Verruiming NOW 1.0

Voor de NOW 1.0 is tevens een verruiming opgenomen. Deze verruiming beoogt onder andere seizoenbedrijven tegemoet te komen die tussen januari en maart hebben opgeschaald in personeel. De loonsom van maart in plaats van de niet-representatieve loonsom van januari zal in dat geval als referentiekader worden genomen.

Is de loonsom van maart tot en met mei hoger dan de loonsom van driemaal de loonsom van januari, dan wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de definitieve subsidievaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart, met als peildatum 15 mei. Deze nieuwe rekenmethode geldt automatisch voor alle werkgevers die een hogere gemiddelde loonsom hebben in de periode maart tot en met mei, in vergelijking met de maand januari (inclusief maximering).

Deze aanpassing is ook gunstig voor werkgevers met een 0-loonsom in januari of geen loonsom in januari en november, bijvoorbeeld omdat ze pas net zijn begonnen. Als zij een aanvraag hebben gedaan, hebben ze een afwijzende beschikking ontvangen. Deze werkgevers, die geen voorschot ontvangen, zullen door UWV actief benaderd worden om aan te geven dat ze straks bij de definitieve subsidievaststelling mogelijk toch in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten.

Werkgevers met een 0-loonsom in januari of geen loonsom in januari en november die om deze reden geen aanvraag hadden ingediend, kunnen die aanvraag alsnog indienen tot en met 5 juni. U zal dan weliswaar geen voorschot ontvangen, maar u komt bij de definitieve vaststelling dan mogelijk in aanmerking voor een tegemoetkoming in de loonkosten.