Category Archives: SRA Nieuwsfeed

Einde aan afspraken met België en Duitsland over thuiswerken

Grensarbeiders

Douane

Werknemers die in België of Duitsland werken maar in Nederland wonen, betalen in beginsel loonbelasting in de werkstaat. Dit geldt ook voor werknemers die in België of Duitsland wonen, maar in Nederland werken. Omdat tijdens de coronacrisis veel thuis werd gewerkt, dreigde hierdoor deze heffing in gevaar te komen.

Einde corona

Nu de coronacrisis ten einde is, is er ook geen goede reden meer om voor thuiswerkers uitzonderingen te maken. Dit betekent dat grensarbeiders weer gewoon belast kunnen worden in  het land waar ze werken. Daarom zijn de afspraken per 1 juli 2022 beëindigd.

Let op! Grensarbeiders die ook ná 1 juli veel thuis blijven werken, kunnen hierdoor in de problemen komen. Zij kunnen dan namelijk in het woonland belast worden, in plaats van in het werkland. Dit kan gunstiger, maar ook ongunstiger uitpakken. In die gevallen is het verstandig om hierover met de werkgever afspraken te maken.

Advieswijzer Ondernemen in een keten 2022

Is (een deel van) het door u aangenomen werk uitbesteed aan een onderaannemer, dan is het mogelijk dat deze onderaannemer dit op zijn beurt weer (deels) uitbesteedt aan een andere onderaannemer. Ook deze onderaannemer kan het werk weer verder uitbesteden. Op deze manier ontstaat een keten van aannemers en onderaannemers.

Ketenaansprakelijkheid

Bouw

Ketenaansprakelijkheid houdt in dat als één onderaannemer zijn loonheffingen (verzamelterm voor loonbelasting en premies volks- en werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) over het aangenomen werk niet betaalt, alle aannemers in de keten vóór hem hoofdelijk, dus in persoon, aansprakelijk zijn voor deze loonheffingen. U kunt dus aansprakelijk worden gesteld voor de niet-betaalde loonheffingen van elk van de onderaannemers. De keten van aansprakelijkheid eindigt namelijk pas bij de hoofdaannemer.

Let op! Een opdrachtgever kan niet aansprakelijk gesteld worden, tenzij het gaat om een van de volgende situaties:
1. De opdrachtgever wordt aangemerkt als aannemer omdat hij in het kader van zijn gewone onderneming zonder opdracht van een ander een stoffelijk werk koopt (hij is dan een eigenbouwer).
2. Opdrachtgevers in de confectiesector en kopers van nog te vervaardigen kleding.

Inlenersaansprakelijkheid

Inlenersaansprakelijkheid is aan de orde wanneer een werkgever werknemers inleent van een andere werkgever (veelal via een uitzend- of payrollbureau) om deze onder zijn leiding of toezicht te laten werken. Betaalt de eigenlijke werkgever de door hem verschuldigde loonheffingen en eventuele btw geheel of ten dele niet, dan kan de inlener via inlenersaansprakelijkheid aansprakelijk worden gesteld voor het niet-betaalde bedrag. Ook kan de Belastingdienst via inlenersaansprakelijkheid (bij doorlenen) of via ketenaansprakelijkheid de andere bedrijven in de keten aanspreken.

Het onderscheid tussen aanneming van werk en inlening kan in de praktijk lastig zijn. Het belangrijkste onderscheidende element is de vraag of sprake is van een inspanningsverplichting (inlening) of van een resultaatsverbintenis (aanneming van werk). Het is aan de Belastingdienst om per opdrachtgever vast te stellen of sprake is van aanneming van werk of van inlening.

Aannemer en ketenaansprakelijkheid

De ketenaansprakelijkheid is alleen van toepassing als u wordt aangemerkt als aannemer. Hiervan is sneller sprake dan u wellicht denkt. De ketenaansprakelijkheid komt dan ook niet alleen voor in de bouw, maar ook in andere branches. Een aannemer is namelijk iedere natuurlijke of rechtspersoon die, anders dan in dienstbetrekking, een werk van stoffelijke aard uitvoert tegen een te betalen prijs.

