Overige eerder aangekondigde en te verwachten voorstellen

Hoe zit het met de bedrijfsopvolgingsregeling in 2023? En hoeveel worden de belastingen op tabak, alcoholvrije dranken (frisdrank) en lachgas verhoogd? Deze en diverse eerder aangekondigde maatregelen zetten we voor u op een rij. Ook geven we aan welke onderwerpen nog ontbraken in het Belastingplan 2023.

8.1 Aanpassing BOR uitgesteld
De Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) houdt de gemoederen al geruime tijd bezig. Deze regeling voorziet bij de overgang van ondernemingsvermogen kort gezegd in een gedeeltelijke vrijstelling van erf- en schenkbelasting en een doorschuiven van inkomstenbelasting. Hoewel de afgelopen tijd verschillende alternatieven voor de BOR zijn geïntroduceerd (variërend van versobering tot omvorming tot afschaffing), wordt deze faciliteit komend jaar nog ongemoeid gelaten, zo liet staatssecretaris Van Rij in een interview met het FD weten. Volgens de Miljoenennota zal de BOR volgend jaar wel worden aangepast. Verhuurd vastgoed zal bij voorbaat niet meer kwalificeren als ondernemingsvermogen, waardoor de faciliteit voor dergelijk vermogen niet kan worden ingeroepen.

Naast de BOR is aangekondigd dat wordt gekeken naar belastingconstructies die betrekking hebben op onder meer de volgende onderwerpen:

  • Via NSW-landgoederen fiscale vrijstellingen verkrijgen.
  • 30%-regeling en het belastingvoordeel op (inkomen uit) vermogen.
  • De familiebank: voordelige vermogenstransacties binnen de familie.

8.2 Verhogen tabakaccijns
In lijn met het coalitieakkoord stelt het kabinet voor de tabaksaccijns te verhogen. De gemiddelde verkoopprijs voor een pakje sigaretten (20 stuks) moet in 2024 op ongeveer € 10 uitkomen. Dit zal in twee gelijke, opvolgende stappen gebeuren. Het tarief van accijns op rooktabak (bijvoorbeeld shag) per kilogram wordt eveneens in 2023 verhoogd, gelijk aan het tarief van de accijns van sigaretten. De accijns op sigaren gaat ook omhoog (twee keer met 1%).

8.3 Verhogen verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (de suikertaks)
Ook in lijn met het coalitieakkoord stelt het kabinet voor om de verbruiksbelasting voor alcoholvrije dranken te verhogen. Hiervoor wordt in de Wet verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken (Wvad) per 1 januari 2023 het tarief per hectoliter alcoholvrije drank verhoogd met € 11,37. De verbruiksbelasting komt dan uit op € 20,20.

Het kabinet wil mineraalwater uitzonderen van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken. Dat kan pas een jaar later, per 1 januari 2024, omdat de douane deze systeemaanpassing pas vanaf die datum kan uitvoeren.

Het laagste tarief in de bieraccijns (voor lichte bieren) komt overeen met het tarief van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Het laagste accijnstarief op bier zal met ingang van 2023 en 2024 met dezelfde bedragen worden verhoogd als het tarief op alcoholvrije dranken.

8.4 BTW-tarief lachgas
Lachgaspatronen vallen voortaan onder het standaard 21% btw-tarief (behoudens de toepassing van een specifieke uitzondering voor de levering van lachgas dat kwalificeert als geneesmiddel). Reden hiervoor is dat lachgaspatronen ook worden gebruikt als recreatief middel. Deze wijziging wordt mede doorgevoerd om het beleid aan te sluiten op de wijziging van de Opiumwet.

8.5 Wet excessief lenen
Met de Wet excessief lenen wordt beoogd om leningen van een vennootschap aan haar dga te ontmoedigen. Vanaf 31 december 2023 wordt in box 2 een fictieve winstuitdeling tegen een tarief van 26,9% (tarief in 2023) in aanmerking genomen wanneer de schulden van de dga en diens partner aan de eigen vennootschap gezamenlijk meer bedragen dan € 700.000.

De maatregel geldt ook voor schulden bij de vennootschap van bloed- en aanverwanten van de dga en de partners van die bloed- en aanverwanten.

Eigenwoningschulden met een notarieel gevestigde hypotheek of eigenwoningschulden aangegaan vóór 1 januari 2023 worden niet meegerekend, mits voor deze schulden hypotheekrenteaftrek bestaat.

8.6 Beperking giftenaftrek anbi’s
Anbi’s zijn goede doeleninstellingen die voldoen aan bepaalde, in de fiscale wetgeving vastgelegde vereisten. Een belangrijke voorwaarde voor de anbi-status is dat de instelling zich voor minimaal 90% bezighoudt met een ideële doelstelling.

