Category Archives: Nieuwsbrief_item

Tips inzake belastingschulden coronacrisis en/of huidige (energie)crisis

  1. Belastingschulden door coronacrisis

Heeft u tijdens de coronacrisis uitstel van betaling gekregen van belastingschulden? Dan moet u deze maand, oktober 2022, starten met de aflossing hiervan.

Let op!
Dit betekent dat de eerste termijn uiterlijk op 31 oktober 2022 op de rekening van de Belastingdienst moet zijn bijgeschreven.

Heeft u momenteel geen financiële draagkracht om te starten met aflossen? Dan is het wellicht mogelijk dat er een betaalpauze van een halfjaar kan worden ingelast.

Betaalpauze van zes maanden

Het kabinet had eerder voorgesteld eenmalig een betaalpauze van drie maanden in te voeren voor ondernemers die een dergelijke pauze nodig hebben. Dit voorstel is onlangs aangepast naar een uitstel van zes maanden.

Wilt u hierom verzoeken bij de Belastingdienst, dan moet u wel kunnen aantonen dat u een dergelijke betaalpauze nodig heeft. Een verdere voorwaarde is dat u uw normale betalingsverplichtingen vanaf april van dit jaar (2022) moet zijn nagekomen.

Daarnaast stelde het kabinet eerder voor om de aflossingsperiode op verzoek te kunnen verlengen naar zeven jaar. Ook stelde zij voor in plaats van maandbetalingen, de schuld af te lossen in betalingen per kwartaal.

 

  1. Tegemoetkoming Energiekosten (TEK)

Vanwege de huidige hoge energiekosten komt er een tegemoetkoming voor energie-intensieve mkb-bedrijven, de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK). Voorwaarde is dat de energiekosten minstens 7% van de omzet bedragen. De tegemoetkoming bedraagt 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van € 160.000. De drempelprijs is vastgesteld op € 1,19 per kuub gas en € 0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Een mkb-bedrijf komt alleen voor de TEK in aanmerking als het minder dan 250 medewerkers heeft, minder dan € 50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan € 43 miljoen. Ook moet het staan ingeschreven in het Handelsregister van de KvK.

Let op!
Het maximum van € 160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft uw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kunt u niet maximaal € 160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO

De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij mkb’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK wordt hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 opengesteld. De TEK gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.

 

  1. Belastingschulden door huidige (energie)crisis

Heeft u als ondernemer tijdelijke betalingsproblemen om vorderingen van de Belastingdienst te betalen en had u al eerder een kort uitstel gekregen? Dan kon u geen betalingsregeling meer aanvragen. Dit is nu verruimd: de Belastingdienst krijgt vanaf 1 oktober 2022 de ruimte om toch een betalingsregeling met u af te spreken. Dan wordt het eerder mogelijk om uitstel van betaling te krijgen.

 

Versoepeling uitstel vanwege bijzondere omstandigheden

Heeft u als ondernemer liquiditeitsproblemen vanwege bijzondere omstandigheden, een oorzaak die buiten uw invloed ligt en kunt u uw vorderingen bij de Belastingdienst niet betalen? Dan hoeft u voor belastingschulden onder de € 20.000 geen verplichte verklaring van een externe deskundige meer aan te leveren om uitstel van betaling van 12 maanden te krijgen.

Let op!
Verder is de mogelijkheid voor ondernemers om uitstel van betaling aan te vragen voor de motorrijtuigenbelasting door de coronacrisis vervangen door een permanente regeling.

 

  1. Prijsplafond energie

Er komt zeer waarschijnlijk een tegemoetkoming voor kleinverbruikers van energie, via de instelling van een prijsplafond voor gas en elektra. Voor gas wordt het maximale tarief € 1,45 per kuub tot een verbruik van 1.200 kuub. Voor elektriciteit wordt het maximale tarief verlaagd tot € 0,40 per KWh en het maximale verbruik verhoogd tot 2.900 kWh. Voor het energieverbruik boven het plafond betalen huishoudens en andere kleinverbruikers het tarief zoals opgenomen in het energiecontract. Voor de maanden november en december 2022 ontvangen huishoudens een vaste korting op de energierekening van € 190 per maand.

 

Disclaimer
Bij de samenstelling van de Eindejaarstips 2022 is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Deze versie is samengesteld met de kennis tot 14 november 2022. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

Tips inzake de btw

  1. Verwerk personeelsuitgaven en relatiegeschenken in laatste btw-aangifte

Uiterlijk eind januari moeten de meeste ondernemers de laatste btw-aangifte van het jaar 2022 indienen. Vergeet dan niet te kijken naar de uitgaven voor uw personeel en relatiegeschenken. De btw op deze uitgaven is niet altijd aftrekbaar, ook niet als de onderneming prestaties verricht die belast zijn met btw. Personeelsuitgaven zijn bijvoorbeeld personeelsuitjes en het bekende kerstpakket. Relatiegeschenken kunnen verschillend van aard zijn. Een bekend voorbeeld is het kistje wijn met kerst. Voor een aantal voorzieningen geldt een uitzondering of een speciale regeling. Dit geldt in elk geval voor verhuiskosten, de auto van de zaak en voor fietsen. De btw ten aanzien van personeelsuitgaven is niet aftrekbaar als de uitgaven voor het personeelslid in een jaar meer bedragen dan € 227 (excl. btw). Blijven de uitgaven onder dit bedrag, dan is de btw wel aftrekbaar.

Let op!
Dit betekent dat u moet berekenen wat de uitgaven aan personeelsvoorzieningen per werknemer in een jaar zijn geweest.

Wanneer is de aftrek van btw op relatiegeschenken soms beperkt? De btw is niet aftrekbaar als de ontvanger van uw geschenk – als hij het zelf zou kopen – minder dan 30% van de btw in aftrek zou kunnen brengen én u in dat jaar aan deze relatie meer dan € 227 (excl. btw) aan relatiegeschenken heeft gegeven.

Heeft u op genoemde uitgaven in de loop van het jaar te veel of juist te weinig btw in aftrek gebracht, dan dient u dit in de laatste btw-aangifte te corrigeren.

 

  1. Maak gebruik van de KOR

De kleine ondernemersregeling (KOR) is sinds 2020 een vrijstellingsregeling. Ondernemers met een lagere jaaromzet dan € 20.000 kunnen hiervoor kiezen. De regeling is niet verplicht. De keuze voor de KOR houdt in dat u geen btw in rekening hoeft te brengen en automatisch bent ontheven van allerlei btw-verplichtingen.

Let op!
U verliest ook uw recht op btw-aftrek. De KOR geldt ook voor rechtspersonen, zoals bv’s, stichtingen en verenigingen. Ondernemers die hebben gekozen voor de KOR en die vervolgens in de loop van enig jaar de omzetgrens van € 20.000 overschrijden, worden vanaf dat moment weer btw-plichtig.

Met name voor ondernemers die te maken hebben met afnemers/klanten die de btw niet kunnen terugvragen, kan de KOR uitkomst bieden.

Ondernemers die de KOR willen toepassen, dienen dit tijdig te melden bij de inspecteur. Het aanmeldformulier hiervoor moet uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak waarin u de KOR wilt laten ingaan, door de Belastingdienst zijn ontvangen. Een eenmaal gemaakte keuze voor de KOR geldt in beginsel voor drie jaar.

Let op!
Wilt u vanaf 2023 van de nieuwe KOR gebruikmaken, meldt u zich dan uiterlijk eind november hiervoor aan.

Versoepeling KOR bij geringe omzet

Wanneer u een jaaromzet van maximaal € 1.800 heeft, dan kunt u de KOR toepassen
zonder dat u dit meldt aan de Belastingdienst. Deze versoepeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020.

Voor bijvoorbeeld particulieren die investeren in zonnepanelen maar niets met de btw willen, kan de nieuwe goedkeuring uitkomst bieden. Dit is alleen toegestaan indien de installatie een opwekvermogen van maximaal 10.000 Wattpiek heeft. Komt u daar bovenuit, dan moet u zich wel registreren, maar kunt u daarna wel van de KOR gebruikmaken.

Tip!
Vanaf 1 januari 2023 is op de levering en installatie van zonnepanelen op of in de nabijheid van woningen geen btw meer verschuldigd. Particulieren hoeven zich vanwege de registratiedrempel in veel situaties dus niet meer te melden bij de Belastingdienst. Dat scheelt veel administratieve rompslomp, zowel voor u als de Belastingdienst. Wellicht kunt u de aanschaf of installatie uitstellen tot 2023.

 

  1. Meldt u zich op tijd aan voor de One-Stop-Shop (OSS)

Als u een webshop heeft of anderszins goederen of digitale diensten verkoopt aan particulieren in de EU, dan moet u bij het overschrijden van een totale EU-omzetdrempel van € 10.000 de btw voldoen in de lidstaten van uw klanten. Deze regeling is 1 juli 2021 ingegaan. Om te voorkomen dat u zich in de verschillende lidstaten moet registeren, bestaat de mogelijkheid de buitenlandse btw-aangifte(n) via het zogenaamde One-Stop-Shop-systeem in te dienen. U moet zich aanmelden bij de Belastingdienst. Met behulp van eHerkenning logt u daartoe in in de ondernemingsportal ‘Mijn Belastingdienst Zakelijk’. Doe dat tijdig. Raadzaam is om dat te doen voorafgaand aan het btw-tijdvak waarin u bijvoorbeeld de EU-omzetdrempel overschrijdt. Voorbeeld: als u vanaf 1 januari 2023 gebruik wenst te maken van het nieuwe OSS-aangiftesysteem, raden wij u aan zich vóór 1 januari 2023 aan te melden bij de Belastingdienst.

 

  1. Houd de herzieningstermijn in de gaten

Als u in de afgelopen tien jaar een onroerende zaak met btw heeft aangeschaft, let er dan op dat de in aftrek gebrachte btw in het jaar van ingebruikname en de negen opvolgende jaren in bepaalde gevallen moet worden gecorrigeerd. Dit is het geval als de verhouding van het gebruik van de onroerende zaak voor btw-belaste versus btw-vrijgestelde prestaties is gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarvan u uitging op het moment van aanschaf. Dit heeft tot gevolg dat u mogelijk btw moet terugbetalen of juist terugkrijgt van de Belastingdienst. Deze herzienings-btw geeft u op in de laatste btw-aangifte van het jaar.

Let op!
Ook voor roerende zaken waarop dient te worden afgeschreven, geldt een herzieningstermijn. De termijn hiervoor bedraagt echter het jaar van ingebruikname en de vier jaren erna.

 

  1. Vraag de btw op oninbare vorderingen terug

Als uw afnemers/debiteuren u niet betalen, kunt u de al in rekening gebrachte en afgedragen btw onder voorwaarden terugkrijgen. Het moet dan duidelijk zijn dat uw afnemer niet zal betalen, zoals bij een faillissement. Bij fictie is een niet-betaalde vordering sowieso één jaar na de opeisbaarheid daarvan oninbaar. U doet er dan verstandig aan de btw in dat tijdvak via de btw-aangifte terug te vragen. Een later ingediend verzoek om teruggaaf biedt minder zekerheid op succes. Soms is ook al eerder duidelijk dat u niet meer op betaling hoeft te rekenen.

Tip!
Als een vordering één jaar na opeisbaarheid nog niet is betaald, kunt u de btw in ieder geval terugvragen. De andere kant van de medaille is dat u de btw op een inkomende factuur weer moet terugbetalen aan de Belastingdienst indien u de factuur nog niet heeft betaald en sinds het verstrijken van de betaaltermijn ervan al een jaar is verstreken.

Let op!
De btw op de vordering kan in de reguliere aangifte worden teruggevraagd in het tijdvak waarin de vordering oninbaar is gebleken.

 

  1. Zonnepanelen op woon-bedrijfspand: meer btw terug

Heeft u in 2022 zonnepanelen geplaatst op uw woning en/of bedrijfspand, dan kunt u misschien meer btw terugvragen dan u denkt. De btw op de zonnepanelen kunt u sowieso (deels) terugvragen, omdat u een deel van de energieproductie btw-belast aan het net levert. Hetzelfde geldt voor de energie ten behoeve van het btw-belaste zakelijk gebruik van de woning of het bedrijfspand.

Het kabinet heeft verder besloten dat het btw-tarief op zonnepalen die op woningen of bijgebouwen worden geplaatst, per 1 januari 2023 wordt verlaagd naar 0%. Omdat de btw al kon worden teruggevraagd, is dit niet zozeer een financieel voordeel, maar betekent het wel een vermindering van de administratieve lasten.

Tip!
Mogelijk komt u ook nog in aanmerking voor energie-investeringsaftrek.

Let op!
Mogelijk kunt u ook een deel van het dak waarop de zonnepanelen geplaatst zijn tot het btw-ondernemingsvermogen rekenen, als gevolg waarvan u ook over dat deel van de bouw- of verbouwingskosten van de woning de btw kunt terugkrijgen. In een uitspraak van de rechter werd dit toegestaan voor een ondernemer die een deel van zijn woning voor zijn bedrijf gebruikte en zijn woning als ondernemingsvermogen had aangemerkt.

In een andere uitspraak werd de aftrek niet toegestaan voor de btw die drukte op een pand waarop zonnepanelen waren geïnstalleerd. Volgens de uitspraak leiden zonnepanelen die deels btw-belast worden gebruikt er niet toe dat de gehele woning als zakelijk kan worden aangemerkt. Neem contact met ons op als u meer wilt weten.