Zoals aangegeven, valt een eigenbouwer ook onder de ketenaansprakelijkheid. Een eigenbouwer is degene die zonder daartoe van een opdrachtgever opdracht te hebben gekregen buiten dienstbetrekking in de normale bedrijfsuitoefening van zijn bedrijf een werk van stoffelijke aard uitvoert. Hieruit volgt dat – om als eigenbouwer te worden aangemerkt – de volgende vijf voorwaarden gelden:

  1. Er moet sprake zijn van een werk van stoffelijke aard.
  2. Er is daartoe een opdracht van een opdrachtgever ontvangen.
  3. De werkzaamheden vinden niet in dienstbetrekking plaats.
  4. Er dient sprake te zijn van een bedrijf.
  5. De werkzaamheden vinden plaats binnen de normale bedrijfsuitoefening.

Werk van stoffelijke aard

Voorbeelden van een werk van stoffelijke aard zijn bijvoorbeeld het tot stand brengen van bouwwerken, de aanleg van wegen, het onderhoud van gebouwen en herstelwerkzaamheden van allerlei aard. Maar ook het verrichten van typewerk, het verpakken van zaken, het bewerken van groente en schoonmaakwerkzaamheden worden aangemerkt als werk van stoffelijke aard.

Tip! Werken of producten die met name door geestelijke of intellectuele arbeid ontstaan, worden niet aangemerkt als werk van stoffelijke aard. Denk daarbij aan werkzaamheden van architecten, musici, auteurs en adviseurs. Voor deze werken geldt de ketenaansprakelijkheid niet.

Werk buiten dienstbetrekking

Ook als de uitvoering van het werk plaatsvindt door een werknemer van degene die de opdracht heeft gegeven, geldt de ketenaansprakelijkheid niet. De ketenaansprakelijkheid geldt daarnaast alleen als het werk wordt uitgevoerd tegen een te betalen prijs. Hiervan is al snel sprake. Werken tegen een te betalen prijs zijn namelijk niet alleen de aangenomen werken tegen een vooraf bepaalde prijs, maar ook de regieovereenkomsten waarbij achteraf de prijs wordt bepaald aan de hand van gebruikte materialen en gewerkte uren.

Geen ketenaansprakelijkheid

In de volgende gevallen geldt de ketenaansprakelijkheid niet:

  • Als blijkt dat het niet betalen van de loonheffing zowel niet aan u als aan uw onderaannemer (of diens onderaannemer(s)) te wijten is. Denk hierbij aan niet betalen door plotseling verslechterde economische omstandigheden of uitzonderlijk slechte weersomstandigheden.
  • Als het werk geheel of voor meer dan 50% wordt verricht op de plaats waar de onderneming van uw onderaannemer gevestigd is. Deze uitzondering geldt niet als het gaat om werk in de confectiesector.
  • Als het uitgevoerde werk een klein onderdeel vormt van een gesloten koop-/verkoopovereenkomst van een bestaande zaak; denk bijvoorbeeld aan montage van een machine. Dit zal vaak blijken uit het geringe aandeel van het uitgevoerde werk in de totale koopprijs.

Hoogte aansprakelijkheid

De ketenaansprakelijkheid geldt voor de loonheffingen. Daarnaast kunt u aansprakelijk gesteld worden voor de verschuldigde kosten en rente. De Belastingdienst moet dan wel aantonen dat deze kosten en rente mede aan u te wijten zijn. U kunt ook aansprakelijk gesteld worden voor het toegepaste anoniementarief (52% inhouding en geen heffingskortingen en premiemaxima). Dit tarief geldt wanneer werknemers niet voldoende geïdentificeerd zijn, omdat bijvoorbeeld een kopie van het paspoort ontbreekt. U bent echter niet aansprakelijk voor de boete die in de naheffingsaanslag van uw onderaannemer is opgenomen.

Tip! In tegenstelling tot de inlenersaansprakelijkheid kent de ketenaansprakelijkheid geen aansprakelijkheid voor niet-betaalde omzetbelasting.

Beperk uw aansprakelijkheid

Als (onder)aannemer kunt u uw aansprakelijkheid beperken door een aantal maatregelen te treffen, zoals het aanvragen van een verklaring betalingsgedrag, het opnemen van een kettingbeding, het registreren van de juiste gegevens en het storten van bedragen die overeenkomen met de loonheffingen die de onderaannemer in verband met het werk moet afdragen op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Aanvragen verklaring betalingsgedrag

Uw onderaannemer kan de Belastingdienst vragen te verklaren dat hij alle loonheffingen heeft betaald. Deze verklaring geeft u als aannemer een beeld van de risico’s die u loopt, maar geeft u geen enkele vrijwaring voor de ketenaansprakelijkheid.