Giften aan anbi’s zijn aftrekbaar van het inkomen voor de inkomstenbelasting. Voor periodieke giften aan anbi’s (die gedurende minimaal vijf jaar worden gedaan) geldt daarbij dat deze onbeperkt aftrekbaar zijn. Niet-periodieke giften worden in aftrek beperkt door een inkomensafhankelijke drempel en plafond.

Een particulier of familie kan ook zelf een stichting oprichten, daarvoor de anbi-status aanvragen en vervolgens een periodieke schenking aan deze anbi verrichten. Het kabinet vindt het niet wenselijk dat (zeer) vermogende particulieren door middel van hoge donaties hun gehele inkomen kunnen terugbrengen tot nihil. Daarom wordt voorgesteld de periodieke giftenaftrek te beperken tot € 250.000 per huishouden.

De precieze uitwerking van deze maatregel zal worden opgenomen in de nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2023.

8.7 Handhaving schijnzelfstandigheid
In het Belastingplan zijn geen nieuwe maatregelen opgenomen in verband met de schijnzelfstandigheid van zzp’ers. Het handhaven van de wetgeving hierover was al aangekondigd in juni 2022. Het gebruik van de modelovereenkomsten voor zzp’ers wordt hiermee gehandhaafd.

8.8 Overdracht stamrechten naar beleggingsonderneming
Tot 31 december 2013 was het mogelijk om een stamrecht af te spreken bij ontslag. Dit hield in dat de ontslagvergoeding werd aangewend voor een stamrecht op grond waarvan er op dat moment geen loonbelasting verschuldigd was. De ontslagvergoeding kon bijvoorbeeld in een eigen bv zijn ondergebracht. Over de uitkeringen die plaatsvinden, moet vervolgens loonheffing worden ingehouden. Nu is goedgekeurd dat ook beleggingsondernemingen kwalificeren als toegelaten aanbieders voor de uitvoering van het stamrecht. Dit betekent dat stamrecht-bv’s kunnen worden beëindigd en het saldo kan worden overgedragen aan een beleggingsonderneming. Dit scheelt weer administratieve lasten voor degene met een stamrecht-bv. Deze maatregel heeft een terugwerkende kracht tot en met 1 april 2017.

8.9 Verhoging thuiswerkvergoeding 2023
De onbelaste thuiswerkvergoeding wordt per 1 januari 2023 geïndexeerd aan de hand van de tabelcorrectiefactor. Hierin wordt rekening gehouden met de inflatie. Naar verwachting zal de tabelcorrectiefactor uitkomen op 1,063. Dit betekent dat de onbelaste thuiswerkvergoeding vanaf 2023 waarschijnlijk uitkomt op € 2,13 per thuiswerkdag. De wet biedt geen ruimte voor verdere verhoging, ondanks dat het Nibud in maart 2022 heeft berekend dat de kosten voor thuiswerken ongeveer € 3,05 bedragen.

Let op!
Het werkelijke bedrag dat onbelast vergoed kan worden in 2023 zal medio december van dit jaar bekend worden.

8.10 Invoering van een grondslag voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente in specifieke gevallen.
Er zijn bepaalde situaties waarin de Belastingdienst kan besluiten om de invordering van belastingschulden aan te houden. In dergelijke situaties wordt na het vervallen van de enige of laatste betalingstermijn invorderingsrente in rekening gebracht. Er wordt een juridische grondslag gecreëerd om bepaalde situaties aan te wijzen waarin geen invorderingsrente in rekening wordt gebracht.

Een situatie die momenteel aan de orde is en waarin het onredelijk wordt geacht om invorderingsrente in rekening te brengen, betreft de voorlopige aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2022 mét belasting over box 3-vermogen. Bij het vaststellen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 is namelijk geen rekening gehouden met het Kerstavond-arrest van de Hoge Raad. Het corrigeren van deze voorlopige aanslagen is echter uitvoeringstechnisch niet mogelijk. Daarom is besloten om de dwanginvordering van deze voorlopige aanslagen over het jaar 2022 met box 3-inkomen niet aan te laten vangen.

8.11 FBI en vastgoed
Het kabinet wil per 1 januari 2024 een maatregel introduceren in de vennootschapsbelasting op basis waarvan fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) niet meer direct in vastgoed mogen beleggen. Deze maatregel zal worden opgenomen in het Belastingplan 2024.

8.12 Mijnbouwheffing: extra belasting voor energiebedrijven
Door de bijzondere tijden zijn bij energiebedrijven grote winsten ontstaan. De winsten van energiebedrijven zullen extra worden belast door middel van een verhoging van de zogenaamde mijnbouwheffing. De precieze uitwerking volgt in de nota van wijziging.