Category Archives: Nieuws

Wetsvoorstel Trust-register

Op 17 april jl. is ter consultatie het wetsvoorstel gepubliceerd voor de invoering van een Nederlands Trust-register. De consultatie sluit op 15 mei a.s.. De aanbieding aan de Tweede Kamer staat gepland voor na de zomer.

Het Trust-register beoogt inzicht te verschaffen in de uiteindelijk belanghebbende(n) (de ‘UBO’) van trusts en zogenaamde “trust-achtigen”. Het Trust-register vertoont de nodige overeenkomsten met het UBO-register.*

Hoofdpunten consultatiedocument trustregister

  • Het Trust-register gaat gelden voor trusts en trust-achtigen waarvan de beheerder/trustee
    • in Nederland woont of is gevestigd;
    • buiten de EU woont of is gevestigd, maar namens de trust(achtige) in Nederland onroerend goed verwerft of een zakelijke relatie aangaat.
  • Het Nederlandse fonds voor gemene rekening (zowel “open” als “besloten”) valt als trust-achtige onder het Trust-register.
  • Een beneficiary van een trust of een participant in een fonds voor gemene rekening kwalificeert als UBO, ongeacht de omvang van het gehouden “belang”.
  • De openbare UBO-informatie betreft de naam, nationaliteit, woonstaat, geboortejaar/geboortemaand.
  • Afscherming van informatie kan alleen indien de UBO minderjarig is of anderszins handelingsonbekwaam of van overheidswege wordt beveiligd.

Voorlopige conclusies

  • Het trustregister wordt grotendeels openbaar (net als het UBO-register).
  • Met name UBO’s van Nederlandse fondsen voor gemene rekening (waaronder vbi’s) lijken te worden geraakt door het trustregister, ongeacht of deze fondsen “open” of “besloten” zijn.
  • Opvallend is dat waar het UBO-register pas van een UBO spreekt bij een belang van meer dan 25%, het trustregister hiervoor géén ondergrens hanteert.
  • Omdat een commanditaire vennootschap (CV) onder het UBO-register valt, lijkt deze de privacy voor “UBO’s tot 25%” beter te waarborgen dan een fonds voor gemene rekening.
  • De “omzetting” van een fonds voor gemene rekening naar een CV kan veelal fiscaal neutraal plaatsvinden, tenzij deze bijvoorbeeld de VBI-status heeft of vastgoed houdt.

Heeft u vragen over het trustregister, neem dan gerust contact met ons op,

* Hierover informeerden wij u in ons nieuwsbericht d.d. 8 april 2019 “Voorlopige conclusies Wetsvoorstel UBO-register”.

Gevolgen van het coronavirus

De gevolgen van het coronavirus hebben ongetwijfeld gevolgen voor u en uw onderneming. De exacte impact hiervan laat zich op dit moment moeilijk voorspellen. Vanuit een fiscaal, juridisch en financieel oogpunt brengen wij echter graag het volgende onder uw aandacht zodat u optimaal bent voorbereid:

Uitstel van betaling voor belastingen:  U of uw adviseur kan de Belastingdienst uitstel van betaling vragen voor de verschuldigde BTW, loonheffingen, inkomsten- en vennootschapsbelasting. Deze aanvraag dient gemotiveerd te gebeuren. Met dit verzoek stuurt u of uw adviseur een verklaring van een derde deskundige mee. Uit deze verklaring moet blijken dat:

  • Sprake is van werkelijk bestaande, acute betalingsproblemen (en niet om bijvoorbeeld betalingsproblemen die in de toekomst zullen ontstaan).
  • Betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn.
  • De klant de betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip oplost.
  • De onderneming levensvatbaar is.

Een derde deskundige kan een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie, een accountant of financieel adviseur zijn. Indien het verzoek wordt gehonoreerd zal de invordering van belasting worden stopgezet en kan er een betalingsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden worden afgesproken. De Belastingdienst komt ondernemers verder tegemoet door een verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege te laten of terug te draaien.

Aanpassen van voorlopige aanslagen voor het lopende boekjaar: Voor de vennootschaps- en inkomstenbelasting kunt u verzoeken om de voorlopige aanslagen voor het lopende boekjaar aan te laten passen op basis van actuele resultaatprognoses.

Voorlopige verliesverrekening: U hoeft niet te wachten tot uw aangifte over het verliesjaar is afgehandeld door de Belastingdienst om een teruggaaf van vennootschaps- en inkomstenbelasting te ontvangen. Er kan namelijk onder voorwaarden een verzoek gedaan worden voor een voorlopige verliesverrekening. Dit voorlopige verlies kan dan voor 80% worden verrekend met de aanslag over het jaar dat definitief vaststaat.

BTW: Als u per maand of kwartaal BTW aangifte doet, moet u het BTW bedrag binnen een maand na afloop van het aangiftetijdvak betaald hebben aan de Belastingdienst, ongeacht of u het bedrag ook daadwerkelijk hebt ontvangen van uw cliënt. Het kan dus zijn dat u de BTW moet voorfinancieren. Dit kan u (deels) voorkomen door in het begin van het tijdvak te factureren in plaats van in het einde van het tijdvak.

Oninbare facturen: U kunt BTW terugvragen zodra het zeker is dat uw vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. De vordering wordt in ieder geval als oninbaar aangemerkt uiterlijk 1 jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen u en uw klant is overeengekomen.

Schenkingen: Mocht u in de toekomst een schenking van bijvoorbeeld een aandelenportefeuille overwegen dan kan de huidige waardering daarvan in combinatie met uw toekomstverwachtingen reden zijn om de voorgenomen schenking eerder te doen dan wel uit te stellen ter besparing van schenk- en erfbelasting.

Werktijdverkorting: Voor werktijdverkorting is een aparte vergunning nodig. Deze vergunning dient bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) te worden aangevraagd. Om voor een vergunning in aanmerking te komen dient een werkgever aan te tonen getroffen te zijn door een bijzondere situatie die niet onder het normale ondernemersrisico valt en dient de werkgever tevens aan te tonen dat hij/zij tenminste 20% minder werk verwacht voor een periode van minimaal 2 tot maximaal 24 kalenderweken. Een vergunning geldt voor maximaal 6 weken, maar er kan verlenging van de vergunning worden gevraagd. Na ontvangst van de vergunning van het SZW dient dit bij het UWV te worden gemeld en dient er voor de werknemer(s) een WW-uitkering te worden aangevraagd. Het UWV betaalt de WW uitkering aan de werkgever en vergoedt achteraf dan de uren dat de werknemers niet werkten tijdens de vergunningsperiode aan de werkgever. Het UWV vergoedt aan de werkgever gedurende de eerste 2 maanden 75% van het salaris en de maanden daarna 70%. Deze vergoeding is een compensatie voor de werkgever en de werknemer zal dus voor het deel van de werktijdverkorting een lager salaris ontvangen. Uiteraard kunnen werkgevers ook besluiten om vrijwillig het gehele salaris door te betalen of zijn zij daar volgens cao of arbeidsvoorwaarden toe verplicht.