 

  1. Vergeet btw privégebruik auto niet in uw laatste btw-aangifte

Voor auto’s van de zaak die ook privé gebruikt worden, moet in de laatste btw-aangifte van het jaar btw over het privégebruik betaald worden. Daar staat tegenover dat u door het jaar heen de btw op alle autokosten in aftrek kunt brengen, althans, als u de auto gebruikt voor btw-belaste omzet. Voor de btw geldt woon-werkverkeer ook als privé.

Voor het btw-privégebruik kunt u gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Ga daarbij uit van een btw-heffing van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip!
Voor de auto van de zaak die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) of langer in de onderneming is gebruikt, geldt een lager forfait van 1,5%. Datzelfde percentage geldt ook als u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek kon brengen. 

Let op!
U mag de forfaitaire regeling alleen toepassen als het privégebruik niet kan worden vastgesteld. U mag dan de btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn. U moet dan wel een (globale) kilometerregistratie bijhouden. Houd er rekening mee dat in dit geval woon-werkverkeer als privé wordt gezien.

Tip!
De niet-aftrekbare btw in verband met het privégebruik is een kostenpost voor uw bedrijf en dus aftrekbaar van de winst.

 

  1. Profiteer nog van de bedrijfsopvolgingsregeling

In het Belastingplan is geen wijziging opgenomen ten aanzien van de faciliteiten die er zijn voor bedrijfsopvolgingen. Wel is – als onderdeel van een bredere aanpak van fiscale constructies – aangegeven dat de verhuur van vastgoed niet meer zal delen in deze fiscale faciliteiten. Begin november komt het kabinet met een reactie op een onderzoek dat is uitgevoerd naar de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Er wordt breed rekening mee gehouden dat de faciliteiten worden versoberd en (deels) zelfs afgeschaft.

Tip!
Kom nu nog in actie en maak gebruik van de fiscale faciliteiten van bedrijfsopvolging.

Tips voor de woningeigenaar

  1. Koop nu nog een vakantiewoning of woning voor verhuur

De overdrachtsbelasting voor woningen die geen eigen woning zijn, wordt in 2023 verhoogd van 8 naar 10,4%. Bent u van plan op korte termijn een dergelijke woning te kopen, doe dit dan nog dit jaar. Te denken valt aan een vakantiewoning of een woning die u koopt om te verhuren aan een derde, zoals uw kinderen.

Let op!
Het moment van de verkrijging van de woning is bepalend voor het tarief. Voor de overdrachtsbelasting is dat de datum waarop de notariële akte van levering bij de notaris wordt opgemaakt en ondertekend. De datum van de koopovereenkomst is niet van belang.

 

  1. Aankoop starterswoning even uitstellen?

Starters op de woningmarkt die een eigen woning kopen met een waarde tot € 400.000, betalen onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting. De waarde voor deze vrijstelling wordt vanaf 2023 verhoogd tot € 440.000. U heeft alleen recht op de vrijstelling als u in het verleden nog niet eerder van de vrijstelling gebruik heeft gemaakt.

Tip!
Kunt u een beroep doen op de vrijstelling en bent u van plan een woning te kopen met een waarde tussen € 400.000 en € 440.000, dan kunt u belasting besparen door met de aankoop zo mogelijk te wachten tot ná 31 december 2022. Het extra voordeel scheelt dan maximaal € 800.

Let op!
U heeft alleen recht op de startersvrijstelling als u meerderjarig bent en nog geen 35 jaar. Koopt u samen met uw partner de woning, dan geldt deze eis voor beiden. U bent meerderjarig als u 18 jaar oud bent. U bent ook meerderjarig als u als moeder van een kind 16 of 17 jaar bent en de rechter u meerderjarig heeft verklaard.

 

  1. Schenk nog vrijgesteld ten behoeve van eigen woning

In 2022 kunt u nog gebruikmaken van de schenkvrijstelling ten behoeve van een eigen woning. Deze bedraagt in 2022 € 106.671. De vrijstelling wordt in 2023 verminderd naar € 28.947 en vanaf 2024 geheel afgeschaft. U kunt alleen in 2022 dus nog volledig van de vrijstelling profiteren.

De vrijstelling kon tot nu toe onder voorwaarden gespreid over drie opeenvolgende jaren benut worden. Schenkingen die in 2021 zijn gedaan en waarbij een beroep is gedaan op de vrijstelling voor de eigen woning, behouden deze mogelijkheid. Schenkingen die in 2022 zijn gedaan, kunnen alleen nog in 2023 worden aangevuld tot het maximumbedrag dat voor 2022 gold. Vanaf 2023 is spreiding van de vrijstelling niet meer mogelijk. Een voorwaarde voor de vrijstelling is dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn. Als de schenking gespreid plaatsvindt, moet op alle momenten aan deze voorwaarde worden voldaan. Degene die de schenking ontvangt, moet deze gebruiken voor de eigen woning. Het gaat om de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning en de aflossing van de eigenwoningschuld of de restschuld na verkoop van de eigen woning. Als de ontvanger van de schenking deze gebruikt voor aflossing van de schuld inzake de eigen woning, kan door de aflossing/besteding te spreiden over 2022-2023-2024 een eventuele boeterente misschien (deels) worden voorkomen. De vrijstelling is niet beperkt tot schenkingen tussen ouders en kind. Hierdoor kan er ook buiten de gezinssituatie gebruik worden gemaakt van de vrijstelling.

Tip!
De schenking leidt bij u mogelijk tot een belastingbesparing in box 3. Schenkt u nog in 2022, dan bespaart u in 2022 namelijk belasting als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen.

 

  1. Los uw geringe hypotheekschuld af

Als u geen hypotheekrente in aftrek brengt, hoeft u slechts een gering deel van het eigenwoningforfait bij te tellen. Om die reden kan het verstandig zijn om een lage hypotheekschuld af te lossen. Bijkomend voordeel is dat hiermee ook uw box 3-vermogen lager wordt en u hierdoor mogelijk minder belasting in box 3 betaalt. In box 3 levert dit namelijk een voordeel op als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Uiteraard moet u dan wel zorgen dat u uiterlijk 31 december 2022 aflost.

Let op!
Deze regeling wordt vanaf 2019 over een periode van dertig jaar geleidelijk afgeschaft. Uw voordeel zal dus per jaar kleiner worden en uiteindelijk verdwijnen.

Let op!
Bedenk vooraf of u mogelijk op een later moment geen ander bestedingsdoel heeft voor het voor de aflossing gebruikte box 3-vermogen. Indien u later opnieuw een hypotheek voor uw woning afsluit, is de rente namelijk niet meer aftrekbaar.

 

  1. Onderzoek rentemiddeling

Met rentemiddeling wordt bedoeld dat u uw huidige rentevaste periode openbreekt en dat u andere afspraken maakt met uw hypotheekverstrekker. Dit kan zonder dat ineens de boeterente vanwege vervroegd aflossen betaald hoeft te worden. Bij rentemiddeling is de boeterente namelijk niet ineens verschuldigd, maar wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. Hiermee wordt een lagere hypotheekrente ineens bereikbaar voor een veel grotere groep. Onderzoek daarom of in uw situatie rentemiddeling een mogelijkheid is.

De boeterente bij rentemiddeling is eveneens aftrekbaar. Naast de boeterente kan het rentepercentage ook verhoogd worden met andere opslagen die geen verband houden met de boeterente. Bijvoorbeeld een opslag voor het risico van vroegtijdig aflossen van de hypotheekschuld.

Deze andere opslagen, boven op de hypotheekrente en de boeterente, mogen in totaal niet hoger zijn dan 0,2%. In dat geval is er ook sprake van renteaftrek voor de andere opslagen.

Tip!
Het tarief waartegen de (boete)rente in aftrek kan worden gebracht, bedraagt in 2023 36,93%. In 2022 is de rente nog maximaal aftrekbaar tegen 40%. Door dit jaar een lening over te sluiten en de boeterente te betalen, kan mogelijk een fiscaal voordeel worden behaald ten opzichte van de rentemiddeling.

Let op!
Als het percentage van de andere opslagen hoger is dan 0,2%, kan over de gehele andere opslag geen rente worden afgetrokken. U moet dan de betaalde rente herrekenen naar de rente die u mag aftrekken als betaalde hypotheekrente.

 

  1. Betaal hypotheekrente vooruit

Valt uw inkomen in 2023 in een lager tarief dan in 2022 en/of wilt u uw box 3-vermogen verlagen, dan is het wellicht financieel aantrekkelijk om in 2022 uw hypotheekrente vooruit te betalen. Uw hypotheekrente wordt in 2022 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief en uw box 3-vermogen zal per 1 januari 2023 lager zijn. In box 3 levert dit overigens alleen een voordeel op als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Ga wel bij uw bank na of dit kan en wat de voorwaarden en kosten zijn.

Let op!
U mag maximaal de in 2022 vooruitbetaalde hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2023 in 2022 in aftrek brengen.

Let op!
Trekt u de hypotheekrente in 2022 af tegen het tarief van de hoogste schijf, dan behaalt u in ieder geval voordeel. Het maximum waartegen u de hypotheekrente mag aftrekken, wordt in 2023 namelijk verder verlaagd van 40 naar 36,93%.

 

  1. Verhuur tweede woning aan uw kind(eren)

Heeft u al dan niet studerende kinderen die nauwelijks een betaalbare huur- of koopwoning kunnen vinden en beschikt u over voldoende privévermogen in box 3? Overweeg dan nog dit jaar een woning te kopen en aan hen te verhuren. Dit heeft verschillende fiscale voordelen.

De eventuele waardestijging van de woning is onbelast, de ontvangen huur eveneens. Uw kinderen hebben mogelijk recht op huurtoeslag, dus u kunt hier met de huur rekening mee houden en iets meer huur vragen. Die moet wel zakelijk zijn, maar is de huur ondanks de huurtoeslag toch nog te hoog voor uw kinderen, dan kunt u een deel van de huur terugschenken. Een schenking tot € 5.677 per kind is in 2022 onbelast.

Let op!
Koppel de schenking wel los van de huurbetalingen en ga dit bijvoorbeeld niet met elkaar verrekenen!

Let op!
Het extra voordeel dat de waarde van de woning in box 3 slechts gesteld wordt op een deel van de WOZ-waarde vanwege de verhuurde staat van de woning, vervalt in veel situaties per 2023. Dat is het geval indien de woning aan kinderen wordt verhuurd voor een te lage huur. De verhuurde woning telt vanaf 2023 dan dus voor 100% van de WOZ-waarde mee als belegging in box 3.

Let op!
De aankoop van een woning voor uw kinderen is vanaf 2023 belast met 10,4% overdrachtsbelasting.

 

  1. Voorkom de gevolgen van aanpassen van de leegwaarderatio

Zoals u hiervoor al heeft kunnen lezen, verandert er het een en ander aan de waardering van verhuurde woningen in box 3. In 2022 wordt de waarde van de verhuurde woning nog gesteld op maximaal 85% van de WOZ-waarde. Als de jaarhuur ten opzichte van de WOZ-waarde lager is dan 7%, ligt de waardering zelfs nog lager. Dit wordt de leegwaarderatio genoemd. Deze leegwaarderatio wordt aangepast.

Allereerst worden de percentages geactualiseerd. Dat betekent onder ander dat het maximumpercentage stijgt tot 100% van de WOZ-waarde, waardoor de leegwaarderatio dus niet meer van toepassing is. Dat is het geval indien de jaarhuur meer dan 5% van de WOZ-waarde betreft. Ook is er geen leegwaarderatio meer als de woning slechts tijdelijk (twee jaar of korter) wordt verhuurd. En dus ook bij te lage huren in gelieerde verhoudingen.

Tip!
Misschien is het mogelijk tijdelijke huurcontracten om te zetten in langlopende huurcontracten. Dat kan voordelig zijn als de huur niet meer dan 5% van de WOZ-waarde bedraagt, omdat u dan gebruik kunt blijven maken van de lagere waardering.

Tips voor de automobilist

  1. Houd rekening met verval lage bijtelling na 60 maanden

Het percentage aan bijtelling voor de auto van de zaak geldt gedurende een termijn van maximaal 60 volle kalendermaanden. Daarna is het dan geldende percentage van toepassing (bij auto’s van vóór 2017 zelfs uitgaan van 25 in plaats van 22%). Heeft u een elektrische auto van de zaak die in 2018 op kenteken is gezet, houd er dan rekening mee dat de lage bijtelling van 4% over de hele cataloguswaarde in 2023 verloopt. Vanaf dat moment geldt voor die auto een bijtelling van 16% tot een cataloguswaarde van € 30.000.

Tip!
Krijgt de auto een (fors) hogere bijtelling, dan is het wellicht voordeliger deze in privé te gaan rijden. Deze optie bestaat voor dga’s en overige werknemers, maar in beginsel niet voor de ondernemer in de inkomstenbelasting. Indien u ondernemer bent in de inkomstenbelasting, moet u namelijk een bijzondere reden hebben om de auto voortaan tot het privévermogen te rekenen. Gebruikt u de auto vanaf 2023 echter minder dan 10% zakelijk, dan bent u zelfs verplicht de auto als privé aan te merken. Op deze manier kunt u de bijtelling dus wel ontgaan.

Bij overname van de auto in privé vervalt de bijtelling, moeten alle autokosten privé betaald worden en kan voor zakelijke kilometers, inclusief woon-werkverkeer, een belastingvrije vergoeding van € 0,19/km worden gegeven. Dit bedrag wordt in 2023 overigens verhoogd naar € 0,21/km en in 2024 verder verhoogd naar € 0,22/km.

Tip!
Wordt de bijtelling voor u in 2022 fors hoger, dan kunt u ook overwegen de auto vanaf 1 januari 2023 aantoonbaar nog maximaal 500 kilometer privé te gebruiken en zo de bijtelling voorkomen.

