Category Archives: Nieuwsbrief_item

Nieuwsberichten juni 2022

1. TVL voor starters tot 2 augustus aan te vragen
Ondernemers in het mkb die vanaf 1 juli 2020 zijn gestart, kunnen TVL voor starters aanvragen. Voor het vierde kwartaal 2021 bij een omzetverlies van 20% en voor het eerste kwartaal 2022 bij een omzetverlies van 30% ten opzichte van het derde kwartaal 2021. Voorwaarde is onder meer dat de onderneming na 30 juni 2020 maar uiterlijk 30 juni 2021 (voor TVL Q4 2021) of 30 september 2021 (voor TVL Q1 2022) was ingeschreven bij de KvK. De minimale TVL bedraagt € 1.500 per kwartaal, de maximale € 100.000. Voor bepaalde sectoren is het maximum lager. Het aanvragen van de TVL kan tot 2 augustus 2022 17.00 uur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

 2. Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk
Vanaf 2 juni 2022 tot en met 16 september 2022 17.00 uur is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een subsidie praktijkleren voor het studiejaar 2021-2022. De subsidie praktijkleren is bedoeld voor werkgevers die leerlingen, deelnemers of studenten begeleiden. Daarnaast biedt de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van promovendi of technologische ontwerpers in opleiding (toio’s). De subsidie bedraagt maximaal € 2.700 per praktijk- of werkleerplaats. Voor een mbo bbl-leerplek in de sectoren landbouw, horeca en recreatie en in contact- en conjunctuurgevoelige sectoren en voor een hbo-leerplek in de sectoren techniek (inclusief ICT) en gezondheidszorg is extra subsidie beschikbaar. Deze extra subsidie loopt automatisch mee in uw reguliere aanvraag van de subsidie praktijkleren.

3. Langere betalingsregeling mogelijk bij de Belastingdienst?
De maximale termijn van een betalingsregeling voor ondernemers bij de Belastingdienst bedraagt twaalf maanden. Deze termijn van twaalf maanden vangt normaal gesproken aan vanaf de uiterste betaaldatum van de belastingaanslag. De staatssecretaris van Financiën staat echter voor uitstelverzoeken die tot en met 30 september 2020 zijn ingediend, toe dat de termijn van twaalf maanden aanvangt vanaf het moment dat de ontvanger de betalingsregeling bij beschikking toestaat. Houd er rekening mee dat de andere voorwaarden voor uitstel van betaling ongewijzigd zijn. Zo zal de Belastingdienst u over het algemeen bijvoorbeeld geen uitstel van betaling verlenen als u niet voldoende zekerheid kunt stellen.

4. Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?
Als u tegen de box 3-heffing in uw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020 tijdig bezwaar maakte, beoordeelt de Belastingdienst vóór 4 augustus of en zo ja welk rechtsherstel u krijgt. Na dit automatisch rechtsherstel bestaat in principe geen mogelijkheid meer om daartegen in beroep te gaan. De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 echter uitgelegd wat u nog wel kunt doen. Als u zich niet kunt vinden in de berekening van het rechtsherstel kunt u een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de Belastingdienst. Wijst de Belastingdienst dit af, dan kunt u daartegen in bezwaar en eventueel in beroep bij de belastingrechter. Op deze manier kunt u, via een omweg, alsnog het rechtsherstel voorleggen aan de rechter.

5. Welke reiskosten kunt u in 2022, 2023 en 2024 onbelast vergoeden?
Reiskosten in verband met het werk kunt u, binnen bepaalde grenzen, onbelast vergoeden. Het kabinet besloot onlangs het vaste bedrag van € 0,19 per kilometer vanaf volgend jaar in twee stappen te verhogen naar waarschijnlijk € 0,21 vanaf 2023 en € 0,23 vanaf 2024. Deze verhoging betekent niet dat u ook automatisch gebonden bent aan deze bedragen. Welke vergoeding u verstrekt is afhankelijk van wat daarover in een eventuele van toepassing zijnde cao is opgenomen en/of van welke (individuele) afspraken u daarover met uw werknemers maakt.