Opnemen kettingbeding

Neem, waar mogelijk, altijd een kettingbeding op in het contract met uw onderaannemer, zodat uw onderaannemer het werk niet verder kan uitbesteden en/of ingeleende werknemers kan inschakelen zonder uw toestemming. De opdrachtgever/onderaannemer doet er goed aan in de overeenkomst een kettingbeding op te nemen met het recht om regelmatig na te gaan of de verloning wel op een juiste wijze gebeurt en of de administratie op orde is. Deze controles (al dan niet uitgevoerd door een externe partij) moeten vervolgens ook daadwerkelijk plaatsvinden. Op die manier houdt een opdrachtgever/onderaannemer de vinger aan de pols en kan hij invloed uitoefenen op de betaling.

Ook kan in de overeenkomst met kettingbeding een boetebepaling worden opgenomen wanneer de gemaakte afspraken niet worden nageleefd. De (onder)aannemer is dan een boete verschuldigd aan zijn opdrachtgever.

Let op! Een kettingbeding geeft u controle over het aantal onderaannemers in de keten en de risico’s die u daarbij loopt, maar geeft u geen vrijwaring voor de ketenaansprakelijkheid wanneer het werk toch wordt uitbesteed.

Registratie van gegevens

Het komt voor dat de Belastingdienst de loonheffingen, waarvoor u als aannemer aansprakelijk wordt gesteld, heeft vastgesteld met het anoniementarief. De aansprakelijkheid voor het anoniementarief wordt verminderd naar het reguliere tarief indien u de identiteit van de werknemer van uw onderaannemer en het loon per werknemer en per werk kunt aantonen, en u kunt aantonen dat de werknemers over een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning beschikken. U voldoet aan deze voorwaarden als u de volgende gegevens van elk ingeleend personeelslid registreert:

  • NAW-gegevens, geboortedatum, Burgerservicenummer (BSN)
  • Nationaliteit
  • Soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur
  • Aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie, NAW-gegevens onderaannemer
  • Een specificatie van de gewerkte uren
  • Naam, adres en woonplaats van de onderaannemer

Let op! In verband met privacyregels mag u geen kopie ID-bewijs van de werknemers van uw opdrachtnemers in uw bezit hebben, tenzij het gaat om een werknemer van buiten de EU. Voor deze werknemers moet u juist wel weer een kopie ID-bewijs hebben en bewaren om te kunnen bewijzen dat zij in Nederland mogen werken.

Storten op G-rekening

Een G-rekening is een geblokkeerde rekening van de onderaannemer. U kunt uw aansprakelijkheid beperken door het deel van de factuur van uw onderaannemer dat bestemd is voor loonheffingen te storten op de G-rekening. Bij inlening kan ook de verschuldigde btw naar de G-rekening worden overgemaakt. In de omschrijving bij uw storting vermeldt u het factuurnummer en eventuele andere identificatiegegevens van de factuur. Deze factuur moet aan de wettelijke eisen voldoen en het nummer of kenmerk van de overeenkomst, het tijdvak en de omschrijving of het kenmerk van het werk bevatten. Daarnaast moeten uit uw administratie de gegevens van de factuur, de geleverde prestatie en een manurenadministratie blijken. Een g-rekeningnummer bevat altijd de cijfers 099 op de 3 posities direct na de uit 4 letters bestaande bankcode. Een g-rekening kunt u aanvragen met het formulier ‘Aanvraag g-rekening’.
Als u aan de voorwaarden voldoet, wordt u als aannemer voor het gestorte bedrag niet meer aansprakelijk gesteld. U kunt nog wel aansprakelijk gesteld worden voor een eventueel restbedrag indien de loonheffingen hoger zijn dan uw storting.

Let op! Als gevolg van de coronacrisis hebben bedrijven behoefte aan liquide middelen. Om ondernemingen die geraakt zijn door de coronacrisis, zoals de bouw en de uitzendbranche, tegemoet te komen, kan de G-rekening tijdelijk gedeblokkeerd worden. Voorwaarde hierbij is wel dat deze ondernemers eerst uitstel van betaling hebben aangevraagd, waarna ze een verzoek kunnen doen tot deblokkering. Ze krijgen zo dezelfde voordelen als ondernemers zonder G-rekening. Het versoepelde beleid omtrent de g-rekening geldt tot het einde van het bijzonder uitstel, inclusief de betalingsregeling, dus uiterlijk tot 1 oktober 2027.