           

  1. Koop elektrische auto vóór 2023

Als u van plan bent binnenkort een elektrische auto aan te schaffen, is het raadzaam dit nog voor het einde van 2022 te doen. De reden is dat de bijtelling bij privégebruik van zakelijke elektrische auto’s het komende jaar wordt berekend over een maximale cataloguswaarde van € 30.000 in plaats van € 35.000 in 2022. Boven dit maximum betaalt u over het meerdere belasting over de gewone bijtelling van 22%. Bent u van plan een elektrische auto aan te schaffen die meer kost dan € 30.000, dan kunt u dit dus nog vijf jaar lang voorkomen door deze nog in 2022 aan te schaffen. Vanaf 2026 wordt de elektrische auto hetzelfde belast als een normale auto, dus 22% bijtelling over de gehele cataloguswaarde:

 

Jaar eerste toelating Bijtelling bij privégebruik Tot deel van de cataloguswaarde Bijtelling voor het deel daarboven
2022 16% € 35.000 22%
2023 t/m 2024 16% € 30.000 22%
2025 17% € 30.000 22%
2026 e.v. 22% n.v.t. n.v.t.

 

De lage bijtelling geldt voor een periode van 60 maanden vanaf de datum van eerste toelating. De aftopping van de cataloguswaarde geldt niet voor auto’s op waterstof of zonnecelauto’s.

Tip!
Overweeg om de auto over te brengen naar privé en zakelijke kilometers te declareren tegen € 0,21/km (2023). Indien u ondernemer bent in de inkomstenbelasting, moet u wel een bijzondere reden hebben om de auto voortaan tot het privévermogen te rekenen.

Tip!
Wordt de bijtelling voor u in 2023 fors hoger, dan kunt u ook overwegen de auto vanaf 1 januari 2023 aantoonbaar nog maximaal 500 kilometer privé te gebruiken en zo de bijtelling voorkomen.

Verlaagde energiebelasting blijft in 2023

De Tweede Kamer heeft besloten dat het verlaagde tarief energiebelasting voor het opladen van een elektrische auto langer blijft gelden. Vanaf 1 januari 2023 zou elektrisch laden bij een openbare laadpaal duurder worden.

 

  1. Vraag als particulier subsidie aan voor elektrische auto

Particulieren die een elektrische auto aanschaffen, kunnen hiervoor subsidie krijgen. De subsidie bedraagt in 2023 € 2.950 voor nieuwe elektrische auto’s en € 2.000 voor occasions. Voor de subsidie geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moet de catalogusprijs van de auto liggen tussen € 12.000 en € 45.000 en moet de actieradius minstens 120 kilometer zijn.

De subsidie is alleen bestemd voor particulieren, wat betekent dat de auto niet tot het ondernemingsvermogen mag behoren. Ondernemers kunnen de subsidie dus alleen krijgen als ze de auto in privé aanschaffen. In dat geval kan men voor woon-werk- en zakelijke kilometers € 0,21km (2023) ten laste van de winst brengen.

De subsidie kan online worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (www.rvo.nl). Dit kan pas nadat u de koop- of leaseovereenkomst heeft gesloten. U kunt de subsidie alleen verkrijgen indien de elektrische auto bij een erkend bedrijf wordt aangeschaft. Dit om fraude bij handel tussen particulieren te voorkomen.

Let op!
De subsidie voor elektrische auto’s voor 2022 is al niet meer beschikbaar. Gelet op de populariteit van de regeling, is het raadzaam volgend jaar met het aanvragen van de subsidie op een nieuwe elektrische auto niet te lang te wachten. Aanvragen kan vanaf 2 januari 2023 9.00 uur en dient digitaal te gebeuren via de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). De subsidie voor nieuwe auto’s was in 2022 op 1 juni op, die voor gebruikte elektrische auto’s op 7 juli. Wacht met het aanvragen van een subsidie voor een elektrische auto dus niet te lang.

 

  1. Vervallen voordeel bpm voor bestelauto’s van ondernemers

Btw-ondernemers die een bestelauto minstens 10% zakelijk gebruiken, hebben bij aanschaf van een bestelauto recht op vrijstelling van bpm. Dat scheelt fors qua investering. Dit voordeel verdwijnt met ingang van 2025.

Vanaf 2025 zullen ondernemers dus ook bpm gaan betalen bij de aanschaf van bestelauto’s. Daarbij zal de grondslag – net zoals bij personenauto’s – afhankelijk zijn van de CO2-uitstoot.

Tip!
Voor veel ondernemers is de aanschaf van een bestelauto een grote uitgave. In de financiële planning kan het daarom raadzaam zijn de aanschaf niet in 2025 of later te doen, maar naar voren te halen en in 2024 te plannen. Door daar nu al rekening mee te houden, blijft een onderneming flexibel daarin.

Tips voor werkgevers

  1. Loonkostenvoordeel voor lage lonen

Werkgevers die werknemers in dienst hebben met een loon tussen 100 en 125% van het wettelijk minimumloon (WML), krijgen een tegemoetkoming in de vorm van het lage-inkomensvoordeel (LIV). U krijgt het LIV alleen voor werknemers met minimaal 1.248 verloonde uren per jaar. Het gaat daarbij om alle uitbetaalde uren, dus ook uren waarvoor niet gewerkt wordt. Denk aan betaald verlof, ziekte, overwerk en uitbetaalde verlofuren.

Tip!
Ga na voor welke werknemers u op grond van het uurloon het loonkostenvoordeel zou kunnen ontvangen. Ga vervolgens na of zij het minimaal vereiste aantal uren werken. Zitten ze net onder de grens, dan kan het lonend zijn het aantal uren te verhogen. Zelfs als u uw werknemer extra betaald verlof zou geven, tellen de uren mee en kunt u het loonkostenvoordeel wellicht toch binnenhalen.

Tip!
Is het uurloon te hoog, dan kunt u in plaats van loon wellicht gebruikmaken van alternatieven. Denk daarbij aan onbelaste kostenvergoedingen en het onderbrengen van belast loon in de werkkostenregeling. Dit loon telt namelijk niet mee voor de bepaling van het LIV.

Jeugd-LIV  

Voor jongeren van 18 t/m 20 jaar geldt een lagere tegemoetkoming in de vorm van het jeugd-LIV. De bedragen voor 2022 vindt u in onderstaande tabel. De eis van minstens 1.248 verloonde uren geldt niet voor het jeugd-LIV.

 

Leeftijd op 31-12-2021  Jeugd-LIV per uur  Maximum jeugd-LIV per jaar 
18 jaar € 0,07 € 135,20
19 jaar € 0,08 € 166,40
20 jaar € 0,30 € 613,60

 

  1. Benut uw mogelijkheden binnen de werkkostenregeling

Benut ook dit jaar uw mogelijkheden binnen de werkkostenregeling. Het is namelijk niet mogelijk om de vrije ruimte die in 2022 over is, door te schuiven naar 2023. Beoordeel uw nog resterende vrije ruimte en bekijk bijvoorbeeld of zaken die u in 2023 wilt vergoeden dan wel verstrekken nog in 2022 kunnen worden vergoed dan wel verstrekt. Het is in sommige gevallen zelfs mogelijk om de werknemer een belastingvrije bonus te geven

Houd er rekening mee dat de vrije ruimte in 2023 wordt verruimd. Tot een loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte dit jaar 1,7% en volgend jaar 3%. Over het meerdere blijft de vrije ruimte 1,18%. Dreigt u dit jaar de vrije ruimte juist te overschrijden, overweeg dan het verschaffen van vergoedingen en verstrekkingen uit te stellen tot 2023. Dit is uiteraard alleen voordelig als u in 2023 naar verwachting binnen de vrije ruimte blijft.

Let op!
– Zorg ervoor dat de vrije ruimte niet wordt overschreden, u (de werkgever) betaalt dan 80% belasting over het meerdere.

– Voor de berekening van het verbruik van de vrije ruimte neemt u de kosten inclusief btw.

– Vaak voorkomende elementen die in de vrije ruimte thuishoren zijn bijvoorbeeld: borrels, etentjes, uitjes, activiteiten, feesten, reizen, cadeautjes, kerstpakketten, gratis lunchen op kantoor, fitness abonnementen, té hoge kilometervergoeding, té hoge thuiswerkvergoeding.

– Ook als er niet (volledig) wordt voldaan aan de voorwaarden van een gerichte vrijstelling of nihilwaardering, kan e.e.a. belastingvrij door gebruik te maken van de vrije ruimte.

– De verhoging naar 3% geldt alleen voor 2023. In 2024 daalt de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 weer naar de eerder voorgestelde 1,92%.

Houd rekening met het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat uw vergoedingen en verstrekkingen niet in de vrije ruimte kunnen worden ondergebracht als deze op zichzelf ongebruikelijk zijn en/of de omvang van de vergoeding/verstrekking ongebruikelijk is. Ongebruikelijk betekent in dit verband een afwijking van 30% of meer van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het betekent echter niet dat alleen zakelijke vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling kunnen worden ondergebracht.

Tip!
Maak gebruik van de doelmatigheidsmarge van € 2.400 per persoon per jaar. Tot dit bedrag beschouwt de Belastingdienst de vergoedingen/verstrekkingen in ieder geval als gebruikelijk. Het bedrag van € 2.400 geldt in alle redelijkheid, dus bijvoorbeeld niet voor zover het loon van de werknemer lager is dan de bedragen waar hij recht op heeft volgens de Wet op het minimumloon of als stagiair. Overigens betekent dit niet dat het bedrag van € 2.400 per definitie onbelast is. Het bedrag telt ‘gewoon’ mee voor de vrije ruimte en als u die vrije ruimte overschrijdt, betekent dat een extra heffing van 80%.

Tip!
Heeft u nog geen andere belaste vergoedingen of verstrekkingen gehad, dan kunt u zichzelf dit jaar als dga bijvoorbeeld ook een eindejaarsbonus geven uit de beschikbare vrije ruimte. Staat uw partner ook op de loonlijst, dan geldt dit ook voor hem of haar. Dit is niet mogelijk als u gebruik heeft gemaakt van de loonkostensubsidie NOW 2 (en volgende) in het kader van de coronacrisis en u een voorschot in de tegemoetkoming kreeg van € 100.000 of meer dan wel een definitieve tegemoetkoming van € 125.000 of meer. Dit verbod op een bonus voor de dga en partner geldt ook onder NOW 1 als er gebruik is gemaakt van de concernregeling. Verder geldt het verbod ook als u langer dan drie maanden bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen.

 

  1. Heroverweeg gebruik concernregeling binnen werkkostenregeling

Heeft u meerdere bv’s, dan kunt u binnen de werkkostenregeling (WKR) de concernregeling toepassen. Door de concernregeling kan een bv die tot een concern behoort de ongebruikte vrije ruimte van een andere bv binnen hetzelfde concern benutten. Door de grotere vrije ruimte bij een loonsom tot € 400.000, is het gebruik van de concernregeling echter niet altijd voordelig. Als u de concernregeling toepast, kunt u namelijk maar één keer profiteren van de extra vrije ruimte van 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Vanaf 2023 is dit zelfs 3%. Het gebruik van de concernregeling is optioneel en u hoeft uw keuze pas ná 2022 te bepalen.

Tip!
Maak alleen gebruik van de concernregeling binnen de WKR indien deze positief voor u uitpakt. Houd er hierbij rekening mee dat de concernregeling alleen geldt voor bv’s, nv’s en stichtingen en dat een belang van minimaal 95% gedurende het gehele jaar vereist is.

 

  1. Vier kerst dit jaar ‘WKR-optimaal’ met uw personeel

Geef bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte in plaats van een kerstpakket eens een nieuwjaarsgeschenk. En een bedrijfsfeestje is begin 2023 misschien net zo gezellig als eind 2022. Omdat deze verstrekkingen dan in 2023 plaatsvinden, komen ze ook ten laste van de vrije ruimte in 2023.

Let op!
Bedenk wel dat schuiven alleen zin heeft als u in 2023 niet met dezelfde dreigende overschrijding van de vrije ruimte te maken krijgt.

Let op!
Het kan aantrekkelijk zijn om de kerstborrel op de eigen werkvloer te houden, omdat er dan sprake is van een nihilwaardering en dus geen gevolgen voor de vrije ruimte heeft. Gaat de borrel binnenshuis gepaard met een maaltijd, dan komt voor de maaltijd wel het forfaitaire bedrag van € 3,35 per werknemer ten laste van de vrije ruimte (mits u dat aanwijst als eindheffingsbestanddeel). Dit is echter altijd aanmerkelijk minder dan de werkelijke waarde van een maaltijd buiten de deur, die anders ten laste van uw vrije ruimte was gekomen. Nodigt u ook de partners van de werknemers uit voor het kerstdiner? Dan moet u voor die partners ook € 3,35 rekenen.

 

  1. Vorm een voorziening voor een transitievergoeding

Bij onvrijwillig ontslag van een werknemer bent u in beginsel een transitievergoeding verschuldigd. De hoogte ervan is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer bij u in dienst is geweest en de hoogte van het salaris. De transitievergoeding bedraagt in 2022 maximaal € 86.000 of een bruto jaarsalaris als dit meer is.

Zijn er voldoende aanwijzingen dat u op niet al te lange termijn een of meer werknemers moet ontslaan, dan kunt u een voorziening vormen voor een transitievergoeding. Ook moeten de uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich in de periode voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan en moeten ze ook aan die periode kunnen worden toegerekend. Op deze manier kunt u nu al rekening houden met de kosten van een transitievergoeding die zich pas in de toekomst zullen voordoen. De hoogte van de voorziening moet u afstemmen op de te verwachten kosten en de te verwachten termijn waarop deze kosten zich zullen voordoen.