Verruiming van de borgstelling MKB-kredieten (BMKB): Bedrijven in het mkb met liquiditeitsproblemen door de gevolgen van het coronavirus, kunnen tijdelijk rekenen op extra gunstige voorwaarden onder de BMKB. Een nieuwe tijdelijke maatregel verhoogt de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB van 50% naar 75%. De maatregel is bestemd voor overbruggingskrediet of verhoging van het rekening courant-krediet bij een financier (vaak een bank), met een maximale looptijd tot 2 jaar. Ook een aantal overige voorwaarden in de BMKB zal worden versoepeld. U kunt zich vanaf maandag 16 maart 2020 melden bij uw kredietverstrekker om voor de regeling in aanmerking te komen.

Indien u meer informatie wenst, helpen wij en/of onze bedrijfsjuristen u graag verder. Wij zijn voor u gedurende deze periode telefonisch of per e-mail bereikbaar.

Voorlopige conclusies wetvoorstel UBO-Register

Op 4 april jl. is het wetsvoorstel gepubliceerd voor de invoering van het UBO-register per 1 januari 2020. Hieronder sommen wij (i) de hoofdlijnen en (ii) onze voorlopige conclusies kort op.

  • Hoofdlijnen
    UBO is de uiteindelijke belanghebbende. Hij/zij houdt meer dan 25% in een rechtspersoon of onderneming of heeft meer dan 25% zeggenschap in deze rechtspersoon of onderneming.
  • Als er geen “echte” UBO is, wordt een “pseudo” UBO aangewezen. Dit zal in de regel een statutaire bestuurder zijn.
  • De rechtspersonen die een UBO kunnen hebben, zijn de in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (“KvK”) opgenomen rechtspersonen, zoals de BV, NV en de Stichting (inclusief ANBI’s). Van publiekrechtelijke rechtspersonen, kerkgenootschappen, historische rechtspersonen (zoals hofjes, gilden) hoeven de UBO’s niet te worden geregistreerd. Dit geldt eveneens voor naar buitenlands recht opgerichte rechtspersonen.
  • De ondernemingen die een UBO kunnen hebben, zijn de in het handelsregister van de KvK opgenomen ondernemingen zoals de Vof, de Maatschap en de Commanditaire vennootschap. De eenmanszaak hoeft geen UBO te registeren. Dit geldt eveneens voor open fondsen voor gemene rekening, maar dit zal op basis van de toelichting bij het wetsvoorstel van korte duur zijn.
  • De naam, nationaliteit, woonstaat, geboortejaar/geboortemaand en aard en omvang van het belang van de UBO worden openbaar.

Voorlopige conclusies

  • Daar waar thans uitsluitend 100% aandelenbelangen zichtbaar zijn in het handelsregister zal dat in de nieuwe situatie al bij 25% het geval zijn (mogelijk wordt dit in de toekomst nog verlaagd tot 10%);
  • Structuren waarbij ter waarborging van anonimiteit 100% aandeelhoudersrelaties juridisch zijn doorbroken (via bijvoorbeeld een Stak) verliezen hun werking.
  • Voor aanvullende privacy lijkt te kunnen worden uitgeweken naar buitenlandse rechtsvormen, waarvan het bestuur in Nederland (door de UBO zelf) kan worden gevoerd.
  • Bestaande privacy-structuren met (bijvoorbeeld) een commanditaire vennootschap (“CV”) als tophoudster blijven naar onze mening overeind staan. Deze structuur blijft ook in de toekomst onverkort geschikt om vermogen buiten het zicht van derden te houden. Een derde kan na de invoering van het UBO-register namelijk uitsluitend het percentage van de commandiet in het kapitaal van de CV zien. De aard en omvang van het in de CV zelf aangehouden vermogen kan evenwel niet worden achterhaald. Dat ook een open fonds voor gemene rekening haar UBO’s zal moeten gaan melden, lijkt een kwestie van tijd.

Heeft u vragen over het UBO-register? Neem gerust contact met ons op.

Wetsvoorstel (“ter consultatie”) maatregel excessief lenen DGA bij de B.V.

Op Prinsjesdag is een maatregel aangekondigd om zogenaamd “excessief lenen” bij de BV tegen te gaan. Inmiddels heeft dit zich vertaald naar een wetsvoorstel “ter consultatie”.

Essentie

In essentie komt het erop neer dat een aanmerkelijkbelanghouder -dat is iemand die kort gezegd ten minste 5% belang heeft in een vennootschap- met ingang van het jaar 2022 maximaal EUR 500k schuld mag hebben bij zijn vennootschap. Het surplus (boven het bedrag van EUR 500k) wordt gezien als een fictieve dividenduitkering en zal acuut zijn belast met box-2 belasting (het box-2 tarief zal dan 26,9% bedragen). Benadrukt zij dat de grens van EUR 500k geen “safe harbour” is. Dit betekent dat ook ten aanzien van leningen tot een bedrag van EUR 500k moet worden getoetst of deze “zakelijk” zijn. Kort gezegd moeten de vennootschap en zijn aandeelhouder(s) met elkaar handelen alsof zij onafhankelijke partijen van elkaar zijn.

Uitzondering eigen woning schuld

De (box-1) schuld die een aanmerkelijkbelanghouder heeft bij zijn vennootschap voor de eigen woning valt buiten het bereik van de maatregel. Het is een DGA dus toegestaan om een schuld van bijvoorbeeld EUR 1 miljoen te hebben aan zijn vennootschap ten behoeve van de eigen woning.

