Category Archives: SRA Nieuwsfeed

Top 10 Prinsjesdag 2021


1. Onbelaste thuiswerkvergoeding van € 2

Per 1 januari 2022 kunt u uw werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding geven van maximaal € 2 per dag. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten voor bijvoorbeeld koffie en verwarming per thuisgewerkte dag. Voor het inrichten van een thuiswerkplek kon u onder bepaalde voorwaarden al een onbelaste vergoeding geven. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal € 0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer bestaan voor de dagen dat de werknemer naar kantoor gaat.

Let op! U mag uw werknemers op de dag dat zij thuiswerken geen reiskostenvergoeding van € 0,19 verstrekken.

PrinsjesdagDit betekent dat u bij een vergoeding voor thuiswerken en reiskosten altijd per dag de kostenvergoeding moet vaststellen. U kunt er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een door de wetgever goedgekeurde praktische regeling.

2. Aandelenopties voor werknemer wordt aantrekkelijker

Het wordt aantrekkelijker om werknemers in aandelenopties uit te betalen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld start-ups en scale-ups gemakkelijker talent aantrekken en wordt een stimulans gegeven aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijven in Nederland. 

Momenteel wordt belasting betaald over aandelenopties op het moment dat het verkregen optierecht wordt omgezet in aandelen. Het nadeel van dit heffingsmoment is dat werknemers (en de werkgever) direct belasting betalen, terwijl ze de aandelen niet altijd al mogen verkopen of voldoende geld hebben om de belasting te betalen.

Een werknemer kan vanaf 1 januari 2022 zelf kiezen wanneer belasting wordt geheven:

  • op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn en er daardoor wel geld beschikbaar is, of:
  • op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (huidige regeling).

3. Verlaging gebruikelijk loon innovatieve start-ups verlengd met een jaar

Voor 2022 is het nog steeds mogelijk om een verlaging van het gebruikelijk loon toe te passen voor dga’s van innovatieve start-ups. Dit zorgt ervoor dat de liquiditeitspositie van deze dga’s wordt verbeterd. Deze regeling zou oorspronkelijk per 1 januari 2022 vervallen, maar deze einddatum wordt met één jaar verschoven. 

4. De Milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt verhoogd

Al jaren stimuleert de overheid bedrijven om te investeren in innovatieve, milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen met de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Met de MIA mogen ondernemingen een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Zij hoeven dan minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen. 

Per 1 januari 2022 worden de percentages verhoogd, zodat u een hogere aftrek kunt krijgen. Milieuvriendelijke investeringen worden daarmee aantrekkelijker. De MIA kent nu drie percentages: 13,5%, 27% en 36%. Vanaf 1 januari 2022 worden deze steunpercentages verhoogd naar 27%, 36% en 45%.

Tip! Overweeg uw milieuvriendelijke investeringen uit te stellen tot 2022!

Op de Milieulijst staat aangegeven welk percentage geldt voor een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel. RVO vernieuwt de Milieulijst aan het einde van ieder jaar. In combinatie met de Vervroegde afschrijving milieu-investeringen (Vamil) kan het netto belastingvoordeel voor u oplopen tot ruim 14% van het investeringsbedrag. 

5. Bevordering aanschaf emissievrije auto

De overheid wil de aanschaf van emissievrije auto’s (EV) blijven bevorderen, ook al kost het de overheid meer geld dan zij had verwacht. Daarom stelt het kabinet het volgende voor:

  • Het bijtellingspercentage voor privégebruik van een zakelijke auto wordt afgebouwd zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. In 2022 is de korting 6% en daarmee komt de bijtelling op 16% (normaal tarief is 22%).
  • De catalogusprijs waarover de korting op het bijtellingspercentage voor emissievrije auto’s geldt, wordt verlaagd. In 2022 wordt dit € 35.000 en vanaf 2023 € 30.000.
  • Het budget voor de subsidieregeling voor emissievrije bestelauto’s en particuliere personenauto’s wordt verhoogd.

6. Beperkingen in de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

In de belastingplannen zijn twee voorstellen opgenomen met betrekking tot de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK): 

  • Het kabinet stelt voor vanaf 1 januari 2022 de maximale IACK met € 318 per jaar te verlagen (IACK bedraagt in 2022 maximaal € 2.534 en in 2021 maximaal € 2.815). 
  • Buitenlands belastingplichtigen met een partner komen in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), terwijl dat niet altijd de bedoeling is. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die in Nederland werken, maar in het buitenland wonen met een niet-werkende echtgenoot en een kind onder de 12 jaar. Het kabinet wil de IACK-toekenning bij buitenlandse belastingplichtigen per 1 januari 2022 wijzigen door de uitzondering op het begrip fiscaal partner niet te laten gelden voor de IACK.