Let op!
Er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat de transitievergoeding betaald moet worden. U zult dit dus aannemelijk moeten kunnen maken, bijvoorbeeld door aan te tonen dat een reorganisatie – bijvoorbeeld vanwege de recente coronacrisis – op termijn niet is te voorkomen.

 

  1. Vraag tijdig de WBSO aan

Werkgevers die innovatieve activiteiten verrichten, kunnen via de WBSO een fiscale tegemoetkoming krijgen in de vorm van een percentage van de gemaakte kosten. Deze kosten bestaan uit de direct toerekenbare salariskosten plus de overige toerekenbare kosten van innovatie.

Als u innovatieve activiteiten gaat uitvoeren, kunt u de WBSO vooraf online aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). Aanvragen kan in vier periodes per jaar.

Let op!
Aanvragen voor de eerste periode van 2023 moeten uiterlijk 20 december 2022 bij RVO binnen zijn.

 

  1. Verhoging belastingvrije reiskostenvergoeding

Stelt u geen vervoersmiddel ter beschikking aan uw werknemer, dan kunt u de werknemer een belastingvrije vergoeding van maximaal € 0,19/km geven. Het maakt daarbij niet uit op welke wijze de werknemer reist. Dit geldt voor zowel woon-werkverkeer als voor zakelijke kilometers. Bij reizen per openbaar vervoer mag u ook de werkelijke kosten vergoeden.

Het bedrag van de belastingvrije vergoeding stijgt in 2023 naar € 0,21/km en in 2024 naar € 0,22/km.

Ga tijdig na of u verplicht bent om hierin mee te gaan. Dan kunt u daarmee in uw begroting voor volgend jaar rekening houden. Want 2 of 3 cent per kilometer lijkt niet veel, bij veel kilometers kan het toch hard doortellen.

Let op!
U bent als werkgever arbeidsrechtelijk in beginsel niet verplicht dit verhoogde bedrag ook aan uw werknemers te betalen. Dit is anders indien in een arbeidsovereenkomst, arbeidsvoorwaarden en cao is bepaald dat de maximale fiscale vergoeding moet worden vergoed. In dat geval heeft u geen keuze en moet u mee met de verhoging.

 

  1. Beperken 30%-regeling vanaf 2024

Werknemers die van buiten Nederland worden aangeworven om in Nederland te komen werken, maken veel dubbele kosten (zogenaamde extraterritoriale kosten). Onder voorwaarden mag een werkgever deze kosten onbelast vergoeden. Dat mag op declaratiebasis, waarbij dus de werkelijke (kwalificerende) kosten worden vergoed. Makkelijker (en vaak voordeliger) is het om standaard 30% van de totale beloning onbelast te vergoeding (zonder nader bewijs). De afgelopen jaren zijn veel buitenlandse werknemers in Nederland aan de slag gegaan met deze 30%-regeling.

Vanaf 2024 wordt de maatregel beperkt. Vanaf dat moment mag de 30%-regeling alleen nog maar worden toegepast over de balkenendenorm (2023: € 223.000). Over het meerdere mag dat dan niet meer. Wel kan er nog altijd voor worden gekozen om de werkelijke kosten te vergoeden. Ook mogen naast de 30%-regeling altijd nog de werkelijke gelden van een internationale school worden vergoed.

Tip!
Werknemers die de 30%-regeling al toepassen in 2022, mogen dit nog voortzetten in 2024 en 2025 (mits de totale looptijd nog niet is verstreken). Bent u voornemens een werknemer met een dergelijk hoog salaris te werven uit het buitenland, dan kan het dus handig zijn die nog in 2022 in dienst te nemen. Hij kan dan twee jaar langer gebruikmaken van de 30%-regeling.

Tips voor de bv en de dga

  1. Speel in op verkorting tariefschijf

De eerste schijf van de vennootschapsbelasting met een tarief van 15% wordt in 2023 verkort. Het lage tarief geldt in 2022 voor de eerste € 395.000 winst, maar vanaf 2023 nog slechts voor de eerste € 200.000 winst. Bovendien wordt het lage tarief vanaf 2023 verhoogd naar 19%. Bij een winst van € 395.000 of meer scheelt dat meer dan € 29.000 aan vennootschapsbelasting tussen 2022 en 2023!

Valt de winst van uw bv dit jaar lager uit dan € 395.000, dan is het vaak voordelig om kosten van uw onderneming, indien mogelijk, zo veel mogelijk uit te stellen en opbrengsten, indien mogelijk, in de tijd naar voren te halen. Denk bijvoorbeeld aan de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen en aan vervroegd afschrijven. Op deze manier blijft uw winst wellicht dit jaar slechts belast tegen een tarief van 15% in plaats van 19% of 25,8%.

 

Jaar Tarief eerste schijf Lengte eerste schijf Tarief tweede schijf
2021 15% € 245.000 25%
2022 15% € 395.000 25,8%
2023 19% € 200.000 25,8%

 

Tip!
Wijkt de winst af van de verwachtingen, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag Vpb aan. Hiermee voorkomt u de betaling van belastingrente, terwijl u bij een teruggave voorkomt dat dit bedrag renteloos uitstaat bij de Belastingdienst. Houd er rekening mee dat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting 8% bedraagt.

 

  1. Houd uw fiscale eenheid voor de Vpb tegen het licht

Zijn uw bv’s op dit moment gevoegd in een fiscale eenheid voor de Vpb, houd deze dan eens tegen het licht. De fiscale eenheid betaalt vennootschapsbelasting over het geheel van winsten van de gevoegde bv’s. Gezien het verschil tussen het lage en het hoge tarief én het inkorten van de lengte van de eerste tariefschijf, wordt het verbreken van de fiscale eenheid interessanter. Het tariefverschil bedraagt in 2023 immers 6,8%-punt (19% respectievelijk 25,8%) en heeft vanaf 2023 betrekking op de eerste € 200.000 winst. Na verbreking van de fiscale eenheid kan elke bv voor zich het tariefsopstapje benutten en kunt u wellicht de verkorting van de eerste tariefschijf van € 395.000 naar € 200.000 deels compenseren.

Let op!
Let op dat het verbreken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden. Als verbreking per 2023 gewenst is, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2023 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Weeg alle voor- en nadelen van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting goed af voor u besluit tot verbreking over te gaan. Wees ook alert op mogelijke onbedoelde gevolgen bij verbreking. Zo dient u wellicht belasting te betalen over vermogensverschuivingen tussen de bv’s in de afgelopen zes jaar.

 

  1. Koop nu nog een bedrijfspand

De overdrachtsbelasting voor panden die geen eigen woning zijn, wordt in 2023 verhoogd van 8 naar 10,4%. Dit betekent een verhoging van de te betalen belasting van 30%! Bent u van plan op korte termijn een bedrijfspand te kopen, doe dit dan indien mogelijk nog dit jaar.

Ook als u een pand wilt aanschaffen om te verhuren, betaalt u 10,4% overdrachtsbelasting. Schaf ook een dergelijk pand zo mogelijk nog dit jaar aan.

 

  1. Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag

Met betrekking tot uw aanslag vennootschapsbelasting 2022 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2023 een rente van 8%! Voorkom belastingrente over 2022 en controleer of uw voorlopige aanslag juist is. Is deze te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan, als de liquiditeitspositie dat toelaat. Zodra de omvang van de winst van uw bv op het einde van het jaar min of meer bekend is, is ook duidelijk of het verstandig is een nieuwe voorlopige aanslag aan te vragen.

Overigens wordt geen belastingrente in rekening gebracht als de aangifte vennootschapsbelasting wordt ingediend voor de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven (doorgaans 1 juni) en de belastingaanslag wordt vastgesteld overeenkomstig de ingediende aangifte.

Tip!
Wijkt de winst af van de verwachtingen, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag Vpb aan. Hiermee voorkomt u de belastingrente van 8% of, bij een teruggave, voorkomt u dat dit bedrag renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

 

  1. Optimaliseer uw (kleinschaligheids)investeringsaftrek

Als u investeert, heeft u als ondernemer in beginsel recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen. Er geldt wel een aantal voorwaarden, waaronder een minimum investeringsbedrag. Dit bedrag is voor 2022 bepaald op € 2.401. De KIA krijgt u bovendien alleen voor investeringsgoederen waarop u moet afschrijven. Dit betekent dat het bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeert u in 2022 in totaal dus minstens voor € 2.401 aan bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten, dan heeft u recht op de KIA.

Tip!
Zit u dit jaar met uw investeringen net onder de minimumgrens van € 2.401, dan kan het lonend zijn een voorgenomen investering iets te vervroegen zodat u toch voor de KIA in aanmerking komt. Het kan zomaar 28% KIA opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen.

Rondom de investeringsaftrek is er een aantal zaken om rekening mee te houden: het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (geven opdracht, ondertekening offerte e.d.) in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het percentage aan aftrek is in 2022 het hoogst als het totaal aan verplichtingen ligt tussen € 2.400 en € 59.939. Het plannen en – voor zover mogelijk – het spreiden van investeringsverplichtingen loont vaak de moeite.

Om de investeringsaftrek ook daadwerkelijk in de aangifte vennootschapsbelasting 2022 mee te mogen nemen, moet het bedrijfsmiddel in gebruik genomen zijn in 2022 óf er moet voldoende aanbetaald zijn. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winsten kan het aantrekkelijk zijn nog in 2022 een aanbetaling te doen. Let daarbij wel op risico’s bij faillissement van de leverancier.

Let op!
Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen twaalf maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doet u dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen (tenzij sprake is van overmacht).

Let op!
Soms mag u bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven, zoals sommige bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan. Heeft u deze nog niet in gebruik genomen, dan kunt u toch willekeurig afschrijven over maximaal het bedrag dat u in het jaar van investeren heeft betaald.

Heeft u in de afgelopen vijf jaar (dus in de periode tussen 2018 en 2022) gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of ruilt u het in, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, voor zover mogelijk, met de desinvestering.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

Tip!
Zit u dit jaar met uw investeringen net onder de minimumgrens van € 2.401, dan kan het lonend zijn een voorgenomen investering iets te vervroegen zodat u toch voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in aanmerking komt. Het kan zomaar 28% kleinschaligheidsinvesteringsaftrek opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen. Zit u daarentegen net boven het maximum van € 332.994, dan kan het juist lonend zijn een voorgenomen investering uit te stellen tot 2023.

Extra gelden MIA en EIA

Het kabinet heeft besloten dat er in 2023 voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en voor de energie-investeringsaftrek (EIA) extra middelen ter grootte van € 150 miljoen beschikbaar komen. Het is nog niet bekend hoe beide regelingen worden aangepast.

 

  1. Vorm een herinvesteringsreserve (HIR) voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heeft uw bv een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kunt u de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). Voorwaarde is dat de bv een vervangingsvoornemen heeft en houdt voor minimaal het bedrag van de verkoopprijs. De bv kan de HIR in stand houden gedurende maximaal drie jaar na het jaar waarin het bedrijfsmiddel is verkocht. Investeert uw bv binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de HIR af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Investeert uw bv niet tijdig in een ander bedrijfsmiddel, dan valt de HIR aan het einde van het derde jaar in de winst.

Let op!
Het vormen van een HIR is niet altijd voordelig, met name als in de toekomst over uw winst een hoger belastingtarief van toepassing is. Stel bijvoorbeeld dat de jaarwinst van uw bv € 250.000 bedraagt en u een HIR van € 100.000 kunt vormen. Hiermee bespaart u in 2022 € 100.000 x 15% Vpb = € 15.000. Koopt u in 2023 een bedrijfsmiddel terug waarop u de HIR in de periode 2023 t/m 2027 afboekt en waardoor u ieder jaar € 20.000 minder kunt afschrijven, dan kost u dit vanwege het hogere Vpb-tarief vanaf 2023 over de periode 2023 t/m 2027 in totaal € 100.000 x 19% of 25,8% = € 19.000 of € 25.800 extra aan belasting. Uw nadeel bedraagt dan per saldo € 4.000 respectievelijk € 10.800.

Zit u dit jaar met uw investeringen net onder de minimumgrens van € 2.401, dan kan het lonend zijn een voorgenomen investering iets te vervroegen, zodat u toch voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in aanmerking komt. Het kan zomaar 28% kleinschaligheidsinvesteringsaftrek opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen.

Zit u daarentegen net boven het maximum van € 332.994, dan kan het juist lonend zijn een voorgenomen investering uit te stellen tot 2023.

Voor het vormen en aanwenden van een HIR gelden enkele voorwaarden. Met name het genoemde vervangingsvoornemen is van belang en moet op de balansdatum duidelijk zijn. Uw bv kan dit aannemelijk maken door bijvoorbeeld offertes aan te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Laat u zich hierover goed informeren en adviseren.

Tip!
Stelt u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld uw bv? Dan mag u als terbeschikkingsteller ook een HIR vormen.

 

  1. Laat uw HIR niet verlopen

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een HIR die uw bv in 2019 gevormd heeft, moet de bv nog vóór 31 december 2022 benutten. Doet de bv dat niet, dan valt de HIR vrij en is de bv belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Er bestaan twee uitzonderingen op de termijn van drie jaar waarbinnen uw bv moet herinvesteren:

  1. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn.
  2. De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop gemaakt zijn. Ook zult u de vertragende factoren desgewenst aannemelijk moeten maken.