Alle andere schulden zullen evenwel onder de maatregel vallen. Hierbij is het volstrekt irrelevant of sprake is van ongedekte consumptieve rekeningcourant-schulden of van schulden waar deugdelijke zekerheidsrechten tegen over staan. Dit betekent concreet dat een DGA die bijvoorbeeld EUR 1 miljoen bij zijn vennootschap heeft geleend voor de aankoop van beleggingspand, voor EUR 500k zal worden aangeslagen in box-2 (zelfs al beschikt de vennootschap over zekerheidsrechten van de hoogste orde).

Constructiebestrijding

In het wetsvoorstel is een aantal additionele maatregelen opgenomen die als doel hebben om “kunstmatige constructies” te bestrijden. Zo geldt de maatregel tegen “excessief lenen” ook voor de bloed- en aanverwanten van de DGA en van zijn partner in rechte lijn (ouders, (klein)kinderen etc.). Dit betekent bijvoorbeeld dat ook een kind van de DGA maximaal “ongestraft” EUR 500k mag lenen bij de vennootschap van zijn ouders (verondersteld dat sprake is van zakelijke condities). Ook zal de maatregel tegen “excessief lenen” doel treffen als leningen via een kunstmatige “constructie/omweg” worden opgenomen. Als bijvoorbeeld de buurman van de DGA inleent van de BV van de DGA en dit bedrag één op één doorleent aan de DGA, wordt deze onzakelijke omweg genegeerd.

Follow up

Hoewel zuiver bekeken op dit moment nog “slechts” sprake is van een wetsvoorstel, gaan wij ervan uit dat het onverkort van kracht zal zijn met ingang van 2022. Wij verwachten dat de wetgever de komende maanden gaat gebruiken voor fine tuning van het wetsvoorstel en om “open eindjes” te dichten. Het definitieve wetsvoorstel verwachten wij rond de zomer van 2019. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Hoewel 2022 nog ver weg lijkt, strekt het tot aanbeveling om nu al na te denken over positie(s). Wij zien een aantal mogelijkheden om aan de impact van de maatregel te ontsnappen. Deze bespreken wij graag met u. Neemt u gerust contact met ons op.

Estate Planning

In onze fiscale adviespraktijk rijst voor internationale echtparen regelmatig de vraag welk huwelijksvermogensrecht op hen van toepassing is. Bijvoorbeeld als ze in Nederland zijn getrouwd, maar daarna in het buitenland zijn gaan wonen of als ze in het buitenland zijn getrouwd. Het toepasselijke huwelijksvermogensrecht bepaalt welk vermogen van wie is en vormt dus een belangrijke basis onder een fiscaal advies, zoals op het vlak van ‘estate planning’.

Op 29 januari a.s. treedt de zogenaamde Europese huwelijksvermogensrechtverordening in 18 Europese lidstaten in werking (waaronder België, Duitsland, Spanje, Frankrijk en Nederland). Dat leidt ertoe dat de vraag welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is voor alle huwelijken die vanaf 29 januari 2019 worden gesloten op dezelfde wijze wordt beantwoord door de aangesloten lidstaten. Kort gezegd wordt in eerste instantie aangeknoopt bij het recht van de eerste gewone verblijfplaats van de echtgenoten.

De huwelijksvermogensrechtverordening maakt het bepalen van het toepasselijke huwelijksvermogensrecht iets eenvoudiger en dat is prettig. Het is jammer dat niet alle Europese lidstaten aan de verordening deelnemen. In de niet-deelnemende lidstaten en buiten Europa blijven internationale estate planningsvraagstukken onverminderd complex.

Heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met Hedwig van der Weerd of Lisa Roos.

Tips voor de woningeigenaar

Verkoop uw eigen woning slim rondom de jaarwisseling
Heeft u uw eigen woning verkocht en staat de overdracht gepland rondom de jaarwisseling? Plan de overdracht bij de notaris dan fiscaal slim. Verkoopt u uw eigen woning en behaalt u daarbij een winst? Dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris voor 1 januari plaatsvindt. Als u de winst dan niet direct gebruikt voor de aankoop van een nieuwe eigen woning, valt deze winst namelijk per 1 januari 2016 in de heffing van box 3. U kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 4 januari 2016. Tip: Plan de overdracht van uw eigen woning net na de jaarwisseling. U bespaart daar mogelijk box 3-heffing mee. Draagt u uw eigen woning bij de notaris over voor 1 januari en wendt u de winst nog voor 1 januari aan voor de koop van een nieuwe eigen woning bij de notaris? Dan valt de winst op de verkoop van de eigen woning niet in box 3.

Koop uw eigen woning slim rondom de jaarwisseling
Heeft u een eigen woning gekocht en staat de overdracht gepland rondom de jaarwisseling? Plan de overdracht bij de notaris dan fiscaal slim. Koopt u een eigen woning en betaalt u deze aankoop (gedeeltelijk) met eigen geld? Dan kan het financieel nadelig zijn wanneer de overdracht bij de notaris na 1 januari plaatsvindt. Het eigen geld behoort dan namelijk per 1 januari 2016 nog tot uw vermogen in box 3. U kunt de belastingheffing in box 3 eenvoudig voorkomen door de overdracht te verplaatsen naar bijvoorbeeld 30 december 2015.

Let op! Het schuiven met de datum is niet altijd eenvoudig omdat uw koper (of bij koop uw verkoper) een ander belang kan hebben.

Wacht met schenken voor de eigen woning
Wilt u uw zoon, dochter of iemand anders een bedrag schenken voor de eigen woning, wacht dan nog even. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen, maar de plannen zijn er al. Vanaf 2017 kunt u gebruikmaken van de verhoogde en verruimde vrijstelling voor een eenmalige schenking voor de eigen woning. De vrijstelling wordt dan structureel verhoogd van € 53.016 (bedrag 2016) naar € 100.000. Daarnaast komt de beperking te vervallen dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind, waardoor er ook buiten de gezinssituatie gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling. Wel blijft de beperking van kracht dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn.

Let op! De verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is eenmalig. De verkrijger kan hier eenmaal per schenker gebruik van maken. Heeft u als schenker ten aanzien van dezelfde verkrijger in 2013 of 2014 al gebruikgemaakt van de toenmalige vrijstelling van € 100.000, dan is dit vanaf 2017 niet meer mogelijk. Schenkt u aan uw zoon of dochter in 2015 of 2016 eenmalig een bedrag voor de eigen woning (maximaal € 52.752 respectievelijk € 53.016), dan mag u dit bedrag in 2017 of 2018 nog aanvullen tot € 100.000.

