Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA)

Bijgewerkt: 24-07-2020

Het kabinet heeft op verzoek van de Tweede Kamer een tijdelijke regeling getroffen voor mensen die door de coronacrisis substantieel in hun inkomen zijn getroffen, maar geen aanspraak kunnen maken op WW-uitkering, bijstand of een andere socialezekerheidsuitkering, en onvoldoende middelen van bestaan hebben om rond te komen. Het gaat daarbij vooral om flexwerkers – met name oproepkrachten en uitzendkrachten – die, door hun flexibele arbeidscontract, minder beschermd zijn dan werknemers met een vast contract.

De Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) is bedoeld als vangnet en biedt een tegemoetkoming als bijdrage in de kosten voor het levensonderhoud. Het UWV voert de TOFA uit.

Doelgroep
De groep flexwerkers is zeer divers en omvat jongeren met een bijbaan, oproep- en uitzendkrachten, studenten met een oproepcontract, enzovoorts. TOFA-gerechtigden hoeven niet per se werkloos te zijn. Ook oproepkrachten die in thuisquarantaine zaten vanwege een zieke huisgenoot of zelf verkoudheidsklachten hadden maar geen recht op een Ziektewetuitkering, kunnen bijvoorbeeld TOFA krijgen.

Hoogte
De TOFA wordt toegekend over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 en bedraagt per kalendermaand € 550 bruto.

Voorwaarden
Recht op een TOFA heeft degene die:

  • Als werknemer in februari 2020 minimaal € 400 aan brutoloon heeft genoten. Deze inkomensdrempel correspondeert met ongeveer 10 uur werken per week tegen het wettelijk minimumloon.
  • Als werknemer in maart 2020 ten minste € 1 aan loon heeft genoten.
  • Op 1 april 2020 18 jaar of ouder was en de AOW-leeftijd nog niet had bereikt.
  • In april 2020 minimaal 50% (op hele procenten naar boven afgerond) minder loon heeft genoten in vergelijking met het genoten loon in februari 2020. Maximaal mag in april 2020 € 550 bruto loon zijn genoten. Een inkomensverlies na april 2020 leidt niet tot recht op TOFA.
  • Schriftelijk verklaart de TOFA nodig te hebben als bijdrage in de gebruikelijke kosten van zijn levensonderhoud. Deze verklaring is subjectief: er is geen beoordelingskader voor de vraag wanneer iemand de tegemoetkoming wel of niet voor het beschreven doel nodig heeft. Dat is ter beoordeling door de aanvrager zelf. Op grond van deze verklaring zal het UWV niet terugvorderen.
  • Schriftelijk verklaart over april 2020 geen loondervingsuitkering (zoals WW, Ziektewet, WIA, WAO, Wajong, WAZ, Anw, IOAW, IOAZ en IOW) en geen algemene bijstand of bijstand voor zelfstandigen (BBZ of Tozo) toegekend te hebben gekregen. Ook een vergelijkbare uitkering op grond van een buitenlandse wettelijke regeling valt hieronder. Voor een persoon die al aanspraak heeft op sociale zekerheid is de TOFA als vangnet niet bedoeld. Het principe dat een andere uitkering voorgaat geldt ongeacht de hoogte van die uitkering, dus ook als de uitkering of inkomensvoorziening lager is dan de TOFA.
  • In april 2020 niet in detentie zat.

In kennelijk onredelijke gevallen wanneer het uitbetalingsmoment van het loon door omstandigheden zodanig valt, dat formeel geen recht bestaat op de TOFA, kan via een bezwaarprocedure bij het UWV toch recht op de TOFA worden geclaimd. Een voorbeeld is dat mensen in april 2020 een hoger loon hebben dan € 550 door uitbetaling van het vakantiegeld en daardoor géén recht hebben op de TOFA. Men moet dan wel aan alle overige voorwaarden van de TOFA voldoen.

Loon/werknemer
Als loon geldt het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat iemand als werknemer heeft genoten. Daarbij wordt aangesloten bij het werknemersbegrip van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen – Wfsv).

Het werknemersbegrip omvat alle werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben en alle werkenden die op grond van een fictieve dienstbetrekking verzekerd zijn voor de WW, ZW en/of WIA. Ook stagiairs, die niet verzekerd zijn voor de WW of WIA maar wel voor de ZW, vallen onder dat begrip.