Wet aanpak schijnconstructies

De Wet aanpak schijnconstructies (WAS) gaat uitbuiting en onderbetaling van werknemers en oneerlijke concurrentie tegen. De WAS bevat onder meer de verplichte girale betaling van het minimumloon, de verplichte specificatie van kostenvergoedingen die onderdeel vormen van het loon en het verbod op inhoudingen en verrekeningen, voor zover daarmee minder wordt uitbetaald dan het minimumloon.

Zowel de formele werkgever bij wie een werknemer in dienst is als de materiële werkgever, dus de derde bij wie hij de werkzaamheden feitelijk verricht, is hoofdelijk aansprakelijk voor het aan de werknemer verschuldigde (cao-)loon. De werknemer moet bij die derde werken ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht of van aanneming van werk.

Let op! Ook dit betreft een ketenaansprakelijkheid. Dit betekent dat de werknemer de opvolgende aannemer/opdrachtgever aansprakelijk kan stellen, net zo lang tot het eind van de keten bereikt is. Een werknemer kan in een betaalperiode voor meerdere opdrachtgevers werken. Denk aan een schoonmaker die iedere maand bij meerdere opdrachtgevers kantoren schoonmaakt. In dat geval kan hij bij onderbetaling iedere opdrachtgever afzonderlijk aansprakelijk stellen naar rato het aantal uren dat hij voor die opdrachtgever heeft gewerkt.

De rechter oordeelt of u als aannemer aansprakelijk bent voor het betalen van het achterstallige cao-loon. U kunt een aantal maatregelen nemen om het risico van aansprakelijkheidsstelling te beperken. Zo is het verstandig te controleren of u met betrouwbare bedrijven samenwerkt. Denk daarbij bijvoorbeeld aan controle van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en wanneer het gaat om inlening, bij de Stichting Normering Arbeid (www.normeringarbeid.nl), beoordeling van de keurmerken (bijvoorbeeld Vca-certificering), lidmaatschap van brancheorganisaties (zoals de ABU en de NBBU) en de tijdige betaling loonheffing (verklaring betalingsgedrag Belastingdienst).

Beoordeel daarnaast of sprake is van een eerlijke prijs en zorg voor een goed contract met duidelijke afspraken over arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Leg de verplichting op om deze voorwaarden ook te laten gelden voor bedrijven verderop in de keten (kettingbeding). Bij signalen over mogelijke onderbetaling dient u direct actie richting de betreffende lagere schakel(s) in de keten te ondernemen. Als u kunt aantonen dat u zowel voor- als achteraf voldoende inzet heeft getoond om onderbetaling te voorkomen, zal niet snel verwijtbaarheid worden aangenomen.

Let op! De genomen maatregelen bieden geen vrijwaring, maar een rechter zal wel eerder geneigd zijn om u niet aansprakelijk te stellen. Blijf echter altijd alert en grijp in als u signalen krijgt dat de onderaannemer zijn werknemer niet meer (volledig) betaalt.

Verplichte inschrijving Kamer van Koophandel

Uitleners moeten zich in het Handelsregister van de KvK registreren. Uitleners zijn bijvoorbeeld uitzendbureaus, payrollbedrijven, banenpools en aannemers. Deze verplichting geldt ook voor bedrijven die eenmalig en voor korte tijd een werknemer bij een andere werkgever laten werken. De registratieverplichting geldt voor zowel Nederlandse als buitenlandse uitleners. Niet-geregistreerde uitleners  worden beboet.

Iedereen die zich inschrijft bij de KvK ontvangt een SBI-code. SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling 2008. De meest gangbare SBI-codes voor flex-werkgevers zijn:

  • 78201 Uitzendonderneming
  • 78202 Uitleenbedrijf
  • 78203 Banenpools
  • 7830 Payrollbedrijven

Er zijn drie uitzonderingen. Zo geldt de registratieplicht niet voor:

  1. het ter beschikking stellen van arbeidskrachten ten behoeve van een geleverde zaak of een tot stand gebracht werk (denk aan de aanneming van werk);
  2. collegiale uitlening: het bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk ter beschikking stellen van arbeidskrachten, onder voorwaarde dat de uitleen van korte duur is en de uitlener niet meer aan de inlener in rekening brengt dan zijn eigen kosten, dus zonder winstopslag;
  3. intraconcernuitlening: het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het verrichten van arbeid in een andere onderneming van dezelfde ondernemer. Ook de situatie waarin de directeur-grootaandeelhouder in loondienst is bij de holding en door de holding ter beschikking wordt gesteld aan een of meer werkmaatschappijen valt onder deze uitzondering.