6. Per 1 juni SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden in het mkb en grootbedrijf aanvragen
Per 1 juni is een nieuwe ronde SLIM voor samenwerkingsverbanden in het mkb en grootbedrijven in de landbouw, horeca en recreatiesector, geopend. Met deze subsidie kunnen bedrijven initiatieven opzetten om hun werknemers blijvend te laten ontwikkelen om hen goed inzetbaar te houden in het bedrijf. U kunt digitaal de SLIM-subsidie aanvragen van 1 juni 09:00 uur tot en met 29 juli 17:00 uur via het Subsidieportaal van Uitvoering Van Beleid. Nieuw dit jaar is dat onbenut budget uit een tijdvak doorgeschoven kan worden naar een volgend tijdvak. Verder is de aanvraagperiode nu twee in plaats van een maand en is de loting afgeschaft. Aanvragen worden daarom direct na binnenkomst in behandeling genomen.

7. Ongewenst gevolg voor schenk- en erfbelasting bij samenwonende familieleden gerepareerd

De staatssecretaris van Financiën heeft recentelijk in een besluit goedgekeurd dat de zogeheten samentelregeling voor de schenk- en erfbelasting voor ongehuwde partners onder voorwaarden niet van toepassing is voor samenwonende familieleden.

Wat was het probleem?
Voor de schenk- en erfbelasting moeten alle verkrijgingen door partners worden samengeteld. Zij worden voor deze belastingen gezien als één persoon. Hierdoor kunnen partners slechts eenmaal gebruik maken van een vrijstelling en kan maar een keer gebruik worden gemaakt van de gunstigere eerste tariefschijf.

Als partners voor de schenk- en erfbelasting kwalificeren naast gehuwden en geregistreerde partners ook personen die weliswaar geen notarieel samenlevingsovereenkomst hebben opgesteld, maar die ten minste 5 jaar op hetzelfde adres wonen. Als er wel een notariële samenlevingsovereenkomst is opgesteld met daarin een wederzijdse zorgverplichting, dan kwalificeert men al sneller als partner.

De situatie kan zich voordoen dat bijvoorbeeld twee meerderjarige kinderen nog thuis wonen en op grond van de schenk- en erfbelasting kwalificeerden als partners. Gevolg hiervan is dat de schenkingen aan deze kinderen bij elkaar opgeteld moeten worden en dat de vrijstelling slechts één keer van toepassing is. Hierdoor zal eerder schenk- of erfbelasting verschuldigd zijn of in een hogere tariefschijf vallen.

Wat houdt de goedkeuring in?
In het besluit heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat – onder voorwaarden – de samentelregeling niet van toepassing is. Deze voorwaarden zijn:

  1. Het partnerschap van de verkrijgers is uitsluitend ontstaan door 5 jaren samen te wonen en niet op grond van een notariële samenlevingsovereenkomst;
  2. Degene die het geld geeft of nalaat staat in dezelfde relatie tot de beide partners (bijvoorbeeld een ouder ten opzichte van zijn 2 samenwonende kinderen of een grootouder ten opzichte van 2 samenwonende neven);
  3. De verkrijgers zijn bloedverwanten (familie) van elkaar. Stiefbroers en -zussen worden gelijkgesteld met bloedverwanten.

Per wanneer geldt de goedkeuring?
De goedkeuring treedt in werking met ingang van 23 april 2022 en werkt terug tot en met vijf jaar voorafgaand aan deze dag.

Nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022

De nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof (WBO) gaat in 2022 van kracht. Daarin is geregeld dat vanaf 2 augustus 2022 uw werknemers recht hebben op een uitkering van het UWV als zij ouderschapsverlof opnemen. Deze wet is een wijziging van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO).

Hoe ziet betaald ouderschapsverlof eruit?
De totale omvang van ouderschapsverlof bedraagt 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. Het verlof kan opgenomen worden tot aan de dag waarop het kind de leeftijd van acht jaar bereikt.

Onder de WBO geldt vanaf 2 augustus dat de werknemer die ouderschapsverlof opneemt, gedurende negen weken recht heeft op een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het maximum dagloon. Uw werknemer heeft alleen recht op deze uitkering als het verlof wordt opgenomen vóór de datum waarop het kind de leeftijd van één jaar bereikt.

Let op!
Is het kind van uw werknemer vóór 2 augustus 2022 geboren? Dan heeft uw werknemer ook recht op betaald ouderschapsverlof zolang het kind de leeftijd van één jaar nog niet heeft bereikt. Voorwaarde is verder dat uw werknemer nog niet het volledige recht op ouderschapsverlof (26 weken) heeft opgenomen.