7. Geen verrassingen in de tarieven inkomsten- en vennootschapsbelasting

De tarieven in de inkomstenbelasting blijven gelijk aan het voorstel zoals dit is gedaan in het belastingplan van vorig jaar. In 2022 betekent dit het volgende:

Tarief inkomstenbelasting/premie volksverzekering 2022 
  Belastbaar inkomen
meer dan (€) 
maar niet meer
dan (€) 
Tarief 2022 (%) 
1e schijf  69.398 37,07
2e schijf  69.398 49,50

Ook het tarief in de vennootschapsbelasting voor 2022 blijft zoals dit eerder bekend is gemaakt:

Vennootschapsbelasting  2021  2022 
Winst tot € 245.000/€ 395.000 15,0%  15,0% 
Winst boven € 245.000/€ 395.000  25,0%  25,0% 

8. Wijziging verrekening voorheffing met vennootschapsbelasting

Het Hof van Justitie EU heeft in een rechterlijke uitspraak aangegeven dat binnenlandse en buitenlandse ondernemingen gelijk moeten worden behandeld. Ook in Nederland worden binnenlandse ondernemingen anders behandeld dan buitenlandse ondernemingen op het gebied van de teruggave van voorheffingen in de vennootschapsbelasting zoals dividendbelasting. Om de Nederlandse wetgeving in overeenstemming te krijgen met het EU-recht, stelt het kabinet het volgende voor:

  • Bedrijven kunnen vooraf betaalde dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) alleen nog verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Er vindt dus geen teruggaaf meer plaats.
  • Het bedrijf kan de voorheffingen in een later jaar verrekenen met te betalen vennootschapsbelasting. Dit hoeft niet meteen in het eerstvolgende jaar.
  • De niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren.

9. Drie aanpassingen in de eigenwoningregeling

De eigenwoningregeling wordt op drie onderdelen aangepast per 1 januari 2022. De regeling wordt rechtvaardiger door onbedoelde beperkingen op hypotheekrenteaftrek weg te nemen. 
Daarom worden op het gebied van de eigenwoningreserve, de aflossingsstand en de bestaande eigenwoningschuld (dit is een lening voor de eigen woning afgesloten voor 1 januari 2013) aanpassingen gedaan om de ervaren beperkingen weg te nemen.

10. Overdrachtsbelasting bij onvoorziene omstandigheden

Sinds 1 januari 2021 betalen starters onder de 35 jaar eenmalig geen overdrachtsbelasting bij aankoop van hun woning. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen, betalen 2%. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen, betalen 8%. Het kabinet regelt dat kopers bij onvoorziene omstandigheden na de koop, maar vóór de overdracht, niet automatisch het algemene tarief (8%) betalen. Daarvoor gelden wel bepaalde voorwaarden.

Per 2026 kilometerheffing vrachtauto


Wetsvoorstel

Versoepeling transportregelsEen wetsvoorstel tot invoering van de heffing is onlangs ingediend. De Tweede Kamer had hier, ondanks de demissionaire status van het kabinet, op aangedrongen. Door het wetsvoorstel nu al in te dienen kan de wet naar verwachting in de loop van 2026 in werking treden.

Gemiddelde kilometerheffing € 0,15

De gemiddelde kilometerheffing zal ongeveer € 0,15 bedragen. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Inning van de heffing geschiedt via een elektronisch registratiesysteem. Controle op de heffing vindt onder meer plaats via elektronische kentekenherkenning (ANPR).

Stijging kosten wegvervoer

Met de heffing is jaarlijks een bedrag van € 250 miljoen gemoeid. De invoering van de heffing zal de kosten van het wegvervoer naar schatting met 1% tot 3% doen stijgen. Ook worden er jaarlijks twee keer meer verkeersdoden verwacht, doordat vrachtwagens de wegen met een kilometerheffing gaan mijden.

Wie betalen de heffing?

De heffing geldt alleen voor vrachtauto’s die meer dan 3.500 kilo wegen. De heffing is hoger voor zwaardere auto’s. Ook buitenlandse vrachtauto’s zullen de heffing moeten betalen. Wie dit niet doet, kan op een bestuurlijke boete rekenen.

Overleg vervoersector

Er zal de komende tijd nog overlegd worden met de vervoerssector over het wetsvoorstel. Daarbij zal ook gekeken worden naar de invoeringskosten, die nu nog geschat worden op een bedrag van € 400 miljoen.

Aftrek hypotheekrente vergeten bij lening familie of bv?


Lening eigen woning bij familielid of eigen bv

Voor aftrek van rente voor geldleningen voor uw eigen woning gelden een aantal voorwaarden. Als u geen geld leent van een financiële instelling, maar bijvoorbeeld van een familielid of uw eigen bv, gelden ook nog aanvullende voorwaarden.

