Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Bijgewerkt: 29-06-2020

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen derven veel zelfstandige ondernemers noodgedwongen inkomsten. Het kabinet ondersteunt deze groep, zodat zij na de coronacrisis hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet heeft daarom een tijdelijke voorziening ingesteld die met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 is ingegaan: de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo).

De Tozo is een aparte AMvB gebaseerd op de Participatiewet en geldt naast het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Zelfstandigen met financiële problemen door de coronacrisis kunnen een beroep doen op de Tozo, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

Tozo 1 en Tozo 2
De looptijd van de Tozo was aanvankelijk tot en met 31 mei 2020, maar het kabinet heeft aangekondigd de regeling met drie maanden te verlengen. De einddatum van deze zogenoemde Tozo 2 is 31 augustus 2020. De verlenging met drie maanden tot 1 september 2020 is inmiddels in de Staatscourant verschenen. Vervolgens heeft het kabinet besloten tot nog een maand extra verlenging, die extra vierde maand september 2020 moet formeel nog verschijnen, maar dat vergt ook een wijziging van de officiële AMvB

Waar hierna over Tozo 2 wordt gesproken, wordt bedoeld de specifieke en afwijkende bepalingen van de Tozo in het tijdvak 1 juni 2020 tot en met 31 augustus 2020. Met Tozo 1 wordt de Tozo over het tijdvak 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 bedoeld. Voor het overige zijn de bepalingen van de Tozo gedurende het tijdvak 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020 hetzelfde.

Zodra de verlenging van Tozo 2 met de maand september 2020 is geformaliseerd, wordt de tekst van dit onderdeel geactualiseerd.

Bijstand
Een zelfstandige kan een aanvraag indienen voor:

  • Een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (algemene bijstand als inkomensondersteuning), voor zaken als boodschappen en huur.
  • Een lening voor bedrijfskapitaal voor liquiditeitsproblemen.

Inkomensondersteuning
De inkomensondersteuning vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van € 1.500 netto en voor alleenstaanden vanaf 21 jaar tot € 1.050 netto per maand. De gebruikelijke lagere bijstandsnormen gelden voor jongeren van 18 tot 21 jaar.

Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn, is € 1.500 netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd.

De inkomensondersteuning wordt in één keer toegekend voor een periode van maximaal drie aaneengesloten maanden, gelegen in de periode tussen 1 maart 2020 en 1 september 2020. De inkomensondersteuning onder Tozo 2 kan alleen worden toegekend over de maanden juni, juli en augustus 2020. Een overlappende maand onder Tozo 1 en Tozo 2 is niet toegestaan. Zoals hiervoor vermeld wordt Tozo 2 nog met de maand september 2020 verlengd.

De inkomensondersteuning wordt maandelijks als gift uitbetaald en hoeft dus niet te worden terugbetaald.

De inkomensondersteuning telt mee voor het toetsingsinkomen van de inkomensafhankelijke toeslagen als huurtoeslag en zorgtoeslag en bij de bepaling van de hoogte van inkomensafhankelijke bijdragen in de zorg.

Lening
Zelfstandigen kunnen per onderneming een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157 krijgen om liquiditeitsproblemen op te lossen in de maanden maart, april of mei 2020 of onder Tozo 2 juni, juli of augustus 2020 en na de verlenging van Tozo 2 ook de maand september 2020.

Als zelfstandigen deze leningsmogelijkheid van € 10.157 nog niet volledig hebben benut, kunnen zij onder Tozo 2 de nog niet benutte ruimte met een tweede lening bijlenen.

Gehuwden die beide zelfstandige met een eigen onderneming zijn, kunnen ieder voor hun eigen onderneming een lening aanvragen.

Het rentepercentage is 2% en de maximale looptijd is drie jaar. Tot 1 januari 2021 is de lening aflossingsvrij, de renteberekening start vanaf het moment dat de lening is verstrekt. Vanaf 1 januari 2021 moet de zelfstandige rente en aflossing daadwerkelijk gaan betalen.