Welke werknemers komen in aanmerking?
Voor de WBO komen in aanmerking:

  • de werknemer die wettelijke ouder is of het kind heeft erkend;
  • de werknemer die volgens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van het kind als een eigen kind op zich heeft genomen;
  • de werknemer die pleegzorgouder of adoptieouder is.

Voor het aanvragen van een uitkering van het UWV is het noodzakelijk dat de werknemer een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling heeft (ambtenaren). De aanvraag loopt dan via de werkgever.

Ook voor de dga!
Vanaf 2 augustus komen directeur-grootaandeelhouders, alfahulpen en particuliere huishoudelijke hulpen ook in aanmerking voor betaald ouderschapsverlof. Gedurende 9 weken kunnen zij een uitkering krijgen van 70% van het wettelijk minimumloon van een 21-jarige.

Tip!
Zij kunnen vanaf 2 augustus ook een beroep doen op betaald aanvullend geboorteverlof. Zij krijgen dan recht op maximaal 5 weken 70% van het wettelijk minimumloon voor een 21-jarige.

Dga’s, alfahulpen en huishoudelijke hulpen dienen de aanvraag rechtstreeks in bij het UWV. Voor het aanvragen van een uitkering moeten ook zij een arbeidsovereenkomst hebben.

Europese richtlijn
Betaald ouderschapsverlof was nog niet eerder geregeld. Het is de uitwerking van een Europese richtlijn om het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers te bevorderen.

Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Ondernemers gaan bij hogere winsten meer vennootschapsbelasting betalen en in box 2 worden twee tarieven geïntroduceerd, in plaats van één tarief nu. Deze en andere nieuwe belastingmaatregelen komen uit de plannen van de Voorjaarsnota van 20 mei 2022.

Voorjaarsnota
Vrijdag 20 mei 2022 zond de minister van Financiën de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De Voorjaarsnota bevat een bijwerking van de begroting voor 2022 en de plannen voor 2023 en verder. Hieruit kunnen verschillende nieuwe belastingmaatregelen ontleend worden.

Nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023
De belangrijkste aangekondigde nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023 zijn:

  • De tariefschijf vennootschapsbelasting gaat weer naar € 200.000 (is nu € 395.000). Vanaf 2023 is dus voor winsten boven de € 200.000 al 25,8% vennootschapsbelasting verschuldigd.
  • Het is vanaf 2023 niet langer mogelijk om te een bedrag te reserveren voor de Fiscale Oudedagsreserve (FOR).
  • De verhoging van het heffingsvrij vermogen in box 3 van € 50.650 naar circa € 80.000 gaat niet door.
  • De aangekondigde verhoging van de ouderenkorting vanaf 2023 gaat niet door.
  • De doelmatigheidsmarge in het gebruikelijk loon wordt verlaagd van 25 naar 15% met als gevolg dat mogelijk een verhoging van het dga-loon nodig is.
  • Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor beleggers gaat van 8% omhoog naar 10,1% (eerder was 9% aangekondigd).
  • De toepassing van de 30%-regeling wordt gemaximeerd tot het inkomen van de WNT-norm (2022: € 216.000).

Tarieven box 2 en 30%-regeling vanaf 2024
Vanaf 2024 zijn twee tarieven in box 2 aangekondigd: 26% voor de eerste € 67.000 inkomsten per persoon, 29,5% daarboven. Op dit moment geldt één tarief van 26,9%.

Daarnaast wordt de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm.

Algemene heffingskorting vanaf 2025
De daling van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen maar afhankelijk van het inkomen in box 1, maar ook van het inkomen in box 2 en 3.

Meevallers reiskostenvergoeding en zonnepanelen
Naast deze lastenverzwarende maatregelen zijn er ook wat meevallers te melden. Zo vindt de eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding al plaats vanaf 2023. Daarnaast start de afbouw van de salderingsregeling voor de terug levering van energie van zonnepanelen niet in 2023 maar in 2025 en is vanaf 2023 geen btw meer verschuldigd over de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen.

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte u niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in uw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.

Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.

De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die in mei openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op!
Er is nog een andere mogelijkheid. Als in uw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kunt u nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.

Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.