Let op! Wat zijn die aanvullende voorwaarden? U moet dan jaarlijks bij uw aangifte inkomstenbelasting extra gegevens verstrekken, zoals de hoogte van de schuld, de rente, de wijze van aflossing en de gegevens van degene van wie u het geld leende. Verstrekt u deze gegevens niet, dan is de rente niet aftrekbaar.

Aftrek rente vergeten

HuisHet komt voor dat belastingplichtigen vergeten rente voor de eigen woning in aftrek te brengen in hun aangifte inkomstenbelasting. Als een belastingplichtige daar binnen vijf jaar na afloop van het jaar waarop de aftrek betrekking heeft, achter komt, is herstel mogelijk via de weg van zogenaamde ambtshalve vermindering.

De Belastingdienst weigert in het geval van leningen bij een niet-financiële instelling dit herstel echter omdat de benodigde aanvullende gegevens dan niet bij de aangifte zijn verstrekt. Gevolg: de rente is niet aftrekbaar. Een adviseur van de Hoge Raad is echter van mening dat de benodigde aanvullende gegevens in zo’n geval ook na de aangifte inkomstenbelasting nog verstrekt kunnen worden. De adviseur adviseert de Hoge Raad om te oordelen dat herstel toch mogelijk is en de rente in aftrek toe te laten.

Wat kunt u doen?

De Hoge Raad moet nog een oordeel uitspreken. In afwachting daarvan lijkt het raadzaam om al een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen in afwachting van dit oordeel. Zeker als u nog rente wil aftrekken voor het jaar 2016, is het verstandig om in 2021 nog een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen. Doet u dit verzoek ná 2021, dan kan de Belastingdienst dit verzoek namelijk alsnog afwijzen omdat dit niet binnen maximale termijn van vijf jaar na afloop van 2016 is ingediend. Mocht de Hoge Raad dan positief oordelen, dan kunt u daarop geen beroep meer doen.

Let op! Zolang nog geen zes weken verstreken zijn na dagtekening van de definitieve aanslag, kunt u altijd verzoeken om de rente alsnog in aftrek te brengen. De Belastingdienst staat dit nu al toe, dus hiervoor hoeft u niet te wachten op het oordeel van de Hoge Raad.

Laatste keer NOW vóór 1 oktober aanvragen


NOW

VirusVia de NOW kunt u een deel van de loonkosten terugkrijgen als uw omzet vanwege bijzondere omstandigheden, zoals corona, is verminderd met minstens 20%. U kunt een maximaal omzetverlies doorgeven van 80%. Is het omzetverlies groter, dan krijgt u over het meerdere geen NOW.

Laatste keer NOW

Het kabinet heeft besloten dat de NOW na deze zesde periode niet langer wordt voortgezet. Er wordt nog bekeken hoe voor specifiek getroffen sectoren, zoals discotheken, een speciale tegemoetkoming geregeld kan worden.

Vergoeding 85%

De vergoeding via de NOW bedraagt 85% van uw loonsom over de maand februari 2021 maal het omzetverlies met een maximum van 80%. De loonsom wordt verhoogd met 40% in verband met bijkomende loonkosten, zoals vakantiegeld.

Aanvragen via UWV

U vraagt de NOW aan bij het UWV. Dit doet u in eerste instantie op basis van uw geschat omzetverlies. Na uw aanvraag krijgt u een voorschot van 80% van de te verwachten tegemoetkoming.

Definitieve berekening

Pas vanaf volgend jaar 1 juni kunt u de definitieve omzetdaling doorgeven en berekent het UWV uw werkelijk te ontvangen tegemoetkoming. De definitieve omzetdaling kunt u doorgeven tot 22 februari 2023.

Met terugwerkende kracht de bv in? Wees op tijd!


Bv raadzaam?

CheckEr kunnen verschillende motieven zijn om te kiezen voor overstap naar een bv. Het verschil in belastingheffing in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting kan een motief zijn. Maar ook als dat verschil geen reden is voor een overstap, kan de overstap naar een bv verstandig zijn in verband met bijvoorbeeld aansprakelijkheid en toekomstige bedrijfsoverdracht.

Fiscale motieven

Hoewel de tarieven in de vennootschapsbelasting een stuk lager zijn dan in de inkomstenbelasting, zal over het algemeen pas bij hogere winsten een bv fiscaal voordeliger worden. Dit komt enerzijds door de belasting die u nog betaalt als u de winst uit de bv uitkeert naar privé en anderzijds door de verschillende ondernemersaftrekken die u in de inkomstenbelasting kunt krijgen (denk aan zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling).