Mensen die een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen ontvangen (ZW, WW, WIA, WAO) komen niet in aanmerking voor TOFA. Zij zijn formeel wel werknemer, maar hun uitkering is doorgaans geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Ook loonbetalingen na afloop van de dienstbetrekking, zoals transitievergoeding, ontslagvergoeding, zijn loon uit vroegere dienstbetrekking.

Huishoudelijke hulpen, die doorgaans op minder dan vier dagen in de week werkzaam zijn in het huishouden van een natuurlijk persoon, zijn niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen en hun loon wordt niet in de polisadministratie geregistreerd. Zij komen daarom niet in aanmerking voor TOFA.

Directeur-grootaandeelhouder (dga)
Werkenden voor wie wel loonbelasting wordt afgedragen, maar die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen vallen niet binnen de doelgroep van de TOFA. Het grootste deel van deze groep betreft de directeur-grootaandeelhouder (dga). Een dga kan mogelijk in aanmerking komen voor de Tozo.

Polisadministratie
Voor de vaststelling van het loon maakt het UWV gebruik van gegevens in de polisadministratie.

Het is mogelijk dat er geen loongegevens in de polisadministratie aanwezig zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als de werknemer geen loon heeft genoten in die betreffende maand. Indien dat het geval is voor de maanden februari of maart 2020, bestaat geen recht op TOFA. Men moet dan bezwaar maken tegen de afwijzende beschikking van het UWV.

Als voor iemand geen inkomensgegevens over april 2020 in de polisadministratie aanwezig zijn, gaat het UWV uit van 100% inkomensverlies.

Het is voor het UWV binnen de TOFA niet uitvoerbaar om andere inkomensvormen mee te nemen in de toetsing. Zo telt inkomen genoten als zelfstandige of in het buitenland niet mee. In sommige gevallen kan dat nadelig uitpakken voor de aanvrager.

Als een werkgever loonaangifte doet per tijdvak van vier weken, wordt het loon toegerekend aan de maand waarin de laatste dag van het vierwekentijdvak valt. Voor februari 2020 wordt bijvoorbeeld het loon zoals aangegeven over het tweede vierwekentijdvak van 2020 (27 januari tot en met 23 februari) in aanmerking genomen.

Geen sollicitatieplicht/geen verwijtbaarheidstoets
Aan het ontvangen van TOFA zijn verder geen formele voorwaarden verbonden. Er geldt bijvoorbeeld geen sollicitatieplicht of plicht om beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt. Er is ook geen toets op reden of de verwijtbaarheid van het inkomensverlies.

Fiscale behandeling
De TOFA is een tegemoetkoming in de kosten van het levensonderhoud na geleden inkomensverlies en daarmee een vervanging van gederfd of te derven loon. Daardoor wordt de TOFA voor de inkomstenbelasting beschouwt als belastbaar loon uit vroegere dienstbetrekking.

Het UWV houdt loonheffing in over de TOFA en maakt het nettobedrag over. In afwijking van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt in beginsel automatisch de algemene heffingskorting toegepast. Het in beginsel toepassen van de algemene heffingskorting kan ertoe leiden dat een gerechtigde moet bijbetalen op de aanslag inkomstenbelasting 2020, als blijkt dat de algemene heffingskorting ook nog bij een andere inhoudingsplichtige is toegepast. Daarnaast geldt dat de loonheffing een voorheffing is van de inkomstenbelasting. Ook om die reden kan de TOFA nog leiden tot een additionele heffing bij de aanslag inkomstenbelasting 2020. Dit is afhankelijk van de individuele situatie van de ontvanger.

De TOFA telt mee voor de hoogte van de inkomensafhankelijke toeslagen zoals de zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag en de huurtoeslag.

De fiscale behandeling van de TOFA vergt een aparte wijzigingswet, die het kabinet later dit jaar zal indienen. De wijzigingswet krijgt dan terugwerkende kracht. Het UWV houdt in de uitvoering van de TOFA al wel rekening met deze fiscale behandeling.

Sociale verzekeringen
De TOFA vormt geen loon voor de werknemersverzekeringen. De TOFA leidt daardoor niet tot recht op een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen en telt ook niet mee bij de bepaling van het dagloon voor eventuele uitkeringen.