Het mkb staat voor grote uitdagingen

Het mkb heeft in 2021 financieel over de breedte goed gepresteerd, mede dankzij de coronasteun van de overheid. Niet alleen de omzet en de winst stegen, ook de vermogenspositie staat op grote hoogte. Maar de onderlinge verschillen tussen mkb-ondernemingen zijn groot. Bovendien zijn de opgebouwde buffers keihard nodig in het licht van de grote uitdagingen waar het mkb nu voor staat.

Dit komt naar voren uit het SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetstijging ruim 10%, winststijging bijna 38%
In 2021 heeft het mkb ten opzichte van 2020 een omzetstijging van ruim 10% laten zien en een winststijging van bijna 38%. Dit zijn weliswaar gemiddelden. Als we bijvoorbeeld de cijfers van de horeca vergelijken met het pre-coronajaar 2019, zien we dat de sector nog lang niet op het oude niveau zit.

Zorgen over toegang tot financiering
Het mkb staat voor grote uitdagingen. Daarbij valt te denken aan de sterk gestegen energieprijzen – mede door de oorlog in Oekraïne –, de schaarste aan grondstoffen, de personeelstekorten en de koopkrachtdaling. En dat terwijl het mkb volgens Harry Marissen, bestuurslid SRA, en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, steeds moeilijker aan financiering kan komen. “Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling”, zegt Marissen. “Bedrijven moeten zich wapenen voor de toekomst en blijven innoveren en investeren, ook in de energietransitie.”

Wat moet het kabinet nu doen voor een gunstig ondernemersklimaat? Vonhof: “We mogen trots zijn op de prestaties van ondernemers. Voor veel sectoren is vorig jaar een goed jaar geweest. Maar, het mkb in bijvoorbeeld de industrie heeft de buffers ook nodig om de crisis vanwege de oorlog in Oekraïne aan te kunnen. We maken ons verder zorgen over de ondernemers die met forse coronaschulden overeind moeten blijven. Het kabinet moet voor deze groep aandacht houden. We staan als ondernemers voor forse innovatie en dus investeringsuitdagingen. Digitalisering en robotisering zullen, gegeven de krappe arbeidsmarkt, een impuls krijgen. Investeringen om te voldoen aan de duurzaamheidseisen vragen sowieso veel van het mkb. Het is heel mooi nieuws dat het eigen vermogen gemiddeld in het mkb op peil is gebleven in 2021. Dat de toegang tot financiering niet is verbeterd, is een flinke tegenvaller. Als we dit niet oplossen, gaan we onze ambities niet halen.”

Omzetontwikkeling over 2021
De omzet is het sterkst gestegen in de industrie (+20,8%), gevolgd door de specialistische zakelijke dienstverlening (+12%), de logistieke branche (+11,6%) en de horeca (+11,4%). De bouw (+4,8%) en de detailhandel (+5,3%) blijven achter bij het gemiddelde. De omzetstijging van de horeca in 2021 moet worden gezien in de context van een omzetdaling in 2020.

De omzetontwikkeling in het mkb heeft in 2021 gemiddeld een verbetering laten zien ten opzichte van het voorgaande jaar (10,1%, tegenover +0,6% in 2020). De groei werd vooral gedreven door het herstel van de economie, al hebben lockdowns ervoor gezorgd dat niet alle bedrijven hier (even sterk) van hebben kunnen profiteren. Per saldo heeft bijna 73% van de mkb-bedrijven de omzet zien stabiliseren of stijgen.

Winstontwikkeling over 2021
De winst is in 2021 met bijna 38% toegenomen. Dit is erg sterk ten opzichte van het voorgaande jaar (+9%) en ook in vergelijking met de omzetgroei. Per saldo liet bijna 54% van de ondernemers een stabiele of hogere winst zien ten opzichte van een jaar eerder. Bij micro-ondernemingen, minder dan 10 fte, was dat 45%. Dat komt omdat zij minder gebruik konden maken van de NOW-steunmaatregel in vergelijking met grotere ondernemingen.

Ontwikkeling eigen vermogen
Het eigen vermogen is in het mkb in totaal met bijna 17% toegenomen. Een jaar eerder was er een stijging van bijna 13%. De groei van het eigen vermogen in 2021 zal voor een groot deel verband houden met de stevige winstgroei die is toegevoegd aan het eigen vermogen. Daarnaast heeft de coronasteun van de overheid voorzien in liquiditeit.