Let op! Wanneer een bv fiscaal aantrekkelijker is dan een eenmanszaak, vof of maatschap is niet eenduidig en zal voor iedereen verschillend zijn. Een grove vuistregel is dat bij een structurele winst vanaf ongeveer € 150.000 de overstap naar een bv fiscaal te overwegen is.

Andere motieven

Naast fiscale motieven spelen ook andere afwegingen een rol bij de keuze om over te stappen naar een bv. Denk aan aansprakelijkheid die vanuit een bv beperkter is dan vanuit een eenmanszaak, vof of maatschap. Maar ook bijvoorbeeld een (toekomstige) bedrijfsoverdracht kan reden zijn om een overstap te maken naar een bv.

Tip! De motivatie om over te stappen naar een bv, zal altijd een combinatie van verschillende afwegingen zijn.

Vanaf begin 2021

Overweegt u een overstap naar de bv, dan kunt u nu nog regelen dat dit met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 mogelijk is. Daarvoor moet u in ieder geval vóór 1 oktober 2021 uw intentie om over te stappen naar een bv registeren bij de Belastingdienst.

Tip! Twijfelt u nog, registreer dan in ieder geval toch uw intentie bij de Belastingdienst. Op die manier kunt u, onder voorwaarden, fiscaal nog terug naar 1 januari 2021 als u besluit om over te stappen naar de bv.

Wat kan er fiscaal wel voor een gezonde lunch?


Gezonde lunch

HorecaDe Kamervragen werden gesteld naar aanleiding van berichten in de pers dat een ondernemer ruim € 22.000 aan belasting moest betalen omdat hij zijn personeel van een gratis gezonde lunch voorzag. De ondernemer had de gezonde lunch als onbelaste arbovoorziening willen aanmerken, maar die vlieger ging niet op.

Bestaande tegemoetkomingen

In de antwoorden op de Kamervragen verwijst de staatssecretaris naar het feit dat de fiscale wetgeving al een aantal tegemoetkomingen kent voor gezonde lunches. Zo kunnen tussendoortjes in de vorm van groende en fruit belastingvrij worden verstrekt en hoeft een gratis lunch slechts gewaardeerd te worden op een vast bedrag van € 3,35, ook als de werkelijke waarde hoger is.

Werkkostenregeling

Daarnaast verwijst de staatssecretaris naar de vrije ruimte in de werkkostenregeling. Door deze te benutten kan de lunch ook belastingvrij aan de werknemer worden verstrekt. Pas als de vrije ruimte wordt overschreden, betaalt de werkgever 80% eindheffing.

Geen Arbo-voorziening

Een gezonde lunch is in fiscaal opzicht geen arbovoorziening en dus niet vrijgesteld. De fiscale vrijstelling is bedoeld voor arbovoorzieningen waarin de werkgever moet voorzien. Te denken valt aan schoenen met stalen neuzen voor in de bouw.

Heeft u  vragen over de vrijstelling voor arbovoorzieningen, neem dan contact met ons op.

Gebruikelijk loon niet lager door ziekte


Gebruikelijk loon

MedischHet gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien een van deze bedragen meer is dan € 47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan € 47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Ziekte niet van invloed

In bovengemelde uitspraak had een bv aan zijn dga geen salaris uitbetaald, omdat de man bijna het hele jaar ziek was geweest. In het jaar had hij ook een hartoperatie ondergaan. Toch vond de rechtbank dat het gebruikelijk loon volgens de wettelijke uitgangspunten moest worden vastgesteld.

Doorbetalingsverplichting

De rechter wees erop dat wettelijk een doorbetalingsverplichting geldt van het loon bij ziekte. Ook bleek uit de cijfers dat er in het betreffende jaar omzet was gemaakt. Omdat de dga hiervoor zorgde, had hij in ieder geval enige arbeid verricht.

Verlies onvoldoende

De bv wees er ook nog op dat er sprake was van een verliesgevende situatie die ervoor zorgde dat het gebruikelijk loon niet kon worden uitbetaald. De rechtbank vindt het enkele feit dat er verlies werd gemaakt onvoldoende. Als de situatie zo penibel is dat het gebruikelijk loon niet meer betaald kan worden, moet dit voldoende aannemelijk worden gemaakt. De naheffingen loonbelasting bleven dan ook in stand.

Heeft u vragen over de hoogte van het gebruikelijk loon, neem dan contact met ons op.

Advieswijzer Vakantiewoning en fiscus 2021


WoningÓf u met belastingen te maken krijgt, is afhankelijk van uw (persoonlijke) omstandigheden en de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Deze advieswijzer bevat algemene informatie en kan niet zonder meer uitsluitsel geven over uw eigen specifieke situatie. Laat u voor uw persoonlijke situatie daarom nader informeren door een van onze adviseurs.