Aanvraag
Een aanvraag kan digitaal of schriftelijk vanaf 22 juni 2020 bij het UWV worden ingediend.

Bij de aanvraag moeten in ieder geval het burgerservicenummer (BSN), de geboortedatum, een telefoonnummer en een bankrekeningnummer van de aanvrager worden opgegeven. Daarnaast moet de aanvrager de twee verklaringen naar waarheid aanvinken.

Digitaal
Het UWV stelt een digitaal aanvraagformulier beschikbaar via de website www.uwv.nl. De aanvrager doorloopt eerst een voorportaal met enkele vragen die bedoeld zijn om een indicatie te geven of de (potentiële) aanvrager recht heeft op TOFA. Nadat het voorportaal is doorlopen, kan het digitale aanvraagformulier worden ingevuld.

De aanvrager kan het aanvraagformulier invullen door in te loggen met zijn DigiD. Een aanvraag kan tot en met 26 juli 2020 worden ingediend. Daarna sluit het digitale aanvraagportaal.

Schriftelijk
Het is ook mogelijk om een schriftelijk aanvraagformulier op te vragen bij het UWV en in te dienen. Het UWV kan bij dat verplicht te gebruiken aanvraagformulier nadere bewijsstukken opvragen om de identiteit en het rekeningnummer van de aanvrager vast te stellen.

Nadat de aanvraag is ingediend, controleert het UWV op grond van het aanvraagformulier en de polisadministratie of de aanvrager voldoet aan de voorwaarden.

Toekenning en betaling
Het UWV geeft binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag een beschikking af. De TOFA wordt grotendeels geautomatiseerd uitgevoerd. Dat maakt het mogelijk om de beschikkingen binnen korte termijn te geven, in beginsel binnen acht weken, maar het UWV streeft naar binnen vier weken. Bij een positieve beschikking volgt dan uitbetaling binnen 10 kalenderdagen.

De TOFA kan per aanvrager eenmalig worden toegekend. Dat betekent dat de aanvraag wordt afgewezen als de aanvrager al TOFA heeft ontvangen. Het is dus niet mogelijk om TOFA voor een tweede keer toe te kennen aan dezelfde aanvrager.

Informatieplicht
Het UWV kan bij de beoordeling van een aanvraag nadere informatie en bewijsstukken opvragen bij de aanvrager als dat nodig is om een besluit te nemen tot toekenning of afwijzing van een aanvraag. De aanvrager is verplicht om hieraan mee te werken.

Na toekenning van de TOFA kan het UWV desgewenst nadere informatie en bewijsstukken opvragen. Het doel hiervan is om de rechtmatigheid van de toekenning vast te stellen.

Als blijkt dat de TOFA op basis van verkeerde informatie is toegekend, kan het UW het toekenningsbesluit intrekken en de TOFA terugvorderen.

Degene aan wie de TOFA is toegekend, moet meewerken aan de informatieplicht. Deze verplichting geldt tot vijf jaar na de datum van toekenning. Als men niet meewerkt aan deze informatieplicht, kan de TOFA worden ingetrokken en teruggevorderd.

Ook moeten aanvragers tot vijf jaar na toekenning meewerken aan onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regeling.

Internationale aspecten
De TOFA moet op grond van regelgeving van de Europese Unie (EU) ook worden toegekend aan werknemers die in februari en maart 2020 in Nederland in loondienst werkten en in een andere EU-lidstaat wonen. Grensarbeiders of arbeidsmigranten die in februari en maart 2020 in Nederland in loondienst werkten en aan de overige voorwaarden voldoen, kunnen dus aanspraak maken op de TOFA.

De TOFA bevat geen exportbeperking. Dit betekent dat de TOFA in voorkomende gevallen ook kan worden geëxporteerd naar landen buiten de EU.

Financiering
De TOFA wordt door het Rijk gefinancierd uit de algemene middelen. Het kabinet raamt de budgettaire effecten op circa € 200 miljoen (inclusief uitvoeringskosten).

Inwerkingtreding
De TOFA is op 12 juni 2020 in werking getreden en vervalt op 1 oktober 2020.

Bron: Taxlive