Nieuwsberichten

1. Persoonlijke attentie aan werknemer kan belastingvrij

Alles wat u in verband met de persoonlijke relatie aan uw werknemer geeft in plaats van in verband met de dienstbetrekking, is geen loon. Dit kan daarom belastingvrij. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een fruitmand voor een zieke werknemer of een rouwkrans bij overlijden. Geeft u een persoonlijke attentie met een factuurwaarde (inclusief btw) van maximaal € 25 (geen geld of een waardebon)? En geeft u dit in een situatie waarin anderen ook zo’n persoonlijke attentie zouden geven? Dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat dit geen loon is. Dit kan dus belastingvrij. Voldoet u niet (helemaal) aan deze voorwaarden? De factuurwaarde is bijvoorbeeld meer dan € 25? Dan kan er nog steeds sprake zijn van geen loon als er geen verband met de dienstbetrekking is. Houd er dan wel rekening mee dat u hierover misschien in discussie komt met de Belastingdienst.

2. AanZET: subsidie voor zero-emissieloze vrachtwagens

Voor de aanschaf van nieuwe emissieloze vrachtwagens kunnen ondernemingen en non-profitorganisaties vanaf 9 mei 2022 bij de Rijksdienst voor Ondernemen (rvo.nl) de Aanschafsubsidie Zero Emissie Trucks, oftewel AanZET, aanvragen. U kunt de subsidie pas aanvragen nadat u een koop- of financial-leaseovereenkomst zonder onherroepelijke verplichtingen heeft afgesloten. Deze overeenkomst mag op het moment dat u de subsidie aanvraagt, nog niet definitief zijn. De subsidie is een percentage van de verkoopprijs van het vrachtautochassis inclusief af-fabriekopties, maar exclusief btw. De hoogte is afhankelijk van twee factoren: het type voertuig en de grootte van de onderneming.

3. TVL terugbetalen, hoe gaat dat?

Ondernemers die tijdens de coronacrisis fors omzetverlies hebben geleden, hebben waarschijnlijk de afgelopen twee jaar over een of meerdere periodes Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) ontvangen. Als u TVL moet terugbetalen, kan dat op verschillende manieren. Moet u een bedrag tot € 500 terugbetalen, dan scheldt RVO u dit kwijt. Hogere bedragen kunt u in een keer terugbetalen. U kunt echter ook online regelen dat u dit in 6, 12, 18 of 24 maandelijkse termijnen doet. Mocht u toch meer tijd nodig hebben, dan kunt u ook een persoonlijke betalingsregeling afspreken. In alle gevallen betaalt u geen rente.

4. Geen btw voor zonnepanelen op woningen?

Het kabinet wil de levering en installatie van zonnepanelen op of bij woningen in de toekomst belasten met 0% btw. Op deze manier worden de administratieve lasten voor vooral particulieren rond het terugvragen van btw op zonnepanelen fors verminderd. Het is de bedoeling dat het btw-nultarief op 1 januari 2023 ingaat. Het betreft echter nog een wetsvoorstel onder voorbehoud. Als het wetsvoorstel definitief is, moeten ook de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan.

5. Coronategemoetkoming amateursport en verhuur sportaccommodaties verlengd

Amateursportorganisaties kunnen een beroep doen op de Tegemoetkoming amateursportorganisaties (TASO) vierde periode als ze in de periode 1 november 2021 tot en met 31 januari 2022 minimaal 10% omzetverlies hadden en daardoor een financiële schade leden van minimaal € 1.000. De hoogte van de financiële schade wordt gesteld op 18% van de inkomsten in het laatste afgesloten boekjaar voorafgaand aan de coronauitbraak De TASO loopt op van € 1.500 bij een schade van minstens € 1.000, tot maximaal € 24.000 bij een schade van meer dan € 48.000. Verhuurders van sportaccommodaties die in de periode 1 november 2021 tot en met 31 januari 2022 huur kwijtscholden, kunnen hiervoor 100% compensatie krijgen door de TVS-regeling. Beide tegemoetkomingen zijn aan te vragen tot en met 30 mei 2022 via een formulier op de site van dus-i.nl. Een beroep op de TASO of TVS is niet mogelijk als voor de periode al TVL ontvangen is.