De ketenaansprakelijkheid op grond van de WAS geldt, evenals  de ketenaansprakelijkheid voor de loonheffingen, alleen voor opdrachtgevers die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Een particulier kan dus niet met ketenaansprakelijkheid te maken krijgen. 

Uitzondering op werkvergunning: notificatieplicht

Dienstverleners die zijn gevestigd in een EU-/EER-land of Zwitserland, hoeven geen werkvergunning aan te vragen voor vreemdelingen die zij in Nederland een dienst laten uitvoeren. Wel geldt voor hen de notificatieplicht op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Deze houdt in dat de buitenlandse dienstverleners vooraf betrouwbare informatie over het bedrijf, de dienstverlening en de identiteit van hun werknemers moeten verschaffen. In de melding moet het volgende worden aangegeven:

  • welke werkzaamheden worden verricht;
  • bij welke opdrachtgever in Nederland;
  • de plaats van de werkzaamheden;
  • de duur van de werkzaamheden.

Voor de notificatieplicht bij grensoverschrijdende dienstverlening geldt dat het moet gaan om tijdelijke dienstverlening in Nederland door een buitenlands bedrijf. Het gaat om het gedurende een bepaalde periode uitvoeren van bepaalde afgeronde werkzaamheden (een ‘klus’). Hierbij geldt dat de werknemers van de dienstverlener in het vestigingsland van de dienstverlener mogen wonen en daar werken. De dienstverlening bestaat dus niet uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (bijvoorbeeld een uitzendbureau of detacheringsbureau).

Ondernemingen die niet voldoen aan deze verplichting en evenmin een werkvergunning hebben, lopen het risico dat de Arbeidsinspectie hun een boete oplegt. Zowel de betrokken dienstverlener als de opdrachtgever in Nederland en eventuele intermediairs kunnen beboet worden. Er kan gemeld worden via de website www.postedworkers.nl

Tot slot

De ketenaansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen voor uw onderneming hebben. In deze advieswijzer zijn we nader ingegaan op de mogelijkheden om uw aansprakelijkheid zo veel mogelijk te beperken. Neem voor meer informatie contact met ons op.

Extra subsidie voor verminderen CO2 en hernieuwbare energie

Aanvraag start op 28 juni 2022

Verwarming

De aanvraag voor projecten waarbij per ton CO2 de laagste subsidie wordt verstrekt, start op 28 juni 2022 van dit jaar om 9.00 uur. Daarna volgen nog vier aanvraagrondes, waarbij de laatste sluit op 6 oktober 2022 om 17.00 uur.

Meer projecten

De subsidie is fors hoger dan voorgaande jaren. Daarom komen meer technieken en projecten voor de subsidie in aanmerking.

De SDE++-regeling staat sinds 2020 behalve voor hernieuwbare energieproductie ook open voor andere CO2-verminderende technieken. Dit jaar is voor een aantal nieuwe categorieën subsidie beschikbaar, zoals voor waterstofinstallaties die direct aan wind- of zonneparken gekoppeld zijn.

Meer tijd

Aardwarmteprojecten krijgen dit keer langer de tijd om het project te realiseren na een subsidieaanvraag. Hierdoor sluit de SDE++-regeling beter aan bij aardwarmteprojecten die in Nederland worden ontwikkeld.

Hoeveel subsidie?

Hoeveel subsidie u krijgt, hangt af van de hoeveelheid energie die u produceert of de hoeveelheid gereduceerde CO2-uitstoot. Ook de hoogte van de opbrengsten telt mee. Verder heeft de subsidie een maximale looptijd, die afhankelijk is van de technologie. Wanneer u gebruikmaakt van de SDE++, moet u daarom per beschikking uw productie of verminderde CO2-uitstoot meten.

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Gehele woning verhuurd

Paspoort

Dat de huurinkomsten van uw tijdelijk verhuurde eigen woning belast zijn, volgt uit de wet. Hierin is bepaald dat van de huurinkomsten 70% belast is in box 1.