Omzetbelasting

Omzetbelasting bij aankoop

Koopt u een nieuwe – nog niet eerder gebruikte – vakantiewoning, dan zal hierover 21% omzetbelasting (btw) berekend worden. Koopt u een vakantiewoning die al meer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, dan zal hierover geen btw berekend worden. Op verzoek van zowel koper als verkoper kan in een dergelijk geval toch btw berekend worden als u de vakantiewoning voor 90% of meer gaat gebruiken voor met btw belaste activiteiten. U moet hiervoor toestemming vragen aan uw belastingkantoor of uw keuze vastleggen in de notariële akte van levering.

Let op! De hiervoor beschreven gevolgen voor de btw gelden als de vakantiewoning als ‘onroerend’ wordt aangemerkt. De vakantiewoning is onroerend als deze duurzaam met de grond verenigd is of in ieder geval naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. In sommige situaties zal een vakantiewoning roerend zijn en kunnen andere gevolgen voor de btw gelden.

De btw die bij de aankoop berekend wordt, kunt u in sommige gevallen terugvragen bij de Belastingdienst. Dit is afhankelijk van de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Koopt u de vakantiewoning alleen voor eigen gebruik of verhuurt u deze ook (gedeeltelijk)?

Eigen gebruik vakantiewoning

Indien u de vakantiewoning alleen zelf gebruikt en niet verhuurt aan anderen, kunt u de btw die bij de aankoop berekend is niet terugvragen bij de Belastingdienst.

Verhuur vakantiewoning

Indien u de vakantiewoning verhuurt aan anderen, dan kunt u mogelijk de btw die bij de aankoop berekend is (gedeeltelijk) terugvragen bij de Belastingdienst. De verhuur van de vakantiewoning moet dan zodanig zijn dat sprake is van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Hiervan is volgens beleid van de Belastingdienst in ieder geval sprake als de vakantiewoning minimaal 140 dagen per jaar wordt verhuurd.

Tip! Verhuurt u de vakantiewoning minder dan 140 dagen per jaar, dan kan er nog steeds sprake zijn van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Neem voor uw persoonlijke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Of u de btw geheel dan wel gedeeltelijk terug kunt vragen, is afhankelijk van uw eigen gebruik van de vakantiewoning. Gebruikt u de vakantiewoning zelf niet, maar wordt deze alleen verhuurd, dan kunt u de volledige btw over de aankoop terugvragen. Gebruikt u de vakantiewoning ook voor eigen gebruik, dan kunt u slechts het deel dat betrekking heeft op de verhuur terugvragen.

Voorbeeld
U koopt in 2021 een vakantiewoning voor € 121.000 (inclusief btw). De vakantiewoning wordt in 2021 voor 70% verhuurd en voor 30% door u zelf gebruikt. Van de btw bij aankoop (€ 21.000) kunt u dan in 2021 € 14.700 (70%) terugvragen bij de Belastingdienst.

Let op! Om btw te kunnen terugvragen, dient u zich als ondernemer voor de omzetbelasting aan te melden bij de Belastingdienst. Inschrijven als ondernemer bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel is niet nodig.

Indien de Belastingdienst van mening is dat u voor de verhuur van de vakantiewoning ondernemer bent voor de btw en u dus uw btw kunt terugvragen, dient u 9% btw over de huur te berekenen en af te dragen aan de Belastingdienst. Dit lijkt financieel nadelig, maar hier staat tegenover dat u de btw bij aankoop alsmede de btw met betrekking tot de bij u in rekening gebrachte kosten voor de vakantiewoning in aftrek kunt brengen (na toepassing van een correctie voor het eigen gebruik van de vakantiewoning).

Voorbeeld
In 2021 ontvangt u € 5.450 (inclusief 9% btw) uit de verhuur van de vakantiewoning. U betaalt € 1.210 (inclusief 21% btw) aan kosten voor de vakantiewoning. In 2021 draagt u € 450 btw af. Van de € 210 btw over de kosten die u heeft gemaakt, kunt u 70% (€ 147) terugvragen, omdat de woning voor 70% wordt verhuurd. Per saldo bedraagt uw teruggaaf in 2021 € 14.397 (€ 14.700 btw + € 147 btw – € 450 btw).

Tip! Moet u in een jaar per saldo btw betalen, dan kunt u mogelijk gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (de KOR).

De kleineondernemersregeling is in 2020 gewijzigd. U kunt er tot een omzet van € 20.000 voor kiezen geen btw in rekening te brengen. In dat geval kunt u ook geen btw terugvragen.

Ondernemers die de nieuwe regeling willen toepassen, dienen dit te melden bij de inspecteur. U vindt een aanmeldformulier op de website van de Belastingdienst (zoekterm ‘aanmelden KOR’). Het aanmeldformulier moet uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak waarin u de KOR wilt laten ingaan door de Belastingdienst zijn ontvangen. Kiest u voor de KOR, dan moet u er drie jaar gebruik van maken.