Tip: Degene die de schenking ontvangt, moet deze gebruiken voor de eigen woning. Het gaat om de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning en de aflossing van de eigenwoningschuld of de restschuld na verkoop van de eigen woning.

Breng uw rente op restschuld in aftrek
Verkoopt u uw woning en blijft u met een restschuld zitten? Dan kunt u de rente op de restschuld in aftrek blijven brengen. Deze regeling geldt voor rente die u betaalt op een restschuld die is ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. De maximale periode voor aftrek van rente op restschulden bedraagt vijftien jaar.

Tip: Ontvangt u een schenking voor de eigen woning, dan mag u dit bedrag ook gebruiken om de restschuld mee af te lossen.

Dubbele woonlasten?
Maak gebruik van de verhuisregelingen Staat uw voormalige, leegstaande woning te koop of bent u nog niet verhuisd, maar heeft u al wel een nieuwe woning aangeschaft, dan heeft u gedurende het jaar waarin de woning leeg kwam te staan en de drie jaren daarna renteaftrek voor beide woningen. Staat uw voormalige eigen woning na de verhuur weer leeg, dan heeft u wederom recht op hypotheekrenteaftrek tot het einde van dezelfde driejaarstermijn van de verhuisregeling.

Let op! Eindigt de verhuurperiode van uw woning na deze driejaarstermijn, dan gaat uw woning bij aanvang van de verhuurperiode definitief over naar box 3.

Los een kleine hypotheek af
Heeft u nog maar een lage hypotheekschuld, dan kan het verstandig zijn om de hypotheek af te lossen. U hoeft namelijk geen eigenwoningforfait in aanmerking te nemen als u geen hypotheekrente in aftrek brengt. Vanaf het moment dat uw hypotheekrente net zo hoog of lager is dan uw eigenwoningforfait, lijkt aflossen daarom gunstig.

Let op! Als u uw vermogen in box 3 gebruikt voor aflossing van uw eigenwoningschuld, houd dan wel rekening met de vermindering van uw box 3 vermogen. Dit is uiteraard gunstig voor de te betalen belasting in box 3, maar kan vervelend uitpakken als u op een later moment andere bestedingsdoelen zou hebben voor dit vermogen.

Betaal uw hypotheekrente vooruit
Valt uw inkomen in 2016 in een lager tarief dan in 2015, dan is het mogelijk financieel aantrekkelijk om in 2015 uw hypotheekrente vooruit te betalen. Uw hypotheekrente wordt in 2015 dan nog afgetrokken tegen het hogere tarief. Let op! U mag maximaal de in 2015 vooruitbetaalde hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2016 in 2015 in aftrek brengen.

Tweeverdieners krijgen meer hypotheekruimte
Bent u van plan een huis te kopen en heeft u de financiering nog niet in orde? Dan is het misschien verstandig om nog even te wachten. Met ingang van 1 januari 2016 krijgen tweeverdieners namelijk de mogelijkheid om meer geld te lenen voor de aankoop van een huis. Het tweede salaris gaat dan voor 50% (in plaats van nu 33%) meetellen.

Tip: Ook in 2016 blijft het mogelijk tot € 9.000 meer te lenen voor de aankoop van een energiebesparende woning met energielabel A++. Voor een volkomen energieneutraal huis kan zelfs maximaal € 27.000 extra geleend worden.

Tips voor de automobilist

Investeer nog dit jaar in een milieuvriendelijke auto
Wilt u in een milieuvriendelijke nieuwe auto van de zaak gaan rijden? Schaf deze auto dan dit jaar nog aan. Auto’s met een CO2-uitstoot tot en met 50 gr/km hebben dan nog 60 maanden 7% bijtelling. Schaft u dezelfde auto aan in 2016, dan bedraagt de bijtelling gedurende 60 maanden 15%. Maar ook de iets minder zuinige auto met een CO2-uitstoot van 51 gr/km tot en met 82 gr/km zijn aantrekkelijker om in 2015 nog nieuw aan te schaffen. Bij aanschaf in 2015 geldt een bijtelling van 14% gedurende 60 maanden, terwijl bij aanschaf in 2016 de bijtelling 21% bedraagt gedurende 60 maanden. Heeft u een auto op het oog met een CO2-uitstoot van 83 gr/km tot en met 106 gr/km, dan zijn de verschillen minder groot: 20% bijtelling bij aanschaf in 2015 tegenover 21% bijtelling in 2016.

Tip: Plan de aanschaf van uw auto van de zaak slim. Aanschaf in december 2015 kan u een flinke bijtelling schelen ten opzichte van aanschaf in januari 2016.

Koop de auto met een CO2-uitstoot van 107 gr/km tot en met 110 gr/km in 2015 of 2017
Een nieuwe auto van de zaak met een CO2-uitstoot van 107 gr/km tot en met 110 gr/km valt bij aanschaf in 2015 gedurende 60 maanden in een bijtelling van 20%. Schaft u dezelfde auto in 2016 aan, dan bedraagt de bijtelling 25% gedurende 60 maanden, maar wacht u tot 2017, dan daalt de bijtelling weer naar 22% gedurende 60 maanden. Kunt u het nog volgen? Eén ding lijkt duidelijk. Aanschaf in 2016 lijkt voor uw bijtelling in ieder geval een onverstandige keus! Tip: Koop uw nieuwe auto van de zaak met een CO2-uitstoot van 107 gr/km tot en met 110 gr/km in 2015 of stel de aankoop uit naar 2017.

Vergeet geen milieu-investeringsaftrek aan te vragen voor uw milieuvriendelijke auto
Schaft u nog in 2015 een milieuvriendelijke auto aan, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt voor (semi)-elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gr/km. Er gelden verschillende aftrekpercentages en er zijn maxima gesteld aan de in aanmerking te nemen investeringsbedragen.

uitstoot

Let op! Dieselauto’s komen niet in aanmerking voor de MIA. Om in aanmerking te komen voor de MIA, moet u uw investering melden bij RVO.nl binnen drie maanden nadat u de investeringsverplichting bent aangegaan. Bent u te laat, dan komt u niet meer in aanmerking voor de aftrek! Het is nog niet bekend of de MIA ook in 2016 geldt voor de milieuvriendelijke auto, omdat pas eind 2015 de nieuwe milieulijsten voor de MIA 2016 bekend worden gemaakt.

