Nieuwsberichten april 2019

1. WOZ-waarde bedrijfspand: wat kunt u afschrijven?

Met ingang van dit jaar is de WOZ-waarde voor bv’s nog belangrijker geworden vanwege een wijziging van de regels inzake afschrijving. De WOZ-waarde is bepalend voor de vraag of u nog op uw bedrijfspand kunt afschrijven. Voor bv’s is vanaf 2019 bepaald dat afgeschreven kan worden tot de WOZ-waarde van uw pand. Tot 2019 kon u afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde. De nieuwe regeling is dus een forse beperking van uw afschrijvingsmogelijkheden.

Voorbeeld:
U bezit een bedrijfspand met een boekwaarde van € 2,4 miljoen. De WOZ-waarde wordt eveneens vastgesteld op € 2,4 miljoen. Dit betekent dat u als bv niet meer op het pand mag afschrijven. Na taxatie door een taxateur blijkt uw pand een waarde van € 2,2 miljoen te hebben. Indien na bezwaar de WOZ-waarde wordt vastgesteld op € 2,2 miljoen, kunt u nog maximaal € 200.000 op het pand afschrijven.

Stel dat u het pand jaren geleden voor € 4,5 miljoen heeft gekocht en in 40 jaar afschrijft tot een veronderstelde restwaarde van € 500.000. U mag dan in 2019 1/40 x (€ 4.500.000 -/- € 500.000) = € 100.000 afschrijven. Bij ongewijzigde omstandigheden mag dat ook nog in 2020. Daarna bedraagt de boekwaarde net als de WOZ-waarde € 2,2 miljoen en is verder afschrijven niet meer mogelijk.

2. Kunt u een bedrijfsauto van uw werknemer terugnemen?

Onlangs kwam een zaak voor de rechter waarbij een werkgever vanuit kostenoogpunt het contract inzake een aan een werknemer ter beschikking gestelde auto wilde beëindigen. De werknemer was het hiermee niet eens, waarna men samen besloot het conflict aan de rechter voor te leggen. Voor de rechter werd duidelijk dat de betreffende werknemer niet meer voldeed aan de voorwaarden waarbij recht bestond op een auto van de zaak. Wegens wijziging van zijn werkzaamheden reed hij namelijk niet meer voldoende zakelijke kilometers.

De rechter diende de afweging te maken of er sprake was van een ‘zwaarwichtig belang’ voor de werkgever en of de rechten van de werknemer hiervoor in redelijkheid dienden te wijken. De rechter vond dat er inderdaad sprake was van een dermate zwaarwichtig belang. Bovendien voldeed de werknemer niet meer aan de voorwaarden om voor een leaseauto in aanmerking te komen. Wel diende er voor een periode van twee jaar een tegemoetkoming te worden verstrekt in de kosten van een in privé aan te schaffen auto.

3. Kruislings schenken wordt aangepakt

De Belastingdienst gaat optreden tegen constructies waarbij kruislings wordt geschonken. Kruislings schenken wordt gebruikt om meerdere keren van de schenkvrijstelling ten behoeve van de eigen woning gebruik te kunnen maken. De vrijstelling bedraagt in 2019 eenmalig € 102.010.

Via constructies waarbij ouderparen met anderen afspreken om bijvoorbeeld aan elkaars kind te schenken ten behoeve van een eigen woning, kan toch meerdere keren van de schenkvrijstelling worden geprofiteerd. De vrijstelling geldt namelijk ook voor schenkingen tussen willekeurige derden.

Volgens de staatssecretaris is een en ander in strijd met de letter en de geest van de wet. Hij geeft dan ook aan dat er bij dergelijke constructies door de fiscus van uit wordt gegaan dat de ouder zelf geschonken heeft. Dit betekent dat de ontvanger van de schenking over de tweede schenking belasting moet betalen.

4. Btw voor uw medische dienst

Onlangs bracht een gezondheidscentrum een zaak voor de rechter waarbij het ging om de vraag of ook hun medische diensten vrijgesteld waren van btw. De diensten van het gezondheidscentrum bestonden uit behandelingen door fysiotherapeuten en psychologen.

Zij waren bij het gezondheidscentrum in dienst. In de betreffende zaak ging het om diensten die deze paramedici verleenden aan een organisatie voor jeugdbescherming, jeugdhulpverlening en onderwijs. Ook die organisatie verrichtte grotendeels vrijgestelde diensten, waardoor de btw die het gezondheidscentrum in rekening bracht, kostenverhogend was.

De rechter was van mening dat de diensten van het gezondheidscentrum gekwalificeerd werden als medische diensten, en dus vrijgesteld zijn van btw. Er was geen sprake van het uitlenen van medisch personeel, omdat er zelfstandig werd gewerkt en niet onder verantwoordelijkheid en risico van de afnemer. Ook waren de fysiotherapeuten en psychologen niet werkzaam in het organisatorische verband van de afnemer van de diensten.

5. Uw administratie moet goed te controleren zijn

Als ondernemer bent u verplicht een administratie te voeren. In beginsel bent u vrij te bepalen hoe u dit doet, maar uw administratie moet wel binnen een redelijke termijn te controleren zijn. Bovendien bent u er zelf verantwoordelijk voor dat uw administratie controleerbaar blijft. U moet de administratie ook bewaren, in beginsel zeven jaar en minstens tien jaar als het onroerende zaken betreft. Ook dit is niet vormvrij, want de eis blijft gelden dat een en ander binnen een redelijke termijn te controleren moet zijn.

Onlangs oordeelde de rechter in een schoolvoorbeeld van een administratie die niet op orde was. De administratie was digitaal, maar de detailgegevens waren niet digitaal en slechts deels bewaard. Bovendien waren ze voor een deel onleesbaar. Wel waren er dozen vol kassarollen van vele tientallen meters lang.

De inspecteur legde daarom een informatiebeschikking op. Bij een informatiebeschikking moet u de gevraagde administratieve bescheiden alsnog op de juiste wijze aanleveren. De ondernemer in kwestie vond dat hij hieraan voldaan had, maar de rechter was het daar niet mee eens. De administratie was onvolledig en de dozen met kassarollen waren onmogelijk binnen een redelijke termijn te controleren.

6. Middel bij wisselende jaarinkomsten

Belastingplichtigen in de inkomstenbelasting met een wisselend inkomen, kunnen ‘middeling’ aanvragen bij de Belastingdienst. Middeling is lucratief bij sterk wisselende inkomsten in box 1, bijvoorbeeld bij een variërende winst. Bij middeling wordt de verschuldigde belasting berekend alsof de inkomsten over drie achtereenvolgende jaren gelijkmatig zijn verkregen. Op deze manier is minder belasting verschuldigd, omdat op deze manier de progressie van het belastingtarief gedeeltelijk kan worden ontgaan.

Een inkomen in box 1 dat over de periode 2015 t/m 2017 bijvoorbeeld € 20.000, € 20.000 en € 140.000 bedraagt, wordt voor € 5.661 zwaarder belast dan wanneer het inkomen over deze jaren iedere keer € 60.000 zou hebben bedragen. Het verschil kan via middeling worden teruggekregen, op een drempel van € 545 na. In bovenstaand voorbeeld levert middeling dus € 5.661 -/- € 545, ofwel € 5.116 op.