Let op! U moet wellicht een deel van de afgetrokken btw op de vakantiewoning terugbetalen als u in 2021 kiest om deel te nemen aan de kleineondernemersregeling. Dit is het geval als er na het jaar van aankoop van de vakantiewoning minder dan negen jaar zijn verstreken. Neem dit mee bij uw keuze of neem hierover contact met ons op.

Wanneer u een jaaromzet van maximaal € 1.800 heeft, dan kunt u de kleineondernemersregeling (KOR) voor de btw toepassen zonder dat u dit meldt aan de Belastingdienst. Ook de minimale termijn van drie jaar voor toepassing van de KOR wordt losgelaten. Deze regeling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.

Ontvangen of terugbetalen btw bij gewijzigd gebruik of verkoop

Als het eigen gebruik van de vakantiewoning wijzigt, wordt de btw die u in aftrek heeft gebracht, herzien. Wordt het eigen gebruik groter, dan zult u mogelijk btw terug moeten betalen. Daalt het eigen gebruik, dan krijgt u mogelijk (extra) btw terug. Deze herziening moet u gedurende de negen jaar volgend op het jaar van aanschaf jaarlijks uitvoeren. De herziening vindt plaats op 1/10 deel van de aankoop-btw. Herziening blijft achterwege als deze minder dan 10% bedraagt van de aan het jaar toe te rekenen reeds in aftrek gebrachte btw.

Voorbeeld
In 2021 wordt de vakantiewoning voor 60% verhuurd en voor 40% door u zelf gebruikt. U moet een herziening toepassen op 1/10 van € 21.000 = € 2.100. Van deze € 2.100 heeft u 70% (= € 1.470) terugontvangen. In 2021 heeft u echter maar recht op 60% (= € 1.260). Het verschil bedraagt € 210. Dit is hoger dan 10% van de aan 2021 toe te rekenen al in aftrek gebrachte btw (10% van € 1.470 = € 147). De herziening blijft daarom niet achterwege en u moet in 2021 € 210 aan btw terugbetalen.

Let op! Als u de aankoop-btw heeft teruggevraagd, wordt uw vakantiewoning in het jaar van aankoop en de negen jaren daaropvolgend voor de btw gevolgd. Herziening van btw vindt niet alleen plaats bij wijziging in het gebruik zoals in het voorbeeld hiervoor, maar ook als u bijvoorbeeld de woning alleen nog maar zelf gebruikt (en dus niet meer verhuurt) of als u de woning verkoopt zonder btw. In de laatste twee gevallen zult u de volledige btw over de nog resterende jaren in één keer moeten terugbetalen.

Voorbeeld
Op 1 januari 2022 verkoopt u de vakantiewoning aan een particulier, die deze gaat gebruiken voor eigen gebruik. Volgens de wettelijke regels kunt u geen btw berekenen over deze verkoop. U moet wel de in 2016 in aftrek gebrachte btw over de nog resterende periode herzien. Op 1 januari 2022 zijn vijf van de negen herzieningsjaren verlopen. Dit betekent dat u nog voor vier jaren 1/10 van € 14.700 moet terugbetalen aan de Belastingdienst, tezamen € 5.880 (= viermaal € 1.470).

Tip! Verkoopt u de vakantiewoning uit het voorbeeld na 31 december 2025, dan heeft dit geen gevolgen meer voor de in 2016 in aftrek gebrachte btw bij aankoop.

Daarnaast zijn er nog andere mogelijkheden waardoor u de btw die u bij aankoop heeft teruggekregen, niet hoeft terug te betalen. Gaat de koper de woning bijvoorbeeld voor meer dan 90% voor met btw belaste activiteiten gebruiken, dan kunt u mogelijk op verzoek de vakantiewoning toch met btw verkopen. Het voordeel hiervan is dat u dan niet de aankoop-btw hoeft te herzien. Ook bij verkoop binnen twee jaar na de eerste ingebruikname van de vakantiewoning wordt de verkoop met btw belast en treedt hetzelfde effect op. Zet de koper van uw vakantiewoning uw activiteiten van verhuur ongewijzigd voort, dan is het misschien zelfs mogelijk om de woning zonder btw te verkopen en hetzelfde effect te bereiken. Hiervoor moet de verkoop van de woning kunnen worden aangemerkt als overdracht van een algemeenheid van goederen.

Tip! De verkoop van uw vakantiewoning kan diverse btw-gevolgen hebben. Laat u daarom, voordat tot verkoop wordt overgegaan, altijd eerst adviseren.