Tip: Wordt uw auto pas in 2016 geleverd maar bent u in 2015 de investeringsverplichting al aangegaan, meld uw investering dan binnen drie maanden na aangaan van de investeringsverplichting bij RVO.nl. Uw auto maakt dan nog gebruik van de MIA 2015. Meldt u zich te laat, dan komt u niet meer in aanmerking voor de MIA, ook niet voor de MIA 2016! Ook voor de oplaadpaal van de elektrische auto geldt in 2015 de MIA. Hierbij zijn geen nadere beperkingen gesteld met betrekking tot de brandstof van de hybride auto (diesel of benzine). Het aftrekpercentage voor de oplaadpaal bedraagt 36%. Daarnaast mag op deze laadpaal voor 75% willekeurig afgeschreven worden (VAMIL). Laadpalen waarvan de investeringskosten minder dan € 2.500 bedragen, komen niet in aanmerking voor de MIA/VAMIL.

Houd rekening met hogere motorrijtuigenbelasting
Rijdt u in een zuinige auto, dan betaalt u nu mogelijk geen motorrijtuigenbelasting. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gr/km geldt in 2015 een vrijstelling motorrijtuigenbelasting. Dit gaat in 2016 veranderen. Alleen voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot geldt dan nog een vrijstelling motorrijtuigenbelasting. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 gram geldt in 2016 een halve vrijstelling motorrijtuigenbelasting.

Vooruitzichten voor de bijtelling auto van de zaak
Vanaf 2017 gaat het aantal bijtellingscategorieën omlaag. Het algemene bijtellingspercentage gaat in 2017 omlaag van 25 naar 22%. Voor de nulemissieauto (CO2-uitstoot 0) blijft een bijtelling gelden van 4% vanaf 2017. Vanaf 2019 geldt de 4%-bijtelling alleen voor de eerste € 50.000 van de cataloguswaarde; daarboven geldt een bijtelling van 22%. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Bijtelling

Let op! De bijtellingspercentages gelden alleen voor nieuwe auto’s die in het betreffende kalenderjaar voor het eerst op kenteken zijn gezet. Voor auto’s die in een ander kalenderjaar op kenteken zijn gezet, geldt gedurende 60 maanden het toentertijd geldende bijtellingspercentage.

Tips voor werkgevers

Benut uw vrije ruimte optimaal
Vanaf 1 januari 2015 past u verplicht de werkkostenregeling toe. Binnen de werkkostenregeling zijn aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom (de vrije ruimte). Daarboven betaalt u 80% belasting. Heeft u nog voldoende vrije ruimte over, benut deze dan voor het einde van het jaar optimaal voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers.

Tip: Het is niet mogelijk om de vrije ruimte die in 2015 over is door te schuiven naar 2016. Maar als u vrije ruimte over heeft, kunt u wel uw werknemers dit jaar nog een aantal belastingvrije vergoedingen of verstrekkingen geven.

Houd rekening met het gebruikelijkheidscriterium
Het gebruikelijkheidscriterium legt een beperking op aan de vergoedingen en verstrekkingen die u onder kunt brengen in de vrije ruimte. Dit is een lastig criterium dat inhoudt dat uw vergoedingen en verstrekkingen niet in de vrije ruimte kunnen worden ondergebracht als deze voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed of verstrekt wordt. Gelukkig heeft de Belastingdienst een doelmatigheidsmarge gegeven: vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar beschouwt de Belastingdienst in ieder geval als gebruikelijk. Blijft u binnen deze marge, dan kunt u dus zonder problemen binnen het resterende deel van uw vrije ruimte een onbelaste vergoeding of verstrekking geven.

Tip: Maak gebruik van de doelmatigheidsmarge van € 2.400. U krijgt dan geen discussie met de Belastingdienst over de gebruikelijkheid.

Let op! Het gebruikelijkheidscriterium wordt waarschijnlijk volgend jaar aangescherpt. Dat geldt niet voor de doelmatigheidsmarge.

Vier kerst dit jaar eens anders met uw personeel
Door slim te schuiven met uw vergoedingen en verstrekkingen kunt u optimaal gebruikmaken van uw vrije ruimte. Zo kunt u bijvoorbeeld bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte in plaats van een kerstpakket besluiten om een nieuwjaarsgeschenk te geven. Of de kerstborrel buiten de deur vervangen door een nieuwjaarsborrel buiten de deur. En het bedrijfsfeestje is misschien begin 2016 net zo gezellig als eind 2015. Omdat deze verstrekkingen dan in 2016 plaatsvinden, komen ze ook ten laste van de vrije ruimte in 2016.

Let op! Bedenk wel dat schuiven alleen zin heeft als u ook in 2016 niet met dezelfde dreigende overschrijding van de vrije ruimte te maken krijgt. Daarnaast kunt u bepaalde vergoedingen of verstrekkingen wellicht anders inrichten. De kerstborrel buiten de deur is met wat aankleding misschien wel net zo gezellig in uw bedrijfspand. En het scheelt u straks misschien wel 80% belastingheffing. Buiten de deur komt de kerstborrel bij aanwijzing immers ten laste van de vrije ruimte, terwijl de borrel binnenshuis op nihil is gewaardeerd.

Let op! Gaat de borrel binnenshuis gepaard met een maaltijd, dan komt voor de maaltijd wel het forfaitaire bedrag van € 3,20 per werknemer ten laste van de vrije ruimte. Dit is echter altijd beduidend minder dan de werkelijke waarde van een maaltijd buiten de deur die anders ten laste van uw vrije ruimte was gekomen.

Maak gebruik van de concernregeling
Bij overschrijding van de vrije ruimte biedt de concernregeling mogelijk een oplossing voor bv’s, nv’s en stichtingen. Door de concernregeling ontstaat een collectieve vrije ruimte. Dit heeft als voordeel dat een tekort in vrije ruimte bij het ene concernonderdeel gecompenseerd kan worden door een overschot bij een ander concernonderdeel.

Let op! De concernregeling kan alleen worden toegepast bij een belang van minimaal 95%.

Wijs uw vergoedingen en verstrekkingen vooraf aan
De werkkostenregeling brengt ook bepaalde administratieve verplichtingen met zich mee. Niet voldoen aan deze verplichtingen kan leiden tot onverwachte belastinggevolgen. Om gebruik te kunnen maken van uw vrije ruimte, moet u de vergoedingen en verstrekkingen bijvoorbeeld vooraf aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in deze vrije ruimte. Doet u dat niet, dan worden deze vergoedingen en verstrekkingen individueel belast bij uw werknemers. De te betalen belasting is dan afhankelijk van de hoogte van het loon van de werknemer en kan oplopen tot 108,30% als u de belasting niet verhaalt op de werknemer.