Woning deels verhuurd

Dat ook de huurinkomsten van een gedeeltelijk verhuurde woning belast zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2020. Omdat de lagere rechters in eerste instantie hadden beslist dat deze verhuur onbelast was, deed het arrest destijds nogal wat stof opwaaien. Met name omdat het verhuren van een deel van de eigen woning via bijvoorbeeld Airbnb de laatste jaren flink was toegenomen.

Zelfbewoning van invloed?

Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter waarbij hij stelde dat genoemd arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is als de verhuurder zelf tijdens de verhuur van het deel van zijn woning in het andere deel aanwezig blijft. Het arrest zou met name betrekking hebben op verhuur van de hele of gedeeltelijke woning bij afwezigheid van de woningeigenaar, wegens bijvoorbeeld verblijf in het buitenland.

Intentie wetgever?

Het Hof ging in deze redenering echter niet mee. Deze intentie blijkt niet uit het arrest en dus is het volgens het Hof niet van belang of de verhuurder tijdens de tijdelijke verhuur ook zelf nog in de woning aanwezig is. De correctie van de inspecteur bleef dan ook in stand.

Subsidie extra loondoorbetaling langdurig zieke zorgwerknemers

Aansluiting bij reguliere regelingen

Medisch

De tijdelijke ondersteuning sluit aan bij het bestaande stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij het al mogelijk is een vrijwillige verlenging van de loondoorbetaling aan te vragen. Nieuw is echter dat de werkgever nu deels wordt gecompenseerd in de loonkosten. Na afloop van de loondoorbetaling bij ziekte kan dan ook, indien er door ziekte nog steeds niet gewerkt kan worden, gewoon een uitkering worden aangevraagd.

Voorwaarden

De subsidie kan aangevraagd worden voor werknemers met wie na het tweede ziektejaar een verlengde loondoorbetaling van minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden is afgesproken. Ook moet de werknemer in de periode maart tot en met december 2020 langdurig ziek zijn geworden. Bovendien moet het UWV de vrijwillige verlenging van de loondoorbetaling bevestigen.

Omvang subsidie

De subsidie bedraagt € 1.100 per maand waarin het loon is doorbetaald. Dit dient minimaal zes en maximaal twaalf maanden te bedragen. De subsidie wordt uitgekeerd als een voorschot en wordt achteraf definitief bepaald op basis van de werkelijk doorbetaalde periode.

Aanvraagrondes

De subsidie kan in drie rondes worden aangevraagd. De eerste loopt tot en met 31 juli 2022. De tweede aanvraagronde is van 1 augustus 2022 tot en met 31 oktober 2022 en de derde van 1 november 2022 tot en met 1 februari 2023. De subsidie kan digitaal worden aangevraagd bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (www.dus-i.nl).

Meldingsplicht

Als u van de subsidie gebruikmaakt, heeft u ook een meldingsplicht. Dit betekent dat u het moet melden als de periode van de vrijwillige verlenging van de loondoorbetaling wijzigt. Hiervan is sprake als de afgesproken periode wordt uitgebreid of verkort, of de loondoorbetaling aan de werknemer eerder eindigt dan afgesproken. Bijvoorbeeld omdat de werknemer het werk eerder hervat of komt te overlijden. Deze meldingen hebben gevolgen voor de hoogte van de subsidie.

Administratieplicht

Ontvangt u meer dan € 25.000 subsidie, dan heeft u ook een administratieplicht. Dit betekent dat u een overzichtelijke en controleerbare administratie moet voeren en deze minstens tien jaar moet bewaren.

Tijdelijk minder werk voor uw werknemers?

Minder werk door uitzonderlijke situatie

Kledingwinkel

Een werkgever kan alleen een beroep doen op de wtv als de reden voor het feit dat er minder werk is, veroorzaakt wordt door een uitzonderlijke situatie. Denk bijvoorbeeld aan brand of blikseminslag.

Let op! Omstandigheden die tot het normale ondernemersrisico vallen, geven geen recht op wtv. Ook de (nasleep van de) coronacrisis valt niet onder de wtv.

De werktijdverkorting mag niet korter dan twee weken, maar ook niet langer dan 24 weken zijn.