Voorwaarden
De Tozo bevat de volgende elementen en voorwaarden:

  • Geen toets op levensvatbaarheid van de onderneming. De zelfstandige moet bij de aanvraag van inkomensondersteuning verklaren dat zijn onderneming financieel is geraakt door de coronacrisis. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit uit eigen beweging doorgeven aan de gemeente. Bij de aanvraag voor een lening moet de zelfstandige verklaren en aannemelijk maken dat sprake is van liquiditeitsproblemen veroorzaakt door de coronacrisis en aanvullend onder Tozo 2 dat geen sprake is van surseance of faillissement.
  • Geen vermogenstoets (zoals spaargeld, eigen huis).
  • Geen toets op het inkomen van de echtgenoot/partner. Ook een teruggave van inkomstenbelasting telt niet mee als inkomen. Onder Tozo 2 geldt wel een toets op het inkomen van de partner. Bij de aanvraag van Tozo 2 moeten de ondernemer en diens partner verklaren dat er sprake is van een situatie waarin het huishoudinkomen onder het sociaal minimum terecht is gekomen door de coronacrisis.
  • Geen toepassing van de kostendelersnorm. Het niet toepassen van de kostendelersnorm is overigens in strijd met de Participatiewet. Het kabinet komt zo snel mogelijk met een reparatiewet.
  • Zelfstandigen die over de periode dat de inkomensondersteuning wordt gevraagd meer verdienen dan de bijstandsnorm of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan de bijstandsnorm, krijgen geen inkomensondersteuning. Alleen inkomen dat betrekking heeft op de periode waarover Tozo wordt aangevraagd wordt in aanmerking genomen. Betalingen van facturen voor eerder verricht werk blijven buiten beschouwing.
  • De zelfstandige die al algemene bijstand op grond van het Bbz ontvangt, heeft geen recht op inkomensaanvulling op grond van de Tozo. Samenloop met een lening kan wel.
  • De eenmalige gift van € 4000 die via Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) kan worden verstrekt aan zelfstandigen wordt niet verrekend met de inkomensondersteuning. De TOGS telt wel mee bij de beoordeling van de aanvraag van de lening. Het voorgaande zal waarschijnlijk ook voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) gaan gelden.
  • De regeling geldt alleen voor Nederlanders (en daarmee gelijkgestelden) vanaf 18 jaar tot de AOW-leeftijd, die wonen en rechtmatig verblijven in Nederland (zie hierna voor grensoverschrijdende zelfstandigen). Een uitzondering op de leeftijdsgrens geldt voor AOW-gerechtigde zelfstandigen: zij kunnen ook de lening voor bedrijfskapitaal aanvragen.
  • De gevestigde zelfstandige voldoet aan het urencriterium van de zelfstandigenaftrek uit de inkomstenbelasting (minimaal 1225 uur per jaar gewerkt als zelfstandige). Als nog geen jaar geleden de onderneming gestart is, dan geldt het urencriterium naar rato van het aantal maanden of weken dat is gewerkt.
  • Het bedrijf of zelfstandig beroep wordt hoofdzakelijk in Nederland uitgeoefend (zie hierna voor grensoverschrijdende zelfstandigen), voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf en was op 17 maart 2020 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  • Bij ondernemers die samenwerken in een maatschap, vennootschap onder firma (VOF), commanditaire vennootschap, BV of coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid wordt de lening alleen verleend als iedere compagnon respectievelijk de BV of coöperatie zich hoofdelijk aansprakelijk stelt. Een uitzondering geldt voor de stille vennoot of maat die alleen arbeid inbrengt.
  • De lening wordt niet verstrekt als de algemene de-minimisverordening (staatssteun) zich hiertegen verzet.
  • Als de zelfstandige zich niet houdt aan de betalingsverplichtingen van de lening, kan de gemeente de lening onmiddellijk opeisen. Dat geldt ook in gevallen als verkoop, beëindiging of faillissement. De gemeente kan zekerheden van de zelfstandige verlangen.