 

Let op!
Vanwege de stijging van de tarieven van de vennootschapsbelasting kan het verlopen van de HIR ook gunstig uitpakken. Bijvoorbeeld wanneer u nu over de vrijgevallen HIR slechts 15% belasting betaalt, terwijl u vanaf 2023 door hogere afschrijvingen 19% of 25,8% belasting bespaart. Neem dit mee in uw overwegingen de HIR al dan niet te laten verlopen.

Let op!
Door de staatssecretaris van Financiën is bekendgemaakt dat de recente coronacrisis doorgaans als zo’n bijzondere omstandigheid aangemerkt kan worden. Bovendien is toegezegd dat de Belastingdienst hiermee ruimhartig zal omgaan. Heeft uw bv de afgelopen jaren een HIR gevormd en is er een begin van uitvoering gemaakt met herinvesteren, maar is dit vanwege de coronacrisis vertraagd? In de meeste gevallen zal dit dan betekenen dat uw bv, na het derde jaar na vorming van de HIR, deze toch niet aan de winst hoeft toe te voegen. De HIR blijft dan in de boeken gereserveerd totdat uitstel van herinvesteren vanwege corona niet meer aannemelijk is en uw bv de HIR op een nieuw bedrijfsmiddel kan afboeken. Op deze manier geniet uw bv nog enige tijd van het rente- en liquiditeitsvoordeel.

 

  1. Benut uw mogelijkheden binnen de werkkostenregeling

Benut ook dit jaar uw mogelijkheden binnen de werkkostenregeling. Beoordeel uw nog resterende vrije ruimte en bekijk of zaken die u in 2023 wilt vergoeden dan wel verstrekken nog in 2022 kunnen worden vergoed dan wel verstrekt (bij ‘vergoeden’ koopt de werknemer de zaak en betaalt u hem terug, bij ‘verstrekken’ koopt u de zaak en geeft u deze aan de werknemer). Het is namelijk niet mogelijk om de vrije ruimte die in 2022 over is, door te schuiven naar 2023.

Tip!
Houd er rekening mee dat de vrije ruimte in 2023 wordt verruimd. Tot een loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte dit jaar 1,7% en volgend jaar 3%. Over het meerdere blijft de vrije ruimte 1,18%. Dreigt u dit jaar de vrije ruimte te overschrijden, overweeg dan het verschaffen van vergoedingen en verstrekkingen uit te stellen tot 2023. Dit is uiteraard alleen voordelig als u in 2023 naar verwachting binnen de vrije ruimte blijft.

Let op!
De verhoging naar 3% geldt alleen voor 2023. In 2024 daalt de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 weer naar de eerder voorgestelde 1,92%.

Houd rekening met het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat uw vergoedingen en verstrekkingen niet in de vrije ruimte kunnen worden ondergebracht als deze op zichzelf ongebruikelijk zijn en/of de omvang van de vergoeding/verstrekking ongebruikelijk is. Ongebruikelijk betekent in dit verband een afwijking van 30% of meer van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het betekent echter niet dat alleen zakelijke vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling kunnen worden ondergebracht.

Tip!
Maak gebruik van de doelmatigheidsmarge van € 2.400 per persoon per jaar. Tot dit bedrag beschouwt de Belastingdienst de vergoedingen/verstrekkingen in ieder geval als gebruikelijk. Wel moeten dan alle vergoedingen en verstrekkingen per persoon van het hele jaar bij elkaar worden geteld, voor zover deze in de vrije ruimte vallen (dus ook het kerstpakket en de boterletter tellen mee). Het bedrag van € 2.400 geldt in alle redelijkheid, dus bijvoorbeeld niet voor zover het loon van de werknemer lager is dan de bedragen waar hij recht op heeft volgens de Wet op het minimumloon of als stagiair. Overigens betekent dit niet dat het bedrag van € 2.400 per definitie onbelast is. Het bedrag telt ‘gewoon’ mee voor de vrije ruimte en als u die vrije ruimte overschrijdt, betekent dat een extra heffing van 80%.

Tip!
Heeft u nog geen andere belaste vergoedingen of verstrekkingen gehad, dan kunt u zichzelf dit jaar als dga bijvoorbeeld ook een eindejaarsbonus geven van € 2.400. Staat uw partner ook op de loonlijst, dan geldt dit ook voor hem of haar. Dit is een risico als u gebruik heeft gemaakt van de loonkostensubsidie NOW 2 (en volgende) in het kader van de coronacrisis en u een voorschot in de tegemoetkoming kreeg van € 100.000 of meer dan wel een definitieve tegemoetkoming van € 125.000 of meer. De extra betaling kan dan worden aangemerkt als bonus waarvoor een verbod geldt onder de NOW. Dit verbod op een bonus voor de dga en partner geldt ook onder NOW 1 als er gebruik is gemaakt van de concernregeling. Verder geldt het verbod ook als u langer dan drie maanden bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen.

 

  1. Heroverweeg concernregeling binnen werkkostenregeling

Heeft u meerdere bv’s, dan kunt u binnen de werkkostenregeling (WKR) de concernregeling toepassen. Door de concernregeling kan een bv die tot een concern behoort de ongebruikte vrije ruimte van een andere bv binnen hetzelfde concern benutten. Door de grotere vrije ruimte bij een loonsom tot € 400.000, is het gebruik van de concernregeling echter niet altijd voordelig. Als u de concernregeling toepast, kunt u namelijk maar één keer profiteren van de extra vrije ruimte van 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Vanaf 2023 is dit zelfs 3%. Het gebruik van de concernregeling is optioneel en u hoeft uw keuze pas ná 2022 te bepalen. U kunt de keuze voor ieder jaar weer opnieuw maken.

 

Tip!
Maak alleen gebruik van de concernregeling binnen de WKR indien deze positief voor u uitpakt. Houd er hierbij rekening mee dat de concernregeling alleen geldt voor bv’s, nv’s en stichtingen en dat een belang van minimaal 95% gedurende het gehele jaar vereist is.

 

  1. Ken uzelf een lager gebruikelijk loon toe

Als dga dient u zich een gebruikelijk loon van minimaal € 48.000 (2022) toe te kennen. U kunt dit gebruikelijk loon onder voorwaarden lager vaststellen dan € 48.000. Er geldt namelijk een tegenbewijsregeling voor de hoofdregel dat het loon van een dga het hoogste van de volgende bedragen bedraagt:

  • 75% van het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
  • € 48.000.

 

Om het loon lager dan € 48.000 vast te stellen, moet u aannemelijk maken dat het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking lager is dan € 48.000. Lukt dat niet, dan bedraagt het gebruikelijk loon altijd minimaal € 48.000.

Vanaf 2023 wordt de eerste eis inzake het gebruikelijk loon aangescherpt en moet het
gebruikelijk loon niet minstens 75% zijn van het loon uit de vergelijkbaarste
dienstbetrekking, maar 100% van dit loon.

Uitzonderingen

Wordt uw bv voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering in 2022 als starter aangemerkt, dan mag u uw gebruikelijk loon vaststellen op het wettelijk minimumloon. U kunt deze start-upregeling maximaal drie jaar toepassen.

Let op!
De regeling voor start-ups komt per 2023 te vervallen. Dga’s die deze regeling toepasten, mogen dit nog voortzetten in 2023 en 2024 (afhankelijk van wanneer de regeling voor het eerst werd toegepast).

Ook starters mogen maximaal drie jaar lang uitgaan van een lager loon als de bv het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat er veel is geïnvesteerd of de bv een lage cashflow heeft. Daarnaast mogen ook structureel verlieslijdende bv’s aan de dga een lager gebruikelijk loon toekennen.

Let op!
In bovenstaande situaties kan zelfs een gebruikelijk loon worden toegekend dat lager is dan het minimumloon als hiervoor zakelijke gronden bestaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als de continuïteit van uw bv in gevaar komt als de bv toch een gebruikelijk loon ter hoogte van het minimumloon zou uitbetalen.

 

  1. Verminder gebruikelijk loon met kostenvergoedingen en auto van de zaak

Kostenvergoedingen tellen, mits deze individualiseerbaar zijn, mee voor het gebruikelijk loon. Daardoor hoeft u minder brutoloon toe te kennen. Het maakt niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Ook de bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon. Bij een auto van bijvoorbeeld € 60.000 en een bijtelling van 22%, kunt u het brutoloon dus € 60.000 x 22% = € 13.200 lager vaststellen.

Door de vermindering van het gebruikelijk loon, dat in 2022 minstens € 48.000 dient te bedragen, betaalt u als dga minder belasting in box 1.

 

  1. Bijtelling delen met uw partner?

Werkt uw partner mee in uw bv en valt hij of zij in een lagere belastingschijf? Dan kan het voordelig zijn de bijtelling voor de auto te delen met uw partner. U betaalt dan samen wellicht minder belasting. Valt uw inkomen in de hoogste schijf (49,5%) en dat van uw partner in schijf 1 (36,93% in 2023), dan behaalt u een tariefvoordeel. De gezamenlijk te betalen belasting wordt echter ook beïnvloed door de heffingskortingen. Het toedelen van een deel van de bijtelling aan uw partner kan tot hogere, maar ook tot lagere heffingskortingen leiden. Bereken daarom vooraf of een verdeling van de bijtelling het gewenste voordeel oplevert. De verdeling is alleen toegestaan indien u kunt aantonen ook echt samen gebruik te maken van de auto.

 

  1. Keer dividend uit en voorkom dat heffingskortingen verloren gaan

Enkele heffingskortingen worden nog beperkt uitbetaald aan de minstverdienende partner indien die partner die heffingskortingen niet zelf kan benutten. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Dit jaar kunt u nog maar 6,67% van de kortingen uitbetaald krijgen op voorwaarde dat uw fiscale partner wel voldoende belasting betaalt, vanaf 2023 helemaal niets meer. Degenen die voor 1 januari 1963 geboren zijn, hebben geen last van de beperkte uitbetaling van de algemene heffingskorting, wel van de beperkingen inzake de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Hoe kunt u het verlies aan heffingskorting opvangen? Heeft uw partner geen of onvoldoende eigen inkomsten, maar heeft u wel inkomsten uit aanmerkelijk belang, dan kunt u hiermee het verlies aan heffingskortingen opvangen. Door bijvoorbeeld uiterlijk 31 december 2022 dividend uit te keren vanuit uw bv’s en dit inkomen in de aangifte aan uw partner toe te delen, kunnen de heffingskortingen toch worden benut. De dividenduitkering kan daardoor tot zekere hoogte zelfs belastingvrij zijn.

Tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting

  1. Koop nu nog een bedrijfspand

De overdrachtsbelasting voor panden die geen eigen woning zijn, wordt in 2023 verhoogd van 8 naar 10,4%. Bent u van plan op korte termijn een bedrijfspand te kopen, doe dit dan indien mogelijk nog dit jaar.

Ook als u een pand wilt aanschaffen om te verhuren, betaalt u 10,4% overdrachtsbelasting. Schaf ook een dergelijk pand zo mogelijk nog dit jaar aan.

 

  1. Beoordeel de hoogte van uw winst 

Aan het eind van het jaar heeft u meer duidelijkheid over uw winstpositie. Beoordeel of uw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht komt u in de inkomstenbelasting net in het hoogste tarief. Het kan dan aantrekkelijk zijn om uw winst te verlagen door bijvoorbeeld kosten of een geplande investering naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op uw totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
Let hierbij ook op de invloed van inkomensafhankelijke heffingskortingen op de te betalen belasting. Laat het effect berekenen door uw adviseur.

Tip!
Wijkt uw winst af van de verwachtingen, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkomt u de hoge belastingrente van 4% en u verlaagt uw vermogen in box 3. In box 3 levert dit overigens alleen een voordeel op als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Bij een teruggave voorkomt u dat uw geld renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.

 

  1. Welke beloning voor meewerkende partner? 

Is uw partner niet bij u in loondienst, maar werkt hij of zij wel mee in het bedrijf, dan kunt u hiermee fiscaal rekening houden. U kunt kiezen voor de meewerkaftrek, dit is een percentage van de winst dat afhankelijk is van het aantal meegewerkte uren. U kunt echter ook kiezen voor de arbeidsbeloning. Dit moet een reëel uurloon zijn voor de verrichte werkzaamheden en dient in een jaar minimaal € 5.000 te bedragen. Uw partner wordt hier zelfstandig voor belast.

Via de arbeidsbeloning kunt u voorkomen dat bij uw partner heffingskortingen verloren gaan. Bepaalde heffingskortingen kan uw partner, als die zelf te weinig inkomen heeft, namelijk niet meer uitbetaald krijgen. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Alleen partners die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, kunnen de algemene heffingskorting nog wel uitbetaald krijgen, op voorwaarde dat hun partner voldoende belasting betaalt. Door uw partner een arbeidsbeloning toe te kennen, kan uw partner de heffingskortingen (deels) zelf benutten.

Let op!
De meewerkaftrek heeft geen gevolgen voor het inkomen van uw partner. De arbeidsbeloning wel, want uw partner wordt hiervoor zelf belast en betaalt hierover ook premies Zvw. Bereken wat voor u de voordeligste optie is en pas deze toe. Houd hierbij ook rekening met het eventueel verloren gaan van de heffingskortingen. U mag jaarlijks voor een andere beloningsvorm kiezen als u dat wilt. Zorg wel dat u een eventuele meewerkbeloning schriftelijk vastlegt en ook daadwerkelijk betaalt. Voor de meewerkaftrek is dat niet nodig.

 

  1. Optimaliseer uw (kleinschaligheids)investeringsaftrek(KIA)

Als u investeert, heeft u als ondernemer in beginsel recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen. Er geldt wel een aantal voorwaarden, waaronder een minimum investeringsbedrag. Dit bedrag is voor 2022 bepaald op € 2.401. De KIA krijgt u bovendien alleen voor investeringsgoederen waarop u moet afschrijven. Dit betekent dat het bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeert u in 2022 in totaal dus minstens voor € 2.401 aan bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten, dan heeft u recht op de KIA.