6. Teruggaaf AWf-premie over 2020 en 2021 bij meerdere arbeidsomvangen

Een arbeidsovereenkomst met meerdere arbeidsomvangen wordt niet langer als oproepcontract gezien. Dit heeft tot gevolg dat voor deze arbeidsovereenkomst de lage premie AWf kan gelden, mits u ook aan de overige voorwaarden hiervoor voldoet. Het gewijzigde standpunt gaat in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. Dat betekent dat u in 2020 of 2021 mogelijk te veel premie betaalde. U kunt deze premie terugkrijgen. Het gewijzigde standpunt geldt voor 2020, 2021 en 2022. De Belastingdienst komt later met informatie over hoe u met deze arbeidsovereenkomsten vanaf 2023 moet omgaan en wat voor invloed dat heeft op de AWf-premie.

Giftenaftrek voor vrijwilligers, wanneer kan dit?

Als vrijwilliger kunt u soms vanwege uw vrijwilligerswerk giften aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden. Welke zijn dit?

Vrijwillig afzien van vrijwilligersvergoeding
Als u recht heeft op een vrijwilligersvergoeding, kunt u deze misschien als gift aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting. Voorwaarde hiervoor is onder meer dat u door een regeling van de instelling recht heeft op de vergoeding, maar daar vrijwillig van afziet.

Let op!
De instelling waarvoor het vrijwilligerswerk wordt verricht, moet ook bereid én in staat zijn om u de vrijwilligersvergoeding daadwerkelijk te betalen. Heeft de instelling hiervoor onvoldoende financiële middelen, dan kan de vrijwilligersvergoeding alsnog niet als gift afgetrokken worden.

Andere voorwaarden voor de giftenaftrek
Een andere voorwaarde is dat de instelling – waarvoor het vrijwilligerswerk wordt verricht – een ANBI of culturele ANBI is. Deze instelling moet aan u een verklaring geven dat vrijwilligerswerk is gedaan.

Let op!
Alleen als voldaan is aan álle voorwaarden kan de vrijwilligersvergoeding als gift in aftrek komen. In de praktijk blijkt dit weleens mis te gaan.

Gemaakte kosten als gift aftrekken
Maakt u kosten voor het vrijwilligerswerk? Dan kunt u deze kosten soms als gift in aftrek brengen.

Dat kan als u de kosten niet vergoed kan krijgen of hier vrijwillig van afziet. Het moet wel gaan om kosten die volgens maatschappelijke opvattingen vergoed behoren te worden. Denk hierbij aan reiskosten, portokosten, kosten voor papier, autokosten et cetera.

Tip!
Voor autokosten geldt een vast bedrag van € 0,19 per kilometer. Wordt per taxi gereisd, dan mogen de werkelijke kosten in aanmerking genomen worden.

Let op!
Als u afziet van de vrijwilligersvergoeding én kosten maakt, komen deze kosten alleen in aftrek voor zover deze hoger zijn dan de vrijwilligersvergoeding.

Is uw meewerkende partner verplicht verzekerd?

Als uw partner in uw eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of uw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Uw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij uw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

  •  Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
  •  Wordt een vergoeding betaald?
  • Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus van een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt, gaat over de gezagsverhouding.

Let op!
Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip!
Werkt uw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als uw andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.

Sancties dreigen voor niet registreren in UBO-register

Voor een aantal juridische entiteiten bestaat de plicht om geregistreerd te zijn in het zogenaamde UBO-register. Valt u hieronder en heeft u zich nog niet ingeschreven, dan kunt u te maken krijgen met sancties. Dit heeft minister Kaag bekendgemaakt.

UBO-register
UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een bv, stichting, vereniging of andere organisatie waarvoor de registratieplicht geldt. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

Bij wie start de controle op inschrijving?
Ongeveer de helft van alle entiteiten die geregistreerd moeten zijn, voldoet nog niet aan deze plicht. Dit ondanks de ruime voorbereidingstijd. De aangekondigde sancties zullen zich daarom eerst richten op de entiteiten waar het risico op witwassen en financieren van terrorisme het grootst is. Bij andere entiteiten zal steekproefsgewijs gehandhaafd worden.

Let op!
Voordat er gehandhaafd wordt, ontvangt u eerst een brief met een laatste waarschuwing en met een termijn om alsnog aan de registratieplicht te voldoen.

Uiteenlopende sancties
De sancties zijn uiteenlopend. Ze variëren van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom, tot in zeer uitzonderlijke gevallen een gevangenisstraf. Ook kan in uitzonderlijke gevallen een zaak voor strafrechtelijke handhaving worden doorverwezen naar het Openbaar Ministerie. Anderzijds zal ook op andere wijze gepoogd worden om het aantal geregistreerde entiteiten toe te laten nemen.

Nog niet ingeschreven?
Valt u onder de verplichting u in te schrijven in het UBO-register en heeft u dit nog niet gedaan? Doe dat dan alsnog. U kunt dit online doen bij de Kamer van Koophandel. Heeft u hier vragen over of hulp bij nodig, neem dan contact met ons op.

Rechtsherstel box 3 vóór 4 augustus via ‘spaarvariant’

De ongeveer 60.000 belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020, krijgen vóór 4 augustus van dit jaar rechtsherstel. Het herstel wordt geboden via de zogenaamde spaarvariant. Vooral voor mensen met spaargeld betekent dit dat ze een teruggave kunnen verwachten. Dit heeft het kabinet bekendgemaakt.

Hoe wordt de mogelijke teruggave berekend?
Er is een nieuwe methodiek opgesteld om de belastingheffing op het vermogen te bepalen voor de jaren 2017 tot en met 2020. In deze zogenaamde spaarvariant wordt de heffing in box 3 berekend via de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. Hierover wordt een forfaitair rendement berekend. Voor het spaargeld wordt uitgegaan van een forfaitair rendement op basis van de actuele spaarrente (van 0,25% in 2017 tot 0,01% in 2021), die bijna nul is. Bij het vaststellen van het forfaitair rendement van beleggingen wordt uitgegaan van het meerjarige gemiddelde rendement op beleggingen (van 5,39% in 2017 tot 5,69% in 2021). Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente (van 3,43% in 2017 tot 2,46% in 2021).

Bedraagt de box 3-heffing op basis van deze nieuwe berekening minder dan op basis van de wettelijke berekening en maakt u tijdig bezwaar? Dan volgt een teruggaaf. Is de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening hoger, dan volgt geen teruggaaf. U hoeft voor de jaren 2017 tot en met 2022 echter ook niet bij te betalen.

Let op!
Het kabinet wil deze uitgangspunten ook toepassen voor de heffing in box 3 over de jaren 2023 en 2024. Hiertoe zal met Prinsjesdag 2022 een wetsvoorstel worden ingediend. Het is de bedoeling dat vanaf 2025 de box 3-heffing dan plaatsvindt op basis van het werkelijke rendement.

Rechtsherstel nog niet vaststaande aanslagen
Vanaf medio september 2022 wordt daarnaast herstel geboden aan de aanslagen over 2017 tot en met 2020 die op 24 december 2021, de datum van het arrest van de Hoge Raad, nog niet onherroepelijk vaststonden. Vanaf medio oktober volgt dan het rechtsherstel voor de aangiften 2017 tot en met 2020 waarbij nog geen aanslag was opgelegd.

Afhandeling aangifte 2021
Mensen met box 3-inkomen die dit jaar op tijd aangifte hebben gedaan over 2021 en belasting moeten betalen, ontvangen deze aanslag niet voor 1 juli van dit jaar. De Belastingdienst houdt de aangiftes met box 3 apart en legt deze aanslagen vanaf augustus 2022 gefaseerd op. Op dat moment is waarschijnlijk ook een nieuwe versie van de onlineaangifte 2021 beschikbaar. Indien gewenst, bijvoorbeeld in verband met een nieuwe partnerverdeling, kan de aangifte 2021 dan opnieuw ingediend worden.

Wie voor 1 mei 2022 aangifte heeft gedaan en een teruggave verwacht, krijgt in eerste instantie wel een voorlopige aanslag die gebaseerd is op de oude systematiek. Bedraagt de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening minder, dan herstelt de Belastingdienst dit automatisch bij het opleggen van de definitieve aanslag. U hoeft hiervoor dus geen actie te ondernemen.

Geen bezwaar gemaakt?
Voor degenen die geen (tijdig) bezwaar maakten tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020, beslist het kabinet later of ook zij rechtsherstel krijgen. Dit hangt af van een arrest van de Hoge Raad in een andere zaak, dat dit najaar wordt verwacht.