Let op! Ook gerichte vrijgestelde vergoedingen en verstrekkingen moet u aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Doet u dit niet, dan loopt u de kans om in plaats van 0% belasting tot 108,30% te moeten betalen. De manier van aanwijzen is niet wettelijk voorgeschreven. Aanwijzen kan bijvoorbeeld blijken uit de cao, een personeelsreglement, een arbeidsovereenkomst of anderszins. De Belastingdienst gaat er gedurende het kalenderjaar van uit dat sprake is van een aanwijzing in de vrije ruimte als u een vergoeding of verstrekking niet individueel heeft belast bij uw werknemer.

Let op! Dit geldt niet als de Belastingdienst meent dat u door een vergissing de vergoeding of verstrekking niet individueel heeft belast of als niet voldaan wordt aan het gebruikelijkheidscriterium.

Zorg dat uw administratie WKR-proof is
Aan het eind van het jaar moet uw administratie tonen welke vergoedingen en verstrekkingen zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. De wijze van verwerking is wettelijk niet voorgeschreven. Dat betekent dat u dit intracomptabel (in uw financiële administratie), maar ook extracomptabel (bijvoorbeeld in een apart Excelbestand) kunt doen. Niet verwerken is echter geen optie. De kans bestaat dat de Belastingdienst in dat geval de vergoedingen en verstrekkingen, ook als sprake is van een gerichte vrijstelling, individueel belast bij uw werknemers.

Beoordeel de mogelijkheden van uw vaste onkostenvergoedingen
Binnen de werkkostenregeling (WKR) kunt u nog steeds vaste onkostenvergoedingen toekennen aan uw werknemers. Als u deze vaste onkostenvergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte kan dit zelfs onbelast, zolang het totaal aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen de vrije ruimte niet overschrijdt. Overschrijdt u deze vrije ruimte wel, dan is het verstandig om de vaste onkostenvergoedingen tegen het licht te houden. Dit helpt u misschien niet met terugwerkende kracht, maar kan u in de toekomst wel 80% belastingheffing besparen.

Let op! U moet de vaste onkostenvergoeding wel aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Verzuimt u dit, dan wordt de vaste onkostenvergoeding individueel belast bij uw werknemer. Door het aanwijzen van de volledige vaste onkostenvergoeding in de vrije ruimte wordt wellicht een groot gedeelte van deze vrije ruimte al gebruikt. En dat is jammer, omdat wellicht een aantal gerichte vrijgestelde vergoedingen of vergoedingen voor intermediaire kosten mogelijk is binnen de vaste onkostenvergoedingen.

Tip: Als (een deel van) uw vaste onkostenvergoeding gericht vrijgesteld is of als intermediaire kosten niet tot het loon behoort, houdt u meer vrije ruimte over om onbelast vergoedingen en verstrekkingen te doen. Beoordeel daarom of binnen uw vaste onkostenvergoeding nog mogelijkheden zijn voor gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten. Denk bijvoorbeeld aan:

• een vergoeding voor woon-werkverkeer à € 0,19 per kilometer (gerichte vrijstelling);
• een vergoeding voor het wassen van de auto van de zaak (intermediaire kosten);
• een vergoeding voor het internetgebruik thuis (gerichte vrijstelling: noodzakelijkheidscriterium);
• een vergoeding voor een mobiele telefoon (gerichte vrijstelling: noodzakelijkheidscriterium).

Heeft u mogelijkheden, dan is het goed om te weten dat er nog een aantal nadere voorwaarden geldt. Een van de belangrijkste is dat u vooraf een onderzoek moet doen naar de werkelijk gemaakte kosten (een steekproef). Onze adviseurs kunnen u hierover nader informeren.

Neem oudere werknemers in dienst
Doordat een aantal drempels wordt weggehaald per 1 januari 2016, wordt het voor u aantrekkelijker en gemakkelijker om een AOW-gerechtigde werknemer in dienst te houden of te nemen. Zo gaan per 1 januari 2016 onder meer de volgende regels gelden:

• De opzegtermijn bij het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met de AOW-gerechtigde werknemer is beperkt tot één maand. Voor andere werknemers geldt – afhankelijk van de duur van het dienstverband – een opzegtermijn van één tot vier maanden.
• Bij ziekte geldt een loondoorbetalingsplicht van dertien weken in plaats van maximaal twee jaar. Mogelijk gaat deze loondoorbetalingsplicht bij ziekte van de AOW-gerechtigde werknemer in de toekomst verder terug naar zes weken.
• Er gelden voor u minder re-integratieverplichtingen bij ziekte van de doorwerkende AOW’er.
• Het aantal tijdelijke contracten met een AOW-gerechtigde werknemer wordt verruimd. Bij cao kan worden bepaald dat na maximaal zes contracten of na maximaal 48 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.
• U hoeft niet in te gaan op een verzoek van de AOW-gerechtigde werknemer voor uitbreiding (of vermindering) van zijn aantal te werken uren.

Let op! U krijgt ook te maken met nieuwe verplichtingen. Zo heeft de doorwerkende AOW’er recht op minimaal het minimumloon of een hoger loon als dit bij cao is bepaald. Bij reorganisatie bent u verplicht eerst uw AOW-gerechtigde werknemer te ontslaan. Dit gold al in de private sector, maar gaat nu ook gelden in de publieke sector.

Houd rekening met transitiekosten
Per 1 juli 2015 heeft u te maken met de transitievergoeding. Kort gezegd heeft iedere werknemer die twee jaar of langer bij u heeft gewerkt en waarbij u het initiatief heeft genomen tot het beëindigen dan wel niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, recht op deze vergoeding. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van het aantal jaren dat de werknemer bij u in dienst is geweest en bedraagt maximaal € 75.000 bruto dan wel een jaarsalaris als uw werknemer meer dan € 75.000 bruto verdiende.

Tip: De transitievergoeding geldt ook voor de tijdelijke werknemer die minstens twee jaar bij u heeft gewerkt en van wie het contract op uw initiatief niet wordt voortgezet. Inventariseer daarom alle tijdelijke contracten, zodat u goed in beeld heeft aan welke werknemers u straks eventueel een transitievergoeding verschuldigd bent. Gezien de transitievergoeding is het aangaan van tijdelijke contracten met een totale duur van minimaal twee jaar wellicht ongewenst.