Overdrachtsbelasting

Bij verkoop van een onroerende zaak is overdrachtsbelasting verschuldigd. Koopt u een nieuwe, nog niet eerder gebruikte vakantiewoning, dan zal hierover 21% omzetbelasting (btw) berekend worden en geldt een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. In alle overige gevallen is sinds 1 januari 2021 8% overdrachtsbelasting verschuldigd. 

Koopt u een vakantiewoning inclusief inventaris, dan wordt over het aandeel van de inventaris in de koopsom geen overdrachtsbelasting berekend.

Let op: Het tarief van 2% overdrachtsbelasting geldt alleen voor de woning waarin u zélf voor langere tijd gaat wonen en dus niet voor een tweede woning. Voor jongeren tussen 18 en 35 jaar die zélf voor langere tijd in een woning gaan wonen, geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor woningen met een waarde t/m € 400.000.

Inkomstenbelasting

De vakantiewoning zal over het algemeen belast zijn in box 3. In box 3 betaalt u geen belasting over de ontvangen huur, maar over de WOZ-waarde van de vakantiewoning. Vanaf 1 januari 2021 geldt een belastingtarief van 31% en wordt gerekend met een forfaitair rendement dat wordt bepaald aan de hand van een vermogensmix en drie schijven, met elk een eigen, jaarlijks wisselend forfaitair rendementspercentage. Voor het jaar 2021 bedraagt het forfaitair rendement 1,898% tot een belastbaar vermogen van € 50.000, 4,501% tussen de € 50.000 en de € 950.000 en daarboven 5,69%. Er geldt in 2021 een vrijstelling voor het gehele vermogen in box 3 van € 50.000 per persoon.

Let op! Als de exploitatie van uw vakantiewoning dusdanige vormen aanneemt dat deze het normale actieve vermogensbeheer te buiten gaat, wordt de vakantiewoning niet belast in box 3, maar worden de inkomsten belast in box 1.

Onroerendezaakbelasting (OZB)

Voor de heffing van de onroerendezaakbelasting (OZB) is bij vakantiewoningen de vraag van belang of ze ook als woning kunnen worden aangemerkt. De rechter heeft beslist dat niet van belang is of een vakantiewoning al dan niet permanent bewoond mag worden en als dit niet is toegestaan, of dit bewonen al dan niet gedoogd wordt. Wel van belang is of de woning beschikt over eigen voorzieningen, zoals een badkamer, sanitair en kookgelegenheid. Zo ja, dan is de woning bestemd om daarin te verblijven, te slapen en de overige woonfaciliteiten en voorzieningen te gebruiken. De vakantiewoning is dan naar aard en inrichting bestemd en geschikt om enigszins duurzaam voor bewoning te dienen en wordt dan als woning aangemerkt.

Kan een vakantiewoning als woning worden aangemerkt, dan betekent dit dat voor de OZB alleen een aanslag eigenarenheffing kan worden opgelegd. Een aanslag gebruikersheffing kan de gemeente dan niet opleggen. Bovendien geldt voor woningen meestal een lager OZB-tarief dan voor niet-woningen. Bij een vakantiewoning die aan bovengenoemde eisen voldoet, krijgt u dus slechts één heffing opgelegd en is op deze heffing veelal een lager tarief van toepassing.

Verbod op permanente bewoning

Is permanente bewoning verboden, dan drukt dit wel de WOZ-waarde, zo besliste de rechter in het verleden. Ga dus na of een eventueel verbod op permanente bewoning in de WOZ-waarde is meegenomen.

Forensenbelasting

Een gemeente heeft de mogelijkheid forensenbelasting te heffen. Dit kan als u in een andere plaats dan uw woonplaats een woning voor minstens 90 dagen per jaar ter beschikking heeft. Het is niet van belang of u ook daadwerkelijk 90 dagen of meer in de woning verblijft. Verblijft u permanent in uw vakantiewoning, dan is forensenbelasting niet van toepassing.

Dagen dat u de woning verhuurt dan wel de woning gebruikt om de woning beschikbaar te maken of te houden voor verhuur, tellen dus niet mee. Bij het beschikbaar maken of houden voor verhuur kunt u bijvoorbeeld denken aan het plegen van onderhoud, zoals het verven van het houtwerk. Verhuurt u de woning voor een bepaalde periode via een derde, maar kunt u zelf gebruikmaken van de woning als deze in de betreffende periode niet verhuurd wordt, dan tellen deze dagen wel mee. De woning staat u dan immers ter beschikking.

Tot slot

Met betrekking tot de aankoop en het gebruik van een vakantiewoning kunt u met verschillende belastingen te maken krijgen. In deze advieswijzer hebben wij geprobeerd een algemeen beeld te schetsen. Neem voor de fiscale gevolgen in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Met terugwerkende kracht de bv uit? Deadline 1 oktober


Motieven voor omzetting bv

Advieswijzer verengingen en stichtingenDe motieven om uw bv om te zetten naar een eenmanszaak, vof of maatschap zullen met name te maken hebben met de belastingheffing en de kosten. Daarentegen kunnen ook andere motieven aanwezig zijn om de bv voort te zetten, zoals aansprakelijkheid en toekomstige bedrijfsoverdracht.

