Nieuwsberichten februari 2019

1. Werkkostenregeling per 2020 verruimd

Werkgevers mogen per 2020 meer uitgeven aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor hun personeel. De verruiming heeft de vorm van een verhoogd percentage van 1,7% tot een loonsom van € 400.000. Daarboven blijft het bestaande percentage van 1,2% gelden. De maatregel is vooral bedoeld voor het mkb. Met name kleinere werkgevers met een bescheiden loonsom profiteren ervan.
Het hogere percentage van 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom betekent dat maximaal
€ 2.000 aan extra belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen kan worden gegeven. Let op: dit voorstel moet nog worden goedgekeurd door het parlement.

Voorbeeld:
Een werkgever met een loonsom van € 500.000 kan nu 1,2% ofwel € 6.000 uitgeven aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Vanaf volgend jaar wordt dit 1,7% x € 400.000 + 1,2% x € 100.000, ofwel € 6.800 + € 1.200 = € 8.000.

De verruiming betekent dat met name kleinere werkgevers minder vaak een eindheffing van 80% over vergoedingen en verstrekkingen moeten betalen. Deze is namelijk verschuldigd wanneer er meer wordt uitgegeven dan de vrijgestelde bedragen en komt voor rekening van de werkgever.

2. Wijziging kantineforfait sportclubs

Vanwege de verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9% per 1 januari 2019, is ook het kantineforfait voor sportclubs per dezelfde datum gewijzigd. Sportverenigingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld van btw-heffing, hoeven over hun kantineontvangsten geen btw af te dragen. Ze kunnen dan ook geen btw aftrekken over de inkoop. Voorwaarde is dat de kantineontvangsten in 2019 niet meer dan € 68.067 bedragen. Gaan de ontvangsten over deze grens heen, dan mag voor de btw-afdracht een forfaitair percentage worden toegepast. Dit percentage is verhoogd van 11,5% naar 13%.

De goedkeuring is alleen van toepassing als de kantine als normale nevenactiviteit van de sportclub kan worden beschouwd. Dit betekent dat de activiteiten van de kantine moeten samenhangen met de primaire activiteiten van de betreffende sportclub. Deze goedkeuring heeft tot gevolg dat de totale kantineontvangsten de grondslag vormen van de heffing. Dat geldt dus niet alleen voor de opbrengst voor het verstrekken van voedsel en drank, maar ook voor de opbrengst uit de exploitatie van speelautomaten en dergelijke.

3. Loonheffingennummer aanvragen nieuwe bv

Vanaf 1 januari 2019 moeten nieuwe bv’s weer zelf een loonheffingennummer aanvragen. Vanaf 1 april 2018 ging het toekennen van dit nummer automatisch, maar de Belastingdienst heeft zijn werkwijze aangepast.

Een loonheffingennummer is noodzakelijk als een bv werknemers in dienst heeft. Dit is meestal het geval, omdat ook de dga van een bv fiscaal als werknemer wordt aangemerkt. Aan een dga moet ten minste een gebruikelijk loon worden betaald, waarop de bv loonheffing moet inhouden. U dient onder andere gegevens in te vullen over uw bv, over in dienst tredende werknemers en over de bedrijfsactiviteiten.

Een loonheffingennummer kan online worden aangevraagd via de site van de Belastingdienst.

Geen loonheffingennummer?
Een bv met een dga die geen loonheffingennummer aanvraagt, krijgt een vragenlijst van de Belastingdienst. Daaruit zal moeten worden opgemaakt waarom geen nummer is aangevraagd en waarom u van mening bent dat u als dga geen beloning hoeft te ontvangen.

4. Hogere vrijstelling bij schenking bedrijf

Als een bedrijf wordt geschonken of geërfd, moet schenk- of erfbelasting worden betaald. Onder voorwaarden geldt bij het schenken of erven van een bedrijf in 2019 een vrijstelling van € 1.084.851. Dit is bijna € 13.000 meer dan vorig jaar. Van het meerdere boven deze grens is nog eens 83% vrijgesteld van belasting.

Het doel van de regeling is dat het voortzetten van een bedrijf minder gehinderd wordt door fiscale obstakels. Een van de voorwaarden is dan ook dat het bedrijf minstens vijf jaar wordt voortgezet door de verkrijger.

Let op!
Betreft het een bv, dan moet de onderneming van deze bv nog minstens vijf jaar worden uitgeoefend en moet de verkrijger de aandelen minstens vijf jaar in bezit houden. Hij of zij hoeft dus niet werkzaam te zijn voor het bedrijf. Bij schenken zal tevens een beroep worden gedaan op de doorschuiving van de aanmerkelijkbelangbelasting (box 2). Een extra voorwaarde is dat de verkrijger minimaal 36 maanden bij de onderneming betrokken is.

Over het belaste deel van een schenking of erfenis wordt een aanslag opgelegd waarvoor onder voorwaarden maximaal tien jaar uitstel van betaling kan worden verleend.

5. Vraag btw op zonnepanelen snel terug

Particulieren die zonnepanelen aanschaffen, kunnen de btw op de aanschafkosten terugkrijgen. Vanaf dit jaar is dit gebonden aan een termijn, zo maakte de staatssecretaris van Financiën bekend. De termijn is vanaf dit jaar zes maanden na het jaar van aanschaf. Koopt u dit jaar dus zonnepanelen, dan moet u vóór 1 juli 2020 de btw terugvragen.

Voor alle zonnepanelen die vóór 2019 zijn aangeschaft, is er overgangsrecht. De btw op deze zonnepanelen dient vóór 1 juli 2019 te worden teruggevraagd, voor zover dit uiteraard nog niet is gedaan. Het maakt dus niet uit in welk jaar de zonnepanelen zijn aangeschaft.

Door het terugvragen van de btw is de aanschaf van zonnepanelen extra voordelig. De levering van energie die met de zonnepanelen wordt opgewekt, is weliswaar belast, maar deze btw hoeft in vrijwel alle situaties niet te worden betaald. Dit vanwege de zogenaamde kleineondernemersregeling in de btw, die ervoor zorgt dat bedragen tot € 1.345 aan btw niet hoeven te worden afgedragen.

6. Fiscaal overgangsrecht bij harde Brexit

Staatssecretaris Snel van Financiën vindt het wenselijk om met fiscaal overgangsrecht – anders dan de douanewetgeving – te komen als er op 29 maart sprake zal zijn van een harde Brexit. Een harde Brexit leidt namelijk direct tot een andere fiscale behandeling van bedrijven en burgers.

  • Zo heeft een no-deal-Brexit gevolgen voor de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting, waarbij bijvoorbeeld een zogeheten topmaatschappij in het VK is gevestigd. Na een no-deal-Brexit wordt een dergelijke fiscale eenheid van rechtswege verbroken, aldus de staatssecretaris.
  • Ook Nederlanders die in het VK woonachtig zijn en van wie het inkomen (deels) in Nederland is belast, verliezen na de Brexit het recht op eventuele persoonsgebonden aftrekposten.

Snel wil daarom een regeling voor burgers voor een aantal belastingwetten voor het lopende belastingjaar, waarbij het VK nog wordt beschouwd als onderdeel van de EU. Hierdoor blijft het huidige fiscale regime voorlopig van toepassing. Daarnaast wil hij ook overgangsrecht voor bedrijven, bijvoorbeeld wat betreft de fiscale eenheid en bijvoorbeeld om te voorkomen dat in hetzelfde boekjaar verschillende fiscale behandeling plaatsvindt over hetzelfde feitencomplex.