Aanvraag

Een werkgever moet eerst een ontheffing aanvragen met het formulier Aanvraag werktijdverkorting. Na ontvangst van deze ontheffing, kan de werkgever bij het UWV voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen voor de werknemers.

Let op! Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor perioden die vóór de datum liggen van aanvraag van de ontheffing. Zorg daarom dat u tijdig de ontheffing aanvraagt.

De wtv geldt alleen voor werknemers waarvoor de werkgever een loondoorbetalingsplicht heeft. Hieronder vallen dus geen oproepkrachten met een nul-urencontract of uitzendkrachten.

Na de aanvraag

Bij toekenning van de wtv maakt het UWV de WW-uitkering over naar de werkgever. De werkgever betaalt de werknemers vervolgens hun reguliere loon.

Let op! Zolang een werkgever gebruikmaakt van de wtv, kost dat de werknemer zijn WW-aanspraken.

Oprichten bv per 1 augustus ook digitaal

Corona

Laptop

Het digitaal laten passeren van een akte, zoals nu al mogelijk is, is een tijdelijke oplossing vanwege corona. Per 1 augustus 2022 wordt dit dus een blijvende mogelijkheid.

Fraude?

Als een notaris vermoedt dat er identiteitsfraude in het spel is, dan kan hij de digitale oprichting weigeren. Hetzelfde geldt als hij twijfelt aan de handelingsbekwaamheid van de oprichter. In die gevallen zal men wel fysiek voor de notaris moeten verschijnen.

Digitaal

Het oprichten van een bv kan digitaal via een digitale audio-videoverbinding. Identificatie doet de notaris met een digitaal identificatiemiddel. De oprichter moet ondertekenen met een digitale handtekening.

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Jeugd-LIV

Horeca

Om in aanmerking te komen voor jeugd-LIV moet een werkgever in 2022 werknemers in dienst hebben die op 31 december 2021 18, 19 of 20 jaar oud waren. Deze werknemers moeten een loon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor hun leeftijd en blijft binnen de gemiddelde uurloonbandbreedtes.

Gemiddelde uurloonbandbreedtes 2022

De gemiddelde uurloonbandbreedtes zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon over het hele jaar 2022. Voor 2022 zijn de gemiddelde uurloonbandbreedtes daarom onlangs pas bekendgemaakt. 

Leeftijd op 31-12-2021  Ondergrens  Bovengrens 
20 jaar  € 8,67  € 10,73 
19 jaar  € 6,50  € 9,65 
18 jaar  € 5,42   € 7,24

Juiste aangifte loonheffingen

Voor de berekening van uw recht op jeugd-LIV is het belangrijk dat de juiste gegevens (waaronder het aantal verloonde uren) in de aangifte loonheffingen over 2022 zijn ingevuld. Het recht op jeugd-LIV wordt namelijk afgeleid uit de aangifte loonheffingen.

Hoogte jeugd-LIV

De tegemoetkoming bedraagt voor de werknemer die op 31 december 2021 18 jaar oud was € 0,07 per verloond uur met een maximum van € 135,20 per werknemer per jaar. Voor de werknemer die op 31 december 2021 19 of 20 jaar oud was, bedraagt de tegemoetkoming € 0,08 respectievelijk € 0,30 per verloond uur met een maximum van € 166,40 respectievelijk € 613,60 per werknemer per jaar.

Let op! Het jeugd-LIV wordt net als het LIV altijd achteraf uitbetaald. Heeft u recht op jeugd-LIV 2022, houd er dan rekening mee dat uitbetaling dus in de tweede helft van 2023 plaatsvindt.

Kunt u de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?

Gemengde kosten

Horeca

Onder gemengde kosten verstaan we de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie, waaronder ook recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak vallen, en congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke. Ook de hiermee samenhangende reis- en verblijfkosten moet u toerekenen aan de gemengde kosten.

Aftrek beperkt

De aftrek van de gemengde kosten is beperkt tot een vast bedrag of tot een percentage van de gemengde kosten. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting geldt dat 20% van de gemengde kosten niet aftrekbaar is, maar men mag ook kiezen voor een vast bedrag van € 4.800. 

Ook voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting, zoals de bv, geldt een vast bedrag van € 4.800. Dit wordt vervangen door 0,4% van de loonsom, als dit meer is. Kiest men niet voor het vaste bedrag, dan geldt een aftrekbeperking van 26,5% van de totale gemengde kosten.