Let op! Bepaalde kosten mag u van de transitievergoeding aftrekken. Het gaat om zogenoemde transitie- en inzetbaarheidskosten. Uw werknemer moet nog wel voordat transitie- of inzetbaarheidskosten worden gemaakt, schriftelijk instemmen met het in mindering brengen van dergelijke kosten op de transitievergoeding. Zorg ervoor dat u dit nu al regelt door dit bijvoorbeeld vast te leggen in een studieovereenkomst. Schriftelijke instemming is niet nodig als over de aftrekbaarheid van kosten afspraken zijn gemaakt met vakbonden of met de ondernemingsraad en u hieraan gebonden bent.

Loonadministratie op orde?
Door de invoering van de WAS (Wet Aanpak Schijnconstructies) moet u vanaf 1 januari 2016 rekening houden met nieuwe maatregelen. Bent u daar al op voorbereid?

• Op de loonstrook moet u ook kostenvergoedingen specificeren die onderdeel zijn van het loon. Uit de specificatie moet duidelijk zijn waarvoor de kostenvergoeding is bedoeld.
• Het minimumloon moet giraal worden uitbetaald. Het meerdere mag contant worden uitbetaald.
• Verrekeningen met en inhoudingen op het wettelijk minimumloon zijn niet meer toegestaan, tenzij het een voorschot betreft en dit van tevoren is afgestemd met de werknemer.

Controleer de gedifferentieerde premie Wkh
Heeft u personeel in dienst dat is verzekerd voor de werknemersverzekeringen? Dan ontvangt u binnenkort een brief van de Belastingdienst met daarin uw percentage voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Controleer of deze gegevens juist zijn. Het percentage voor de gedifferentieerde premie Whk heeft u nodig voor uw aangifte loonheffingen.

Veranderingen op komst in personeelslening eigen woning
Verstrekt u aan uw werknemers een personeelslening eigen woning, houd dan rekening met veranderingen. Nu geldt nog een nihilwaardering voor een eventueel rentevoordeel dat ontstaat bij een dergelijke lening, omdat uw werknemer u minder rente betaalt dan dat hij kwijt zou zijn bij een andere kredietverlener. Die nihilwaardering van het rentevoordeel van de personeelslening eigen woning wordt afgeschaft per 1 januari 2016. In plaats daarvan wordt het rentevoordeel dan tot het belastbaar loon van uw werknemer gerekend. Dit voordeel is ‘loon in natura’ waarover u loonheffingen moet berekenen. Uw werknemer kan het belastbare rentevoordeel vervolgens in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in de inkomstenbelasting.

Let op! U mag het eigenwoningrentevoordeel volgend jaar ook niet aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de werkkostenregeling.

Tips voor de bv en de dga

Nieuwe gebruikelijk loonregels toegepast?
Ga na of u de nieuwe aangescherpte regels voor het gebruikelijk loon heeft toegepast. Uw loon bedraagt het hoogste van de volgende bedragen:

• 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
• het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
• € 44.000.

Onder voorwaarden is het mogelijk om uw loon lager vast te stellen. Onze adviseurs kunnen u hierover meer vertellen.

Emigreren kan duurder worden
Denkt u er als aanmerkelijk belanghouder over na om te emigreren? Houd er dan rekening mee dat dit sinds 15 september 2015 fiscaal duurder kan zijn. De Belastingdienst legde bij emigratie haar claim altijd al vast in een conserverende aanslag. Vanaf 15 september 2015 zijn de voorwaarden echter strenger geworden. Zo leiden winstuitdelingen na emigratie in alle gevallen tot belastingheffing en vervalt de conserverende aanslag niet meer na tien jaar.

Tip: Bent u voor 15 september 2015 geëmigreerd, dan gelden de nieuwe regels niet voor u. Bent u van plan om te emigreren, neem dan contact op met uw adviseur. Onder omstandigheden zien wij ingeval van emigratie nog steeds mogelijkheden om de belastingpositie van u als aanmerkelijk belanghouder te optimaliseren.

Geld geleend van uw bv voor uw eigen woning?
U heeft een informatieplicht Heeft u geld geleend van uw bv voor uw eigen woning? Dan moet u verplicht bepaalde gegevens doorgeven aan de Belastingdienst. Deze informatieplicht geldt alleen voor eigenwoningleningen waarvoor vanaf 1 januari 2013 de aflossingsverplichtingen gelden. Vergeet niet te voldoen aan deze informatieplicht, anders verliest u uw recht op renteaftrek in box 1. De verplichting houdt in dat u van een afgesloten lening in 2015 de gegevens uiterlijk verstrekt bij uw aangifte inkomstenbelasting 2015, maar uiterlijk op 31 december 2016. Is de lening al eerder afgesloten maar zijn er wijzigingen in 2015, dan moet u uiterlijk voor 1 februari 2016 deze gegevens verstrekken.

Tip: Voor het verstrekken heeft de Belastingdienst een modelformulier “opgaaf lening eigen woning”. Vanaf de aangifte inkomstenbelasting 2016 wijzigt de informatieverstrekking en verstrekt u de gegevens in uw aangifte inkomstenbelasting.

Tip: Onlangs is aangekondigd dat de termijn voor informatieplicht met betrekking tot de wijzigingen in de lening wordt opgerekt van 1 februari 2016 naar 31 december 2016. U kunt zich echter pas met zekerheid op deze aankondiging beroepen als deze nader is uitgewerkt in een aangekondigd beleidsbesluit.

Controleer de leningsovereenkomsten met uw bv
De leningsovereenkomsten die u sluit met uw bv moeten zakelijk zijn. Een lening is zakelijk als ook een onafhankelijke derde een dergelijke lening zou aangaan of verstrekken. Dit betekent dat de lening zakelijke voorwaarden moet bevatten. Controleer daarom uw bestaande leningsovereenkomsten. Waar moet u op letten? Of een leningsovereenkomst zakelijk is, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden en is geheel afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden. Een aantal aandachtspunten dat in ieder geval van belang is: schriftelijke vastlegging van de leningsovereenkomst met daarin een aflossingsschema, een terugbetalingsverplichting, zakelijke afspraken over de gevolgen wanneer u of de bv zich niet aan de afspraken houdt of kan houden en last but not least een zakelijke rente. Bovendien moeten er ook zekerheden zijn gesteld.