Grensoverschrijdende zelfstandigen
De zelfstandige die in Nederland woont, maar buiten Nederland zijn bedrijf heeft of zijn zelfstandig beroep uitoefent, kan ook aanspraak maken op bijstand voor levensonderhoud. De grensoverschrijdende zelfstandige moet dit kunnen aantonen met een inschrijving in een register dat vergelijkbaar is met het Nederlandse handelsregister. De aanvraag kan vanaf 8 mei 2020 worden ingediend in de gemeente waar de zelfstandige woont. Deze zelfstandige is voor de financiële ondersteuning voor zijn bedrijf aangewezen op de regeling van het land waar het bedrijf gevestigd is.

Voor de omgekeerde situatie (wonen buiten Nederland, maar bedrijf/beroep in Nederland) bestaat aanspraak op bijstand voor bedrijfskapitaal. Als extra eis wordt gesteld dat deze grensoverschrijdende zelfstandige premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen. Voor levensonderhoud is deze zelfstandige aangewezen op de sociale bijstand in het woonland. Deze zelfstandigen kunnen hun aanvraag vanaf 18 mei 2020 indienen bij de gemeente Maastricht en dus niet bij de Nederlandse gemeente waar het bedrijf of zelfstandig beroep gevestigd is.

Onder “buiten Nederland” is voor de Tozo beperkt tot alle lidstaten van de Europese Unie (inclusief het Verenigd Koninkrijk), Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.

Directeur/grootaandeelhouder (dga)
Ook een directeur/grootaandeelhouder van een BV (dga) kan een beroep doen op de Tozo. De dga moet dan aan het urencriterium voldoen. Er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de dga naar waarheid te verklaren en aannemelijk maken dat zijn BV nu geen salaris kan uitbetalen.

De nettowinst uit een BV na aftrek van vennootschapsbelasting moet naar rato van het aantal aandeelhouders als inkomen worden beschouwd.

Aanvraag
De aanvraag voor de Tozo moet digitaal bij de gemeente waar de zelfstandige woont worden ingediend. Voor Tozo 1 eindigt de aanvraagtermijn op 31 mei 2020. Tozo 2 kan worden aangevraagd vanaf 1 juni 2020. Binnenvaartschippers moeten de Tozo aanvragen in de gemeente waar zij op het aanvraagmoment liggen. In het buitenland wonende zelfstandigen moeten de aanvraag indienen bij de gemeente Maastricht. De aanvraag voor Tozo 1 krijgt automatisch terugwerkende kracht naar 1 maart 2020, die voor Tozo 2 naar 1 juni 2020.

In de aanvraag moet de zelfstandige gemotiveerd verklaren dat zijn bedrijf of zelfstandig beroep financieel is geraakt door de coronacrisis. Ook moet hij over de periode dat inkomensondersteuning wordt gevraagd het verwachte of daadwerkelijke inkomen opgeven.

Gemeenten streven ernaar binnen vier weken op een aanvraag te beslissen. Als dat niet lukt moet de gemeente binnen vier weken een voorschot op de inkomensaanvulling te verstrekken, tenzij uit de aanvraag al duidelijk blijkt dat geen recht bestaat op de inkomensaanvulling. Een voorschot op de lening is niet mogelijk.

Controle
Het kabinet doet een oproep aan zelfstandigen om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat echt nodig is. Gemeenten gaan achteraf controleren of de Tozo rechtmatig is aangevraagd en bij fraude terugvorderen met boetes. De inlichtingenplicht van de Participatiewet is onverkort van toepassing.

Tozo, NOW en andere financiële ondersteuning
De Tozo-regeling is bedoeld als ondersteuning voor de zelfstandige zelf, zowel voor de zelfstandige met personeel als voor de zzp’er. Een zelfstandige met personeel kan voor zijn loonkosten een tegemoetkoming aanvragen onder de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW).

Zorgaanbieders die in de financiële problemen zijn gekomen door de coronacrisis, kunnen terecht bij zorgverzekeraars en gemeenten voor een beroep op financiële ondersteuning in de vorm van een continuïteitsbijdrage of een voorschot daarop. Pas als zij daar geen of onvoldoende financiële ondersteuning krijgen, kunnen zelfstandige zorgaanbieders een beroep doen op de Tozo.

Bron: taxlive.nl en SRA