Let op! De fiscus gaat standaard uit van het vaste, niet-aftrekbare bedrag. Wilt u dit niet, dan moet u direct bij uw aangifte duidelijk maken te kiezen voor het niet-aftrekbare percentage. Het hiermee corresponderende bedrag kunt u dan niet in aftrek brengen.

Tot wanneer keuze wijzigen?

Onlangs bracht een ondernemer zijn zaak voor de rechter, omdat hij bij de aangifte niet had gekozen voor het niet-aftrekbare percentage. De winst was dan ook vastgesteld met inachtneming van een vast bedrag aan niet-aftrekbare gemengde kosten. Omdat dit slechter uitviel, wilde de ondernemer zijn keuze na indiening van de aangifte nog wijzigen, maar dit stond de inspecteur niet toe.

Definitieve aanslag bepalend

De rechter was het echter met de ondernemer eens en stelde dat deze nog op zijn keuze terug kon komen, zolang zijn aanslag nog niet definitief vaststond. Dit vloeide voort uit eerdere rechtspraak. De ondernemer werd dan ook in het gelijk gesteld.

Bovengemiddelde omzetgroei specialistische zakelijke diensten

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzet duidelijk boven niveau voor corona

De branche als geheel heeft de netto-omzet in 2021 met 12% zien toenemen. Dit betekent een forse verbetering ten opzichte van 2020 (+3,3%) en ook een sterkere groei dan het gemiddelde in het mkb (+10,1%). Ten opzichte van pre-coronajaar 2019 is de omzet met bijna 17% gestegen. 

Grote verschillen in winstontwikkeling

De winstontwikkeling komt op jaarbasis uit op +25%, tegenover bijna 16% in 2020. Hiermee blijft de branche wel achter bij het mkb als geheel (+37,6%). De verschillen binnen de branche zijn ook groot. Zo heeft meer dan de helft (53%) de winst met 50% of meer zien toenemen, terwijl bijna vier op de tien ondernemers (37,5%) de winst juist met 50% of meer hebben zien dalen.

In vergelijking met 2019 is de winstgroei in 2021 per saldo uitgekomen op bijna 56%. Hiermee blijft de branche licht voor op het mkb-gemiddelde.

Adviesbureaus uitblinkers, reclame nog niet hersteld

Adviesbureaus voor management en bedrijfsvoering hebben een sterk jaar achter de rug, met een bovengemiddelde ontwikkeling van zowel de omzet als de winst. Deze deelbranche zag de winst in 2020 nog krimpen. Als we 2021 voor de adviesbureaus afzetten tegen 2019, dan zijn de cijfers voor zowel de omzet als het resultaat voor belastingen erg positief.

Advocaten en notarissen bleven wat betreft omzetontwikkeling achter bij het branchegemiddelde. Advocatenkantoren wisten de winst wel behoorlijk op te schroeven. De accountancy zag de winst in 2021 licht dalen, maar ten opzichte van 2019 is de winst bovengemiddeld sterk gestegen. Tot slot hebben de reclamebureaus in 2021 weer groei laten zien, maar de omzet is nog niet terug op het niveau van voor de coronacrisis.

Grafiek Branches in Zicht 2022
Klik op de afbeelding voor een vergroting

Relatief sterke stijging loonkosten

Aan de kostenkant valt op dat de loonkosten relatief sterk zijn gestegen (+8,2%, ten opzichte van bijna 5% in het mkb). In vergelijking met 2019, voor het begin van de coronacrisis, komt de stijging nog hoger uit: +14,5%. Omdat de kosten voor sociale zekerheid en de pensioenpremies minder sterk opliepen, zijn de personeelskosten op jaarbasis al met al met bijna 8% gestegen.

Verder is de post ‘overige bedrijfsopbrengsten’ met ruim 6% toegenomen, tegenover ruim 39% voor het mkb als geheel. Het verschil met het gemiddelde is te verklaren door de NOW-steun. Deze mocht worden opgeteld bij de overige bedrijfsopbrengsten, maar de ondernemers in de zakelijke dienstverlening hebben deze steun relatief weinig aangevraagd. 

Kredietwaardigheid licht vooruit

De financiële positie van bedrijven in de gespecialiseerde zakelijke dienstverlening is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 84. Dit betekent een lichte verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (ruim 83%). De branche blijft nu iets achter bij het mkb-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%.