Tip: Overleg met onze adviseurs of uw leningsovereenkomsten zakelijk zijn en wat de fiscale gevolgen kunnen zijn.

Onduidelijkheid pensioen eigen beheer duurt voort
Als dga kunt u pensioen in uw eigen bv opbouwen (pensioen in eigen beheer). De laatste jaren is veel gesproken over de problemen met het pensioen in eigen beheer, zoals onder meer de problemen die ontstaan door het verschil in fiscale en commerciële waardering en de schijnbare onmogelijkheid om nog dividend te kunnen uitkeren bij aanwezigheid van een pensioen in eigen beheer. Op dit moment is er nog geen oplossing, maar heeft de staatssecretaris van Financiën wel een aantal ‘oplossingsrichtingen’ aangegeven:

• volledige afschaffing van de mogelijkheid om pensioen in eigen beheer op te bouwen, eventueel in combinatie met een afkoopmogelijkheid voor de huidige pensioenen in eigen beheer;
• pensioen in eigen beheer via een oudedagsbestemmingsreserve;
• pensioen in eigen beheer via oudedagssparen in eigen beheer.

Of een van deze oplossingsrichtingen gekozen gaat worden, is nog onduidelijk. Eind 2015 wordt een concreter voorstel van de staatssecretaris verwacht. De verwachting is dat eventuele veranderingen voor het pensioen in eigen beheer nog op zich laten wachten tot 1 januari 2017.

Laat als dga uw verzekeringsplicht herbeoordelen
Per 1 januari 2016 wijzigen de regels voor de verzekeringsplicht van de dga. Mogelijk zorgen deze gewijzigde regels ervoor dat u vanaf 1 januari 2016 ineens wel verzekerd bent voor de werknemersverzekeringen, terwijl u dat voor die tijd niet was. Of andersom. Met name bij complexe structuren zouden zich wijzigingen kunnen voordoen. Let op! De beoordeling of sprake is van verzekeringsplicht of niet is complex. Daarbij komt dat de uitwerking van de jurisprudentie nog niet in alle gevallen duidelijk is. Onze adviseurs kunnen u hierover nader informeren.

Tip: Laat nu al beoordelen hoe de nieuwe regels voor verzekeringsplicht voor u uitwerken vanaf 1 januari 2016. Op die manier kunt u tijdig anticiperen op mogelijke veranderingen.

Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting

Houd een urenadministratie bij
Wilt u profiteren van een aantal aantrekkelijke ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek voor beginnende ondernemers en de meewerkaftrek, dan zult u moeten voldoen aan het urencriterium. Oftewel, u moet elk jaar minimaal 1.225 uren werken aan, in en voor uw onderneming. Bent u niet alleen ondernemer maar bijvoorbeeld ook werknemer, dan zit er een addertje onder het gras. U moet namelijk meer dan de helft van uw totale werktijd aan uw bedrijf besteden. Vergeet dus niet uw uren te administreren. Zo kunt u bij vragen of controle van de Belastingdienst in ieder geval aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.

Maak gebruik van de mkb-winstvrijstelling
Niet genoeg uren? Maak dan wel gebruik van de mkb-winstvrijstelling. Deze vrijstelling kunt u als ondernemer zonder meer toepassen en vermindert uw belastbare winst uit onderneming na ondernemersaftrek (zoals de zelfstandigenaftrek) met 14%. U bent zo minder belasting verschuldigd.

Let op! Lijdt u verlies? Dan verkleint de mkb-winstvrijstelling dit verlies. De vrijstelling is in dat geval nadelig.

Denk aan uw pensioen
U kunt als ondernemer geld opzijzetten binnen uw onderneming voor uw oude dag. Dit geld reserveert u in de oudedagsreserve. Voldoet u aan het urencriterium en had u aan het begin van dit jaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan mag u bij voldoende eigen vermogen een deel van de winst toevoegen aan uw oudedagsreserve. Over dit deel betaalt u dan nog geen inkomstenbelasting. Dit jaar bedraagt de toevoeging 9,8% van de winst. Het maximumbedrag bedraagt € 8.631.

Let op! De oudedagsreserve zorgt voor uitstel van belastingheffing, maar niet voor afstel. Op de opgebouwde reserve rust nog een belastingclaim. Op enig moment, vaak als u stopt met uw onderneming, zult u moeten afrekenen. Overleg daarom met onze adviseurs of toevoegen aan de oudedagsreserve in uw geval aantrekkelijk is.

Pensioen buiten uw onderneming
U kunt ook uw pensioen buiten uw onderneming regelen. Als ondernemer bepaalt u zelf of u naast de AOW nog een aanvullende oudedagsvoorziening wilt. Dat kan ook buiten de onderneming om, bijvoorbeeld met een lijfrente via een verzekeraar.

Let op! Pensioenopbouw wordt beter beschermd. Zo hoeft u niet in te teren op reeds opgebouwd pensioen als u een beroep moet doen op de bijstand. Ook krijgen beginnende zzp’ers per 1 januari 2016 langer de tijd om te beslissen of zij willen blijven deelnemen aan het pensioenfonds van hun voormalige werkgever.

Einde VAR in zicht
Het einde van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) komt steeds dichterbij. De Eerste Kamer moet nog instemmen, maar waarschijnlijk krijgt u vanaf 1 april 2016 te maken met het systeem van modelovereenkomsten. Als uw werk of de omstandigheden en voorwaarden waaronder u werkt niet veranderen, hoeft u voor 2016 geen nieuwe VAR aan te vragen. De VAR voor 2014 of 2015 blijft dan geldig totdat het werken met modelovereenkomsten wordt ingevoerd.

Tip: Bent u een nieuwe ondernemer of veranderen de werkzaamheden of omstandigheden, dan kunt u voor het restant van 2015 en voor 2016 gewoon een nieuwe VAR aanvragen. Deze VAR blijft geldig tot het moment dat de modelovereenkomsten definitief worden ingevoerd. De verwachting is dat dit vanaf 1 april 2016 het geval is.

Uw onderneming in een nieuw jasje?
Ga na of de bv-vorm wel of niet aantrekkelijk voor u is. De oprichting van een bv is eenvoudiger geworden. Ook is meer maatwerk mogelijk. Bij oprichting van de bv hoeft u niet langer een minimumkapitaal te storten van € 18.000. Wel kunt u als bestuurder of aandeelhouder eerder aansprakelijk gesteld worden voor schulden van de bv.