Fiscale motieven voor omzetting bv

Indien u lagere winsten maakt is het over het algemeen fiscaal aantrekkelijker om inkomstenbelasting te betalen dan vennootschapsbelasting. In de inkomstenbelasting lijken de tarieven weliswaar hoger dan in de vennootschapsbelasting, maar u heeft bijvoorbeeld niet te maken met de aanmerkelijkbelangheffing op het moment dat u geld uitkeert vanuit de bv naar privé of met de gebruikelijkloonregeling. Bovendien kunt u in de inkomstenbelasting waarschijnlijk gebruikmaken van ondernemersaftrekken (zoals zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling).

Let op! Wanneer een eenmanszaak, vof of maatschap fiscaal aantrekkelijker is dan een bv is niet eenduidig en zal voor iedereen verschillend zijn. Een grove vuistregel is dat bij een structurele winst vanaf ongeveer € 150.000 een bv fiscaal aantrekkelijker is.

Naast een fiscaal motief voor omzetting van de bv, kunnen ook de hogere kosten van een bv een rol spelen.

Motieven om niet om te zetten

Naast fiscale motieven spelen kunnen ook andere afwegingen een rol bij de keuze om de bv wel of niet om te zetten in een eenmanszaak, vof of maatschap. Denk aan aansprakelijkheid die vanuit een bv beperkter is dan vanuit een eenmanszaak, vof of maatschap. Maar ook bijvoorbeeld een (toekomstige) bedrijfsoverdracht kan reden zijn om toch de bv niet om te zetten, ondanks een lagere belastingheffing in de inkomstenbelasting.

Tip! De motivatie om de bv om te zetten zal altijd een combinatie van verschillende afwegingen zijn.

Vanaf begin 2021

Maak de beoordeling of omzetting van uw bv raadzaam is, op tijd. Als u namelijk vóór 1 oktober 2021 uw intentie daartoe bij de Belastingdienst registreert, kunt u nog zonder fiscale afrekening vanaf 1 januari 2021 de bv uit.

Tip! Twijfelt u nog, registreer dan in ieder geval toch uw intentie bij de Belastingdienst. Op die manier kunt u, onder voorwaarden, fiscaal nog terug naar 1 januari 2021 als u besluit om uw bv om te zetten.

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog


Stijging gemiddeld 17,2% en 7,7%

Hand schuddenDe ZW-premie stijgt volgend jaar gemiddeld van 0,58% naar 0,68%. Dit komt neer op een gemiddelde premiestijging van 17,2%. De WGA-premie stijgt van 0,78% naar 0,84%, een gemiddelde stijging van 7,7%.

Verschil per sector

De ZW-premie en de WGA-premie verschillen per sector en naar bedrijfsgrootte. Daardoor kunnen individuele verschillen afwijken. Zo bedraagt bijvoorbeeld volgend jaar de ZW-premie voor de taxisector 1,62%, terwijl deze premie voor de verzekeringssector slechts 0,11% bedraagt. Eenzelfde beeld zien we bij de WGA-premie die voor de taxisector 2,26% is en voor de verzekeringssector 0,38%.

De hoogte van de premies voor de WGA en Ziektewet is verder mede afhankelijk van de grootte van de werkgever. Voor kleine werkgevers is een sectorale premie van toepassing. 

Oorzaken

De WGA-premie stijgt met name door een toename van uitkeringsgerechtigden, onder meer door een verhoging van de pensioenleeftijd. De verhoging van de ZW-premie wordt met name veroorzaakt door een grotere stijging van de lasten dan verwacht.

Wijziging loonsomgrens

Een andere wijziging betreft de loonsomgrens tussen kleine en middelgrote werkgevers die met ingang van 1 januari 2022 wordt verlegd van 10 naar 25 maal het gemiddelde loon per werknemer. Door deze wijziging neemt het aantal kleine werkgevers toe en het aantal middelgrote werkgevers af.

Let op! De Belastingdienst stuurt voor aanvang van het nieuwe premiejaar een beschikking of mededeling aan elke werkgever met de voor de werkgever geldende premiepercentages WGA en Ziektewet.

Let op! Een werkgever kan ook voor de beide ZW- en WGA-verzekeringen eigenrisicodrager worden. Dat kan per 1 januari en 1 juli. Die aanvraag moet dan wel drie maanden van te voren bij de Belastingdienst zijn ingediend.

Heeft u vragen over de ZW- of wel WGA-premie, neem dan contact met ons op.