Tip!
Zit u dit jaar met uw investeringen net onder de minimumgrens van € 2.401, dan kan het lonen een voorgenomen investering iets te vervroegen, zodat u toch voor de KIA in aanmerking komt. Het kan zomaar 28% KIA opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen.

Rondom de investeringsaftrek is er een aantal zaken om rekening mee te houden: het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (opdrachtbevestiging, ondertekening offerte e.d.), in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het percentage aan aftrek is in 2022 het hoogst als het totaal aan verplichtingen ligt tussen € 2.400 en € 59.939 (namelijk: 28%). Tussen € 59.939 en € 110.998 is de KIA een vast bedrag: € 16.784. Het plannen en – voor zover mogelijk – het spreiden van investeringsverplichtingen, loont vaak de moeite.

Om de investeringsaftrek ook daadwerkelijk in de aangifte inkomstenbelasting 2022 mee te mogen nemen, moet het bedrijfsmiddel in gebruik genomen zijn in 2022 óf er moet voldoende aanbetaald zijn. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winsten kan het aantrekkelijk zijn nog in 2022 een aanbetaling te doen. Let daarbij wel op de risico’s, zoals de kans op faillissement van de leverancier.

Let op!
Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen twaalf maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doet u dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen (tenzij sprake is van overmacht).

Let op!
Soms mag u bedrijfsmiddelen willekeurig afschrijven, zoals sommige bedrijfsmiddelen die op de Milieulijst staan of investeringen die worden gedaan als starter. Heeft u deze nog niet in gebruik genomen, dan kunt u toch willekeurig afschrijven over maximaal het bedrag dat u in het jaar van investeren heeft betaald. 

Heeft u in de afgelopen vijf jaar (dus in de periode tussen 2018 en 2022) gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of ruilt u het in, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor u een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, voor zover mogelijk, met de desinvestering tot in 2023.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook uitgesloten zijn bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer. Ook uitgesloten zijn de investeringen die u voor 70% of meer verhuurt.

Investeert u in meer dan één onderneming? Door een arrest van de Hoge Raad moest de KIA voor uw investeringen in alle ondernemingen samen worden toegepast.

Het kabinet heeft alsnog duidelijk gemaakt dat vanaf 2021 de KIA per onderneming dient te worden berekend en toegepast. Dit betekent dat een ondernemer die meerdere ondernemingen heeft, voor alle ondernemingen apart de KIA mag berekenen.

De verduidelijking pakt meestal voordelig uit. Een investering van bijvoorbeeld € 100.000 in één onderneming levert namelijk minder KIA op dan twee investeringen van € 50.000 in twee aparte bedrijven.

Tip!
Heeft u meerdere ondernemingen, dan is het met het oog op een hogere KIA dus van belang de KIA per onderneming te berekenen en te claimen.

 

  1. Vorm een herinvesteringsreserve (HIR) voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heeft u een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kunt u de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door een herinvesteringsreserve (HIR) te vormen. Voorwaarde is dat u een herinvesteringsvoornemen heeft en ook houdt, en van plan bent te investeren voor minimaal hetzelfde bedrag als de verkoopprijs. U kunt de HIR in stand houden gedurende maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Investeert u binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boekt u de HIR af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Investeert u niet tijdig in een ander bedrijfsmiddel, dan valt de HIR aan het einde van het derde jaar in de winst. Het is in veel gevallen voordelig om zo mogelijk een herinvesteringsreserve te vormen.

Voor het vormen en aanwenden van een HIR gelden enkele voorwaarden. Met name het genoemde herinvesteringsvoornemen is van belang. Dit voornemen moet op de balansdatum bestaan. U kunt dit aannemelijk maken door bijvoorbeeld offertes op te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Laat u zich hierover goed informeren en adviseren.

Let op!
Het vormen van een herinvesteringsreserve is niet altijd voordelig, met name als in de toekomst over uw winst een hoger belastingtarief van toepassing is. Stel bijvoorbeeld dat uw verwachte jaarwinst vanaf 2023 belast wordt tegen het toptarief van 49,5%, terwijl uw winst in 2022 belast wordt tegen een lager tarief. En stel dat u de HIR vanaf 2023 in vijf jaar afboekt op een nieuw bedrijfsmiddel, dan schrijft u vanaf 2023 vijf jaar lang minder af en betaalt u meer belasting tegen een dan geldend hoger tarief.

 

  1. Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen 

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een HIR die u in 2019 gevormd heeft, moet u vóór 31 december 2022 benutten. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij en bent u belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Let op!
Er bestaan twee uitzonderingen op de termijn van drie jaar waarbinnen u moet herinvesteren. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn. De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop zijn gemaakt. Ook zult u de vertragende factoren desgewenst aannemelijk moeten maken.

 

Let op!
Door de staatssecretaris van Financiën is bekendgemaakt dat de recente coronacrisis doorgaans als zo’n bijzondere omstandigheid aangemerkt kan worden. Bovendien is toegezegd dat de Belastingdienst hiermee ruimhartig zal omgaan. Heeft u de afgelopen jaren een HIR gevormd en heeft u een begin van uitvoering gemaakt met herinvesteren, maar is dit vanwege de coronacrisis vertraagd? In de meeste gevallen zal dit dan betekenen dat u, na het derde jaar na vorming van de HIR, deze toch niet aan de winst hoeft toe te voegen. De HIR blijft dan in de boeken gereserveerd totdat verder uitstel van herinvesteren vanwege corona niet meer aannemelijk is en u de HIR op een nieuw bedrijfsmiddel kunt afboeken. Laat bij grote belangen uw adviseur het uitstel met de Belastingdienst afstemmen.

 

  1. Voorkom verliesverdamping

Beoordeel of uw verlies in box 1 uit het verleden nog tijdig kan worden verrekend. Uw verlies in box 1 in de inkomstenbelasting kunt u verrekenen met positieve inkomsten in box 1 uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip!
Dreigt uw verlies uit het verleden verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om uw winst dit jaar te verhogen. U kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt dan wellicht in december extra aantrekkelijk. Overleg met uw adviseur over de mogelijkheden.

 

  1. Zet uw stakingswinst om in een lijfrente 

Staakt u uw onderneming in 2022? Voorkom dan directe afrekening door de stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Betaalt u de premie in 2023, dan is de lijfrente nog aftrekbaar in 2022, mits deze vóór 1 juli 2023 is betaald.

Let op!
Een betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen Zvw-premie. Over de te zijner tijd te ontvangen uitkering betaalt u echter ook premie Zvw. Om dubbele heffing te voorkomen, heeft de Hoge Raad beslist dat wanneer voor de FOR een lijfrente wordt gekocht, het aankoopbedrag van de lijfrente het premie-inkomen voor de Zvw verlaagt. In een ander arrest heeft de Hoge Raad beslist dat dit echter niet geldt voor stakingslijfrentes.

 

  1. Houd bij winstbepaling rekening met toeslagen 

Als ondernemer in de inkomstenbelasting kunt u de hoogte van de winst op het einde van het jaar voor een deel zelf beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan al dan niet versneld afschrijven voor starters en toepassing van de Vamil (op milieu-investeringen), doteren aan de oudedagsreserve of aan het al dan niet vormen van voorzieningen en reserves.

Houd bij deze beslissingen ook rekening met uw eventuele recht op toeslagen, nu en in de toekomst. Heeft u bijvoorbeeld dit jaar geen recht op toeslagen, maar volgend jaar wel omdat u dan een huurwoning betrekt of gebruik gaat maken van kinderopvang, dan kunt u waarschijnlijk beter pas volgend jaar uw winst verlagen. Uiteraard alleen als het verschil de moeite waard is en u het zich financieel kunt veroorloven.

Let op!
Stel dat u door het (uiteraard geoorloofd) schuiven met inkomsten en/of aftrekposten uw winst volgend jaar met € 10.000 kunt verlagen waardoor uw inkomen geen € 35.000 bedraagt, maar € 25.000 en dat u volgend jaar ook een huurwoning betrekt en voor twee kinderen kinderopvang afneemt, dan kan u dit zomaar ruim € 4.700 aan extra toeslagen schelen.

 

26.U kunt nog één keer gebruik maken van de fiscale oudedagsreserve

De fiscale oudedagsreserve (FOR) wordt in 2023 afgebouwd. Via de FOR kunt u in 2022 dus nog één keer 9,44% van uw winst met een maximum van € 9.632 reserveren voor een oudedagsvoorziening.

Het bedrag van de FOR hoeft u niet aan de onderneming te onttrekken. In veel gevallen betekent de FOR dan ook slechts renteloos uitstel van betaling, maar als u de FOR te zijner tijd afrekent tegen een lager tarief dan waartegen u de dotatie kon aftrekken, treedt ook een tariefsvoordeel op. Andersom kan ook een tariefsnadeel optreden, dus reserveren is niet altijd gunstig.

Een voordeel treedt ook op als u verwacht weinig of geen stakingswinst te maken bij het beëindigen van uw onderneming. Voor stakingswinst bestaat namelijk een stakingsaftrek van € 3.630. Koopt u voor de FOR bij het beëindigen van uw onderneming namelijk geen oudedagsvoorziening, dan valt de FOR in de stakingswinst, waarop u de stakingsaftrek dus kunt toepassen. Het reserveren voor de FOR kan dus aantrekkelijk zijn als u verwacht te zijner tijd minder dan € 3.630 stakingswinst te realiseren.

Ondernemers die per eind 2022 een FOR op hun balans hebben, mogen die handhaven. Alleen nieuwe dotaties mogen na 2022 niet meer plaatsvinden. De bestaande FOR-stand wordt op reguliere wijze afgewikkeld. Dus vrijvallen als dat verplicht is (bijvoorbeeld bij staking of in sommige gevallen als er een te laag kapitaal is) of als de FOR (deels) wordt omgezet in een lijfrente.

 

  1. Bijtelling delen met uw partner?

Werkt uw partner mee in uw onderneming en valt hij of zij in een lagere belastingschijf? Dan kan het voordelig zijn de bijtelling voor de auto te delen met uw partner. U betaalt dan samen wellicht minder belasting. Valt uw inkomen in de hoogste schijf (49,5%) en dat van uw partner in schijf 1 (36,93% in 2023), dan behaalt u een tariefvoordeel. De gezamenlijk te betalen belasting wordt echter ook beïnvloed door de heffingskortingen. Het toedelen van een deel van de bijtelling aan uw partner kan tot hogere, maar ook tot lagere heffingskortingen leiden. De bijtelling verdelen is met name voordelig als uw partner een inkomen heeft tot ongeveer € 20.000. Bereken daarom vooraf of een verdeling van de bijtelling het gewenste voordeel oplevert.

Let op!
Een verdeling is fiscaal aanvaardbaar als aannemelijk is dat uw partner de auto ook gebruikt voor de werkzaamheden in het bedrijf en privé. De verdeling moet naar rato van het onderlinge gebruik.

Tips voor alle belastingplichtigen

Opmerking vooraf

In diverse tips hierna wordt ingegaan op het mogelijke belastingvoordeel dat met aftrekposten kan worden behaald. Dat speelt zich vooral af in box 1 van de inkomstenbelasting, waarin inkomsten uit loon, pensioen en de eigen woning worden belast. Voor personen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, geldt in box 1 een tweeschijvenstelsel. De eerste schijf loopt in 2023 tot € 73.031 en kent dan een tarief van 36,93%. Alles daarboven is belast tegen 49,5%.

Dat lijkt eenvoudig, maar schijn bedriegt. In het systeem van belastingheffing bestaan namelijk heffingskortingen, waarmee de verschuldigde belast wordt verminderd. De belangrijkste heffingskortingen zijn echter inkomensafhankelijk. Meestal betekent dit dat de korting minder wordt als het inkomen stijgt (en vice versa). Het is daardoor mogelijk dat een aftrekpost niet alleen belastingbesparing oplevert van het genoemde tarief, maar ook zorgt voor een hogere heffingskorting (en bij een hoger inkomen juist andersom). Zo kan het werkelijke voordeel van een aftrekpost dus groter zijn dan het tarief alleen. Het is echter niet mogelijk om daarvoor eenvoudig een formule te geven waarmee de uitkomst kan worden berekend, omdat die afhankelijk is van iemands persoonlijke situatie.

  1. Speel in op aftrekbeperking box 1

Het tarief van de eerste schijf in box 1 daalt volgend jaar van 37,07% thans naar 36,93%. De meeste aftrekposten kunnen dan slechts tegen dit tarief worden verrekend en gaan volgend jaar minder voordeel opleveren. Dit geldt als uw inkomen meer dan € 73.031 bedraagt en u aftrekposten (deels) tegen het hoogste tarief kunt aftrekken. Dit jaar kan dat nog tegen 40%. In 2023 komen aftrekposten in aftrek tegen maximaal 36,93%.

Tip!
U kunt hierop inspelen door aftrekposten zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen. Een gift van bijvoorbeeld € 10.000 aan een anbi levert u tegen het maximumtarief nu in beginsel nog een maximaal fiscaal voordeel op van € 4.000. In 2023 levert dezelfde gift u nog maar een maximaal voordeel op van € 3.693.

Voordeel aftrekpost € 10.000

Jaar Tarief
Voordeel
2021 43% € 4.300
2022 40% € 4.000
2023 36,93% € 3.693

 

Naast aftrekposten voor ondernemers gaat het om uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (partneralimentatie), uitgaven voor specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrekbare giften, het restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en verliezen op beleggingen in durfkapitaal. Voor zover mogelijk kan het verstandig zijn deze aftrekposten naar voren te halen.

 

  1. Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan

Vanaf 2023 krijgt een belastingplichtige met weinig inkomen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer gedeeltelijk uitbetaald, ook niet als de fiscale partner voldoende belasting betaalt. Dit jaar kunt u nog 6,67% van de kortingen uitbetaald krijgen, op voorwaarde dat uw fiscale partner wel voldoende belasting betaalt. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben nog wel recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting, mits de partner voldoende belasting betaalt. Voor die groep geldt echter ook dat geen recht bestaat op uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Hoe kunt u het verlies aan heffingskortingen voorkomen? Heeft uw partner geen of onvoldoende eigen inkomsten, maar beschikt u samen met uw partner over belastbaar vermogen, dan kunt u hiermee het verlies aan heffingskortingen (deels) voorkomen. U doet dit door in de aangifte het vermogen geheel of gedeeltelijk aan de partner zonder of met weinig eigen inkomsten toe te rekenen. Dit vermogen wordt namelijk belast in box 3, zodat uw partner toch over inkomsten beschikt. De heffingskortingen verminderen dan de belasting die wordt berekend over de box 3-inkomsten.

 

  1. Overweeg afkoop van uw alimentatieverplichting

Heeft u een alimentatieverplichting aan uw ex-echtgenoot of ex-partner, dan zijn de betalingen nu nog aftrekbaar tegen een tarief van maximaal 40%. U kunt in gezamenlijk overleg met uw ex besluiten deze verplichting af te kopen. U voorkomt hiermee dat u door de aftrekbeperking in 2023 netto meer alimentatie betaalt. Bovendien neemt uw vermogen af, waardoor u mogelijk minder belasting in box 3 betaalt.

De afkoop kan betekenen dat uw ex meer belasting over de afkoopsom betaalt dan wanneer hij of zij jaarlijks alimentatie ontvangt. Dit kan deels voorkomen worden via middeling of door de afkoopsom in een lijfrentepolis te storten. Uw ex ontvangt uit de lijfrentepolis periodieke uitkeringen die geleidelijk worden belast.

De middelingsregeling wordt per 2023 afgeschaft, maar kan nog wel over de jaren 2022, 2023 en 2024 worden toegepast. Met middeling kunnen pieken in inkomen uit werk en woning (box 1) worden gemiddeld. Dat betekent dat de inkomens uit drie opeenvolgende jaren worden opgeteld en over drie jaar worden verdeeld. De belasting wordt dan herrekend alsof het inkomen zo gelijkmatig was verdeeld. Als er dan minder inkomstenbelasting is verschuldigd, wordt het verschil met de werkelijk betaalde belasting uitbetaalt. Hierbij geldt nog wel een drempel van € 545 die niet wordt uitbetaald. Een belastingplichtige moet wel een verzoek hiervoor doen, de Belastingdienst past dat niet automatisch toe.

Let op!
De afkoop van de alimentatieverplichting heeft voor u en/of uw ex-partner ook gevolgen voor de belastingheffing in box 3, voor de verschuldigde premie Zorgverzekeringswet (Zvw) en voor eventuele toeslagen. Schakel daarom een deskundige in om te berekenen of de afkoop fiscale voordelen oplevert en wat een redelijke verdeling hiervan is tussen uw ex en uzelf.

 

  1. Cluster uw zorgkosten

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Er geldt wel een drempel, die afhankelijk is van de hoogte van uw inkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Alleen zorgkosten die boven de drempel uitstijgen, zijn aftrekbaar.

Het is daarom aantrekkelijk zorgkosten zo mogelijk binnen een jaar te clusteren. Koopt u bijvoorbeeld in 2022 een nieuw gehoorapparaat en laat u in 2023 uw gebit renoveren, dan heeft u in beide jaren te maken met de drempel. Dit levert meestal minder aftrek op dan wanneer u beide uitgaven in één jaar doet. Het betalingsmoment is beslissend voor het jaar van aftrek.

Tip!
Houd er ook rekening mee dat door de beperking van de maximale aftrek deze bij een inkomen boven € 73.031vanaf 2023 minder oplevert. Haal zorgkosten dus zo mogelijk naar voren. Zorgkosten zijn nu nog aftrekbaar tegen maximaal 40% indien u een box 1- inkomen van meer dan € 69.398 heeft. Vanaf 2023 levert de aftrek van zorgkosten nog maar een fiscaal voordeel op van maximaal 36,93%.

 

  1. Koop nog dit jaar een lijfrente

Koop nog dit jaar een lijfrente of stort een bedrag op uw lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht en creëer daarmee een extra aftrekpost. De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. Aan het begin van het jaar mag u nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt hebben. Het pensioenopbouwtekort wordt bepaald aan de hand van de jaar- en reserveringsruimte. U kunt deze ruimte berekenen op de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl). Als u voldoet aan de voorwaarden voor aftrek, kunt u de premie in 2022 aftrekken tegen maximaal 49,5%. Lijfrentes blijven ook de komende jaren gewoon aftrekbaar tegen het tabeltarief. Als u nu de premie kunt aftrekken tegen 49,5% en zijn de uitkeringen vanwege een daling van uw inkomen te zijner tijd belast tegen 36,93%, dan bedraagt het tariefvoordeel 12,57%-punt.

Tip!
Zorg dat u de lijfrentepremies in 2022 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2022. Bovendien betaalt u minder belasting in box 3 als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen.  

Let op!
De betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaalt u bij ontvangst wel premie Zvw. Dit betekent een dubbele heffing, voor zover uw inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens valt en u nu de Zvw-premiegrens nog niet heeft bereikt. Hierdoor wordt het nettorendement van de lijfrente kleiner.

Bepaalde heffingskortingen zijn inkomensafhankelijk. Zo is uw algemene heffingskorting mogelijk hoger door de aftrek van een lijfrentepremie. Boven een inkomen van € 73.031 heeft de lijfrentepremieaftrek in 2022 geen effect meer op de algemene heffingskorting.

 

  1. Cluster uw giften of schenk periodiek

Giften aan goede doelen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Ook voor giften geldt een drempel. Alleen het bedrag aan giften boven deze drempel is aftrekbaar. De drempel bedraagt 1% van uw verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten, met een minimum van € 60. Voor giften geldt ook een plafond (maximum) van 10% van het verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten.

Tip!
U kunt giften over meerdere jaren beter clusteren, zodat u maar één jaar met de drempel te maken heeft. Komt u met uw giften boven het plafond van 10% van uw inkomen uit, dan is het juist beter uw giften over meerdere jaren te spreiden.

Tip!
Houd er ook rekening mee dat door een beperking van de maximale aftrek de giftenaftrek bij eenzelfde inkomen vanaf 2023 minder oplevert. Haal aftrekbare giften dus zo mogelijk naar voren. Vanaf 2023 levert een gift immers nog maar een fiscaal voordeel op van maximaal 36,93%.

Periodieke giften zijn giften aan goede doelen (meestal ook aan verenigingen met minimaal 25 leden) in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke betalingen die uiterlijk eindigen bij overlijden. Deze giften kunt u aftrekken als u gebruikmaakt van een notariële of onderhandse akte van schenking. Hierin moet zijn aangegeven dat de gift over een periode van minstens vijf jaar wordt verstrekt. Voor periodieke giften geldt geen drempel en ook geen plafond. Stelt u een onderhandse akte op, dan geldt wel een aantal eisen. Een dergelijke akte kunt u downloaden vanaf de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl), zoekterm ‘overeenkomst periodieke giften’.

Tip!
Schenk periodiek als u geen last wilt hebben van de drempel of het plafond. Bereken wel of het inspelen op het plafond en de drempel door periodiek te schenken, opweegt tegen het nadeel dat uw schenking over een langere periode wordt uitgesmeerd en vanwege de dalende tarieven minder oplevert. Vanaf 2023 levert een gift immers nog maar een fiscaal voordeel op van maximaal 36,93%.

Let op!
Houd er rekening mee dat de aftrek van periodieke giften per 2023 waarschijnlijk wordt begrensd op € 250.000 per huishouden. Het meerdere levert vanaf 2023 dan dus geen aftrek meer op. Het is echter nog niet helemaal duidelijk hoe en voor welke anbi’s de beperking gaat gelden.

Tip!
Als u een bv heeft, kunt u ook namens de bv schenken. De aftrek bedraagt dan ten hoogste 50% van de winst, met een maximum van € 100.000. Bij een verliesgevende bv is dus geen aftrek mogelijk. Doet u een gift namens de bv en blijkt de bv onvoldoende winst te hebben gemaakt, dan wordt het ‘teveel’ aan giften aangemerkt als dividenduitkering en bij u belast. Dit kunt u dan vervolgens wel in privé weer aanmerken als gift, rekening houdend met drempel en plafond.

 

  1. Maak uw (klein)kinderen blij met een schenking

Profiteer ook dit jaar nog van de jaarlijkse schenkvrijstelling in de schenkbelasting. Zo kunt u in 2022 uw kinderen belastingvrij € 5.677 schenken en uw kleinkinderen of derden € 2.274.

 

Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt voor 2022 een eenmalige verhoging van dit bedrag tot:

  • € 27.231;
  • € 56.724, indien het bedrag gebruikt wordt voor een studie;
  • € 106.671, indien het bedrag gebruikt wordt voor een eigen woning.

Let op!
De eenmalige schenking van € 106.671 ten behoeve van de eigen woning wordt in 2023 verlaagd naar € 28.947 en per 2024 afgeschaft. In nummer 55 wordt deze vrijstelling uitgebreid behandeld.

Er gelden overgangsregelingen waarmee het gebruik van de schenking voor de eigen woning kan worden opgerekt:

  • De eenmalige schenking voor een eigen woning hoeft niet volledig te worden benut in één kalenderjaar, dat mag in drie opeenvolgende jaren. Voor schenkingen die voor het eerst in 2021 of 2022 plaatsvonden maar waarvoor nog niet het maximumbedrag van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog een aanvullende schenking plaatsvinden tot het maximum dat in 2022 gold. Als u dus het liefst volgend jaar een groot bedrag zou willen schenken, kunt u dit jaar een gering bedrag schenken en een beroep op de vrijstelling doen. U kunt het bedrag dan volgend jaar aanvullen.
  • Schenkingen voor de eigen woning moeten worden besteed in uiterlijk het tweede jaar na het jaar waarin voor het eerst een beroep op de verhoogde vrijstelling is gedaan. Als u in 2022 voor het eerst heeft geschonken onder deze vrijstelling, moet deze schenking uiterlijk in 2024 worden gebruikt. Dat geldt ook voor de eventuele aanvulling die in 2023 wordt gedaan indien in 2022 nog niet de volledige vrijstelling is benut.

Met bovenstaande regelingen kunt u de komende jaren dus toch nog gebruikmaken van de verhoogde vrijstelling voor eigen woningen. Dat is bijvoorbeeld handig indien uw kind nog geen woning heeft gevonden, maar wel voornemens is die in 2023 of 2024 te kopen. In dat geval kunt het bedrag dus al wel dit jaar overmaken. U kunt aan de schenking dan tevens de ontbindende voorwaarde verbinden dat het bedrag terug moet worden betaald als het niet tijdig wordt besteed aan een woning. Handig voor de situatie als uw kind toch geen woning vindt. Als de schenking dan in stand blijft, is alsnog schenkbelasting verschuldigd. De ontbindende voorwaarde moet wel worden overeengekomen bij de schenking en moet dus later verplicht worden uitgevoerd als de voorwaarde wordt vervuld.

Let op!
De vrijstelling van € 106.671 ten behoeve van een eigen woning geldt ook voor andere personen dan de eigen kinderen. Houd wel rekening met de voorwaarden van deze schenking. De schenking kan eveneens worden toegepast indien het kind ouder is dan 40, maar een partner heeft tussen de 18 en 40 jaar oud.

Tip!
Schenkt u nog in 2022, dan vermindert de schenking uw vermogen in box 3, wat bij u tot belastingbesparing kan leiden. Dit is alleen het geval als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Indien de ontvanger van de schenking het bedrag per 1 januari nog niet heeft besteed, maakt het wel onderdeel uit van diens box 3-vermogen.

 

  1. Koop waardevolle zaken voor persoonlijk gebruik nog dit jaar

Alle roerende zaken die u voor persoonlijke doeleinden gebruikt of verbruikt, hoeft u niet op te geven in box 3. Bij roerende zaken kunt u denken aan inboedel, een auto, boot of caravan, maar bijvoorbeeld ook aan juwelen of een duur horloge. Bent u van plan binnenkort een dure aankoop te doen, dan kan dit een belastingbesparing opleveren in box 3. Dit is het geval als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Zorg in dat geval dat u deze aanschaf uiterlijk 31 december 2022 heeft gedaan en betaald.

 

  1. Koop nu nog een tweede woning

De overdrachtsbelasting voor panden die geen eigen woning (hoofdverblijf) zijn, wordt in 2023 verhoogd van 8% naar 10,4%. Bent u van plan op korte termijn een vakantiewoning te kopen, doe dat dan nog dit jaar.

Ook als u een pand wilt aanschaffen om te verhuren, bijvoorbeeld aan uw kinderen, betaalt u 10,4% overdrachtsbelasting. Schaf ook een dergelijk pand zo mogelijk nog dit jaar aan. Houd er wel rekening mee dat een verhuurde woning vanaf 2023 een stuk zwaarder belast wordt in box 3. Dit komt doordat de zogenaamde leegwaarderatio verhoogd wordt. Alleen voor woningen die 5% of minder van de WOZ-waarde aan huurinkomsten opleveren, vindt nog een korting plaats ter bepaling van de waarde in box 3. Ook mag dan geen sprake zijn van een huurcontract van korter dan twee jaar én mag de huur niet onzakelijk laag zijn vanwege bijvoorbeeld familieverhoudingen.

 

  1. Optimaliseer de samenstelling van uw box 3-vermogen

Over de heffing over vermogen, oftewel de box 3-heffing, is de afgelopen periode zeer veel te doen. Doordat de Hoge Raad eind 2021 het wettelijk systeem strijdig achtte met Europese regelgeving is er enerzijds herstelwetgeving opgesteld en anderzijds een overbruggingswet voorgesteld. Vanaf 2026 moet er dan heffing over het werkelijk rendement gaan plaatsvinden.

De overbruggingswet is van toepassing vanaf 2023. Omdat de peildatum van het vermogen op 1 januari ligt, heeft u nog slechts kort de tijd om u daarop voor te bereiden. In de overbruggingswet wordt het inkomen nog steeds bepaald aan de hand van fictieve rendementen. Hierbij wordt uitgegaan van de werkelijke samenstelling van iemands vermogen verdeeld over drie verschillende categorieën De volgende fictieve rendementen gelden voor 2022:

  • Bank- en spaartegoeden, deposito, contant geld: 0,01% (tarief 2021)
  • Alle overige bezittingen 5,53%
  • Alle schulden -/- 2,46% (tarief 2021)

De fictieve rendementen voor bank- en spaartegoeden, deposito en contant geld en voor schulden worden pas na afloop van het jaar vastgesteld. Voor een indicatie zijn de fictieve rendementen opgenomen die gelden voor 2021. Voor overige bezittingen is het fictieve rendement voor 2023 vastgesteld op 6,17%.

Deze wijziging betekent dat de werkelijke samenstelling van het vermogen op 1 januari heel beslissend is. Het is voordeliger om dan spaartegoeden te hebben in plaats van overige bezittingen. Dat lokt fiscale sturen uit. Mensen zouden vlak vóór 1 januari overige bezittingen tijdelijk kunnen omzetten in banktegoeden, omdat vervolgens kort na de jaarwisseling weer terug te switchen. Ook zou er tijdelijk een schuld kunnen worden aangegaan en het geld daarvan op de bank te parkeren. Om dit tegen te gaan geldt een anti-misbruikregeling. Grofweg betekent deze regeling dat als iemand heen en weer switcht binnen 3 maanden (en daartussen ligt 1 januari), de switch dan geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden (tenzij zakelijke redenen kunnen worden aangetoond).

Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

 

  1. Beleg groen in box 3

Wilt u uw box 3-vermogen verlagen, denk dan ook eens aan groene beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3 van maximaal € 65.072 (bedrag 2023). Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor u en uw partner gezamenlijk zelfs het dubbele (€ 130.144). Ook een minderjarig kind heeft zelfstandig recht op deze vrijstelling. Naast de vrijstelling in box 3 heeft u ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag in box 3.

In het kader van de tijdelijke box 3-regeling mag u de vrijstelling voor groene spaartegoeden en beleggingen eerst toerekenen aan de groene beleggingen en daarna aan de groene spaartegoeden.

Let op!
De vrijstelling geldt niet voor de vermogenstoets in de toeslagen.

 

  1. Overweeg de oprichting van een beleggings-bv/-fonds

Heeft u op dit moment veel laag renderende “overige bezittingen” in box 3 (dus geen spaargeld/deposito’s), overweeg dan de oprichting van een beleggings-bv of een open fonds voor gemene rekening om daar vóór 31 december 2022 deze bezittingen in te storten. Zo mist u de peildatum van 1 januari 2023 in box 3. De bv of het fonds betaalt over de daadwerkelijk ontvangen spaarrente tot een bedrag van € 200.000 in 2023 19% vennootschapsbelasting en over het meerdere 25,8%. Als de ontvangen spaarrente na belasting wordt uitgekeerd naar privé, betaalt u hierover in 2023 26,9% belasting in box 2 van de inkomstenbelasting. Gecombineerd is dat zo’n 40,18% van het daadwerkelijk ontvangen rendement tot € 200.000. Dat is vaak minder dan de 1,97% belasting die u in 2023 over uw laag renderende overige bezittingen betaalt in box 3, alhoewel u er wel rekening mee moet houden dat de vrijstelling in box 3 in 2023 € 57.000 per persoon bedraagt.

Let op: Ondernemers moeten vanaf 2024 rekening houden met twee tarieven in box 2 van de inkomstenbelasting. Tot aan een inkomen van € 67.000 geldt een tarief van 24,5% en voor het surplus voor het inkomen belast tegen 31%. Het voormelde gecombineerde tarief kan dan ook vanaf 2024 hoger uitvallen.

 

Let op!
Met een bv zijn oprichtingskosten gemoeid en ook kosten voor instandhouding, bijvoorbeeld voor het jaarlijks (laten) maken van een jaarrekening. En om de laag renderende overige bezittingen na verloop van tijd belastingvrij naar privé te halen, is een gang naar de notaris nodig. Het is belangrijk bij de keuze voor de bv-variant deze kosten af te trekken van de jaarlijkse voordelen om te bepalen of het geheel voor u aantrekkelijk is.

 

Tip!
Een beleggings-bv of open fonds voor gemene rekening zorgt er ook voor dat de laag renderende overige bezittingen niet meer meetellen voor de vermogenstoets voor de toeslagen en de vermogenstoets voor de eigen bijdrage bij het verblijf in een verzorgingsinstelling.

 

  1. Houd rekening met vermogenstoets toeslagen

Lagere inkomens hebben vaak recht op een of meer toeslagen. We kennen de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Voor alle toeslagen, behalve de kinderopvangtoeslag, geldt een zogenaamde vermogenstoets. Dit betekent dat u geen recht heeft op de toeslag als uw vermogen te groot is. De toetsingsdatum is 1 januari. Voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget geldt voor 2022 een toetsingsvermogen van maximaal € 120.020. Heeft u een partner, dan geldt een maximum van € 151.767. Voor de huurtoeslag geldt een maximumvermogen van € 31.747 (respectievelijk € 63.494 als u een partner heeft). Voor de huurtoeslag mag ook een medebewoner niet méér dan € 31.747 aan vermogen hebben. De genoemde maxima zullen voor het jaar 2023 iets hoger liggen.

Tip!
Heeft u een vermogen rond de genoemde maxima én recht op een of meer toeslagen, dan kan het raadzaam zijn uw vermogen te verminderen door bijvoorbeeld een deel van uw hypotheek af te lossen of een geplande, grotere aankoop naar voren te halen. Ook kan het voor ondernemers raadzaam zijn om binnen de fiscale mogelijkheden minder vermogen uit het bedrijf naar privé over te brengen.

Ook een spaar-bv of open fonds voor gemene rekening zorgt ervoor dat vermogen niet meetelt voor de vermogenstoets voor de toeslagen en de vermogenstoets voor de eigen bijdrage bij het verblijf in een verzorgingsinstelling. Overleg met uw adviseur of het rendabel is hiervoor een spaar-bv of open fonds voor gemene rekening op te richten.

 

  1. Bespaar belasting in box 3 en voorkom belastingrente

Controleer uw voorlopige aanslag 2022. Is de aanslag te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan. Als u ervoor zorgt dat u uw voorlopige aanslag nog in 2022 betaalt, leidt dat tot een lager vermogen per 1 januari 2023 en bespaart u mogelijk belasting. In box 3 levert dit alleen een voordeel op als de onttrokken financiële middelen bestonden uit beleggingen. Ook rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2023 een rente van 4% over uw aanslag 2022. Dit is hoog, zeker in vergelijking met de rente op een spaarrekening. Voorkom dus dat u deze hoge belastingrente verschuldigd wordt en controleer of uw voorlopige aanslag 2022 juist is.

Tip!
Vraag ook een nieuwe, lagere voorlopige aanslag aan als uw voorlopige aanslag te hoog is. In tegenstelling tot vroeger kunt u niet ‘sparen’ bij de Belastingdienst. De Belastingdienst vergoedt namelijk over het algemeen geen rente meer over een te hoge aanslag.

Als u de aanslag meer dan 8 weken vóór het einde van het jaar aanvraagt en de Belastingdienst slaagt er niet in de aanslag tijdig op te leggen zodat u nog dit jaar kunt betalen, mag u op 1 januari toch rekening houden met deze belastingschuld.

 

  1. Houd rekening met hoger heffingsvrij vermogen

Het heffingsvrije vermogen in box 3 wordt in 2023 verhoogd van € 50.650 naar € 57.000. U betaalt over uw vermogen in box 3 dus minder snel belasting. Houd hier rekening mee als u bijvoorbeeld overweegt een waardevolle aankoop nog dit jaar te doen en hiervoor vermogen te onttrekken waarmee u belegt.

 

  1. Accijns op alcoholvrije drank omhoog in 2023

De accijns op alcoholvrije drank gaat per 1 januari 2023 met bijna 9 cent per liter omhoog, behalve voor mineraalwater.

Nieuwsberichten

1. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. U moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeert u ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zegt u (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet u de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.

 

2. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaalt u de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet u dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. U betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

3. 3750 euro subsidie omscholing kansrijke beroepen ICT en techniek

Wanneer u als werkgever een (nieuwe) werknemer wilt laten omscholen naar een beroep in de ICT of techniek, dan kunt u hiervoor onder voorwaarden subsidie aanvragen bij de RVO. Het subsidiebedrag is € 3.750 per omscholingstraject. U kunt voor maximaal zes omscholingstrajecten subsidie krijgen. Aanvragen is mogelijk tot en met 1 december 2023, 17.00 uur. Er gelden verschillende voorwaarden. Zo moet sprake zijn van omscholing naar een kansrijk beroep binnen de ICT en techniek en mag de werknemer vóór 1 juli 2022 nog niet in dit beroep werkzaam zijn. De omscholing moet op of na 1 juli 2022 starten en minimaal € 7.500 bedragen. Verder is het niet mogelijk om deze subsidie te combineren met een subsidie uit de regeling praktijkleren of de SLIM-regeling. Wilt u weten of u aan alle voorwaarden kunt voldoen, neem dan voor meer informatie contact met ons op.

4. Subsidie afgelaste evenementen begin 2022 nu aanvragen

U kunt tot 28 december 2022, 17.00 uur een aanvraag indienen voor de subsidieregeling voor afgelaste evenementen vanwege corona. Deze subsidie betreft evenementen die vanwege een verbod door de Rijksoverheid zijn afgelast in de periode 1 januari 2022 tot en met 8 maart 2022. Voor de subsidie geldt een aantal voorwaarden. Zo moet het gaan om een voor publiek toegankelijk evenement dat maximaal 14 dagen zou duren. U kunt alleen subsidie krijgen voor externe kosten, zoals de kosten van onderaannemers, tribunebouwers, artiesten en beveiliging. Van de gemaakte kosten krijgt u maximaal 90% vergoed. Deze kosten moeten minimaal € 2.500 bedragen. Voor de overige 10% kunt u een lening krijgen tegen een rente van 2%. Deze lening dient u dan wel binnen vijf jaar af te lossen.

5. Compensatie voor schade Brexit vanaf 1 november aanvragen

Bent u benadeeld door de Brexit, dan kunt u vanaf 1 november 2022 compensatie aanvragen voor bepaalde kosten. De Brexit Adjustment Reserve (BAR) Bedrijfslevenregeling komt u in deze kosten tegemoet, mits u voldoet aan de gestelde voorwaarden. Er zijn twee regelingen: een voor gemaakte kosten vanwege de Brexit en een tweede voor nog te maken kosten vanwege de Brexit. De BAR compenseert u niet voor verlies aan omzet. Wel kunt u een vergoeding krijgen voor bijvoorbeeld de kosten van opleidingen, voorlichtingscampagnes, ICT-aanpassingen, extern advies of voor de tijdelijke inhuur van extra transportmaterieel. De tegemoetkoming voor gemaakte kosten kunt u aanvragen tot en met 31 maart 2023 17.00 uur. Voor de tegemoetkoming voor nog te maken kosten heeft u minder tijd; deze moet u uiterlijk 13 december 2022 17.00 uur aanvragen.

6. Onderbouw uw vaste kostenvergoeding

Geeft u uw werknemers een vaste kostenvergoeding? Dan kunt u misschien belasting besparen als u zorgt voor een goede vastlegging. Als u de vaste kostenvergoeding aanwijst in de vrije ruimte, betaalt u bij overschrijding van die vrije ruimte namelijk 80% eindheffing. Als (een deel van) uw vaste kostenvergoeding gericht vrijgesteld is of als intermediaire kosten niet tot het loon behoren, kunt u daarom misschien vrije ruimte overhouden. U moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moet u deze bedragen onder meer specificeren en onderbouwen met een onderzoek vooraf naar de werkelijk gemaakte kosten (steekproef). Onderbouwen achteraf is niet mogelijk. Het kan zeker de moeite lonen om zo’n onderzoek te doen naar de werkelijk gemaakte kosten. Er is namelijk een flink aantal kosten dat onder een gerichte vrijstelling of intermediaire kosten valt. Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor woon-werkverkeer, voor het wassen van de auto van de zaak, voor het internetgebruik thuis en voor een mobiele telefoon.

Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer mkb-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve mkb-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een mkb-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan € 50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan € 43 miljoen,
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve mkb’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van € 160.000. De drempelprijs is vastgesteld op € 1,19 per kuub gas en € 0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van € 160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft uw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kunt u niet maximaal € 160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij mkb’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.