nederlandse houdstervennootschap.

Om dubbele heffing te voorkomen, wordt de buitenlandse belastingheffing op de buitenlandse CFC-dochtervennootschap onder voorwaarden verrekend met de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting van de houdstermaatschappij. Bij meerdere aangehouden CFC-lichamen wordt de te verrekenen buitenlandse belasting per CFC-lichaam afzonderlijk berekend. De verrekening kan echter niet meer bedragen dan de vennootschapsbelasting die in Nederland is verschuldigd. Op dit moment schrijft de wet niet voor in welke volgorde deze verrekening van het kleinste naar het grootste bedrag aan winstbelasting moet plaatsvinden. Omwille van de uitvoerbaarheid van de verrekening in deze specifieke gevallen wordt voorgesteld om in de wet een verplichte volgorde van verrekening op te nemen. Indien de betaalde winstbelasting van CFC’s even groot zijn, zullen de bedragen naar evenredigheid worden verrekend.

Ondernemingen

Van beperking in de verliesverrekening vennootschapsbelasting tot het vereenvoudigen van de systematiek van een S&O-aanvraag. Ook voor ondernemingen brengt het Belastingplan 2022 de nodige wijzigingen en gevolgen met zich mee. Lees hier waar u als ondernemer op moet letten.

5.1 One Stop Shop (OSS)-regeling bij negatieve omzet (import)
Eerder dit jaar zijn er nieuwe e-commerceregels geïmplementeerd. Deze regels worden versoepeld in het geval van een negatieve btw-melding.

In bepaalde gevallen kan een buitenlandse btw-ondernemer een negatieve omzet behalen voor afstandsverkopen naar Nederland. Zo’n situatie doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een btw-ondernemer uit een andere EU-lidstaat afstandsverkopen verricht en deze ondernemer in het belastingtijdvak meer retourzendingen ontvangt dan goederenleveringen verricht. De OSS-aangifte zou dan resulteren in een teruggaaf van btw.

Tot voor kort was het onduidelijk of in dergelijke gevallen (aanvullend) een teruggaafverzoek via de EU-portal moest worden gedaan. De staatssecretaris van Financiën geeft aan dat dit in Nederland niet het geval is. De Belastingdienst moet een negatieve (I)OSS-aangifte als teruggaafverzoek in behandeling nemen. Dit scheelt de buitenlandse ondernemer administratieve rompslomp, want er hoeft namelijk geen separaat teruggaafverzoek te worden ingediend. Deze versoepeling wordt met terugwerkende kracht verleend naar 1 juli 2021.

Let op!
Deze toezegging geldt enkel in de situatie dat een btw-ondernemer uit een andere EU-lidstaat recht heeft op een teruggaaf van Nederlandse btw. Voor Nederlandse btw-ondernemers die in een andere EU-lidstaat op een negatief bedrag (teruggaaf) uitkomen, is altijd extra aandacht vereist. Nog niet alle EU-lidstaten hebben duidelijkheid verschaft over de manier van het terugvragen van de ‘buitenlandse-btw’ op retourzendingen. Dit betekent dat deze ‘versoepeling’ vooral een tegemoetkoming is voor btw-ondernemers uit andere EU-lidstaten.

5.2 Beperking verliesverrekening vennootschapsbelasting
Wanneer uw bedrijf over een jaar verlies draait, kunt u dit verlies verrekenen met de winst van het jaar daarvoor of met de winsten in de komende zes jaren. Vanaf 2022 zijn verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar en vervalt de termijn voor de voorwaartse verliesverrekening van zes jaar. Verliezen kunnen daardoor niet langer meer verdampen of verloren gaan. De achterwaartse verliesverrekening wijzigt niet en blijft beperkt tot 1 jaar. Maar de verrekening wordt wel afgezwakt. De verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) zijn tot een bedrag van € 1.000.000 aan belastbare winst verrekenbaar. Als de winst hoger is, zijn de verliezen slechts tot 50% van die hogere winst in een jaar verrekenbaar. Deze aanpassing was al eerder aangekondigd en gaat per 1 januari 2022 in.

Overgangsregeling
De huidige voorwaartse verliesverrekening is beperkt tot een maximum van 6 of 9 jaar. Zo is een verlies uit 2013 op dit moment verrekenbaar tot en met 31 december 2022. Verliezen vanaf 1 januari 2022 zijn net als de nog openstaande verliezen per 31 december 2021 onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Dit betekent dat als op 31 december 2021 nog verliezen openstaan vanaf het jaar 2013, deze verliezen vanaf 2022 weer onbeperkt verrekenbaar zijn. Verliezen uit 2012 vallen niet onder deze overgangsregeling, aangezien deze verliezen slechts verrekenbaar zijn tot 31 december 2021.

5.3 Vereenvoudigen en verduidelijken systematiek S&O-aanvraag
In 2019 is de Wet ter bevordering van speur- en ontwikkelingswerk (afgekort WBSO) geëvalueerd en is aanbevolen om de systematiek van indienen en toekennen van een S&O-aanvraag te vereenvoudigen en te verkorten. Daarom wordt een aantal wijzigingen doorgevoerd om de aanvraag-, mededelings- en verrekensystematiek verder te vereenvoudigen en te flexibiliseren. Daarnaast wordt verduidelijkt dat alleen kosten en uitgaven die aangevraagd zijn en waarvoor een S&O-afdrachtvermindering toegekend is, kunnen worden opgevoerd